Waarom betalen we belasting?

Belastingen betalen we om de voorzieningen die we ervoor terugkrijgen te bekostigen. Denk aan de politie, defensie, de zorg, wegenonderhoud en ook de gemeente kosten. In feite de B.V. Nederland draaiend houden. We krijgen er dus ook veel voor terug, maar welke belastingen zijn er nu allemaal en waarom? Dat behandelen we in dit artikel.


Gemeentebelastingen

We zijn er inmiddels aan gewend dat de gemeentebelastingen elk jaar stijgen. Toch zal de stijging in 2024 fors zijn. Gemeenten verwachten dit jaar 8,5% meer geld via deze belastingen te innen. Dit is de grootste stijging sinds 2007. Daarmee halen de gemeenten gezamenlijk 13 miljard euro binnen, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het bedrag van 13 miljard is niet met 100% zekerheid te voorspellen. Inkomsten uit toeristenbelastingen en bouwvergunningen zijn namelijk niet helemaal te voorspellen. Uit de praktijk blijkt echter dat de inkomsten altijd het begrote bedrag overtroffen hebben.

Huiseigenaren betalen in 2024 gemiddeld € 938,00 aan gemeentelijke belastingen en heffingen. Dat is € 51,00 meer dan in 2023.

Het  meeste geld wordt verkregen uit de onroerendezaakbelasting, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de parkeerheffing (85,1%).


WOZ-waarde

Gestegen huizenprijzen maken de belastinginkomsten voor de gemeenten automatisch hoger. Op 1 januari 2024 bedroeg de gemiddelde WOZ-waarde van een woning € 368.000,–. Dat is 16,1% meer dan de gemiddelde WOZ-waarde in januari 2023. AOW.nu berichtte u al eerder over de ontwikkelingen binnen de huizenmarkt en de daaraan verbonden WOZ-waarden. Die waarde is niet altijd conform de actuele huizenprijs. In 2024 stijgt de gemiddelde WOZ-waarde met 3,4%. Dat is een geringe stijging. Wat huizenprijzen  betreft, hebben zich in de periode 2023 tot 2024 niet veel veranderingen voorgedaan door de gestegen hypotheekrente, alsmede de nog steeds onzekere economische ontwikkelingen. Indien u zich niet kunt vinden in de door de gemeente genoemde WOZ-waarde, kunt u daartegen ingaan. Vergeet echter niet, dat mocht u uw woning willen verkopen, een hogere WOZ-waarde wellicht ook een hogere verkoopprijs betekent. En dat is niet het laatste waarop wij u willen attenderen: een hogere WOZ-waarde betekent ook dat uw opstalverzekering verhoogd dient te worden. Vergelijk a.u.b. de opgegeven waarde in uw polis en de huidige waarde.


Onroerendezaakbelasting

De onroerendezaakbelasting wordt opgelegd aan iedereen met een eigen huis of bedrijfspand. De onroerendezaakbelasting en de WOZ-waarde correleren sterk. Met een gemiddelde stijging van 5,5% van de onroerende zaakbelasting verwachten gemeenten daarmee 5,5 miljard te kunnen collecteren. Van de hierboven genoemde 13 miljard is dit een groot deel en 7,5% meer dan in 2023. De onroerendezaakbelasting varieert per gemeente. Gemeenten mogen zelf bepalen waaraan ze dit bedrag besteden. Samen met de afvalstoffenheffing, rioolheffing en parkeergelden levert de onroerendezaakbelasting 85,1% van de heffingsopbrengsten voor 2024 op.


Afvalstoffenheffing en rioolheffing

Beide zijn een belangrijke bron van inkomsten voor een gemeente en goed voor bijna 20% van de begrote heffingsopbrengsten. Ook dit jaar zullen deze belastingen weer stijgen. Een stijging van gemiddeld 6% voor wat betreft de afvalstoffenheffing en een stijging van gemiddeld 4,5% voor wat betreft de rioolheffing, zo is de verwachting. Dit is daarmee bijna één procent hoger dan in 2023. Bovendien varieert de afvalstoffen- en rioolheffing per gemeente. De stijging is m.n. te wijten aan de gestegen kosten voor onderhoud en beheer van de riolering, alsmede de afvalverwerking. Daarnaast is ook het klimaatbestendig maken van de riolering een niet te vergeten belangrijke activiteit. In tegenstelling tot de onroerendezaakbelasting echter, mogen gemeenten niet vrij bepalen waaraan ze dit bedrag besteden. Het ontvangen geld moet aan afvalvervoer- en verwerking (afvalstoffenheffing) en de afvoer van afval- en regenwater (rioolheffing) besteed worden. Dit mag geen lucratieve bron van inkomsten worden. De inkomsten mogen namelijk niet hoger zijn dan de daadwerkelijke kosten. Samen met de onroerendezaakbelasting en parkeergelden leveren de afvalstoffenheffing en de rioolheffing 85,1% van de heffingsopbrengsten voor 2024 op.


Parkeerheffing

De hiervan begrote opbrengst zal naar verwachting in 2024 met bijna 11% stijgen tot 1,3 miljard euro voor alle gemeenten samen. Vooral in de grote steden als Amsterdam (39,4 miljoen euro), Rotterdam (37,3 miljoen euro) en Utrecht (14,2 miljoen euro) wordt parkeren een (zeer) dure aangelegenheid. Samen met de onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing leveren de parkeerheffingen 85,1% van de heffingsopbrengsten voor 2024 op.


Leges

Daarnaast zijn er nog wat minder omvangrijke belastingen, zoals kosten voor gemeentediensten. We noemen ze leges (aanvragen voor vergunningen, identiteitsbewijzen, uittreksels uit het bevolkingsregister). De gemeenten verwachten ruim 50% meer inkomsten uit de secretarieleges (kosten voor het aanvragen van identiteitsbewijzen). Hiervoor zijn 328 miljoen euro begroot. Dat heeft een reden. In 2014 werd de geldigheidsduur van paspoorten en ID-kaarten verlengd naar tien jaar. Daarvoor was de geldigheidsduur vijf jaar. Het gevolg was dat er tussen 2019 en 2023 weinig nieuwe paspoorten en ID-kaarten werden aangevraagd. In 2024 verlopen de eerste identiteitsbewijzen van 2014. Zij zijn dan immers tien jaar oud. Gevolg: méér aanvragen dus méér inkomsten voor de gemeenten.


Toeristenbelasting

Gezamenlijk verwachten de gemeenten een bedrag van 538 miljoen te innen via de toeristenbelasting. Dat is 110 miljoen euro meer dan in 2023. De hoogte van de toeristenbelasting verschilt per gemeente. Gemeenten bepalen zelf of ze deze belasting willen heffen. Ook bepalen zij het tarief zelf. Amsterdam verwacht een sterke stijging van 47% ten opzichte van 2023 (242,5 miljoen euro). Grote steden als Amsterdam en Rotterdam verhogen daarnaast ook dit jaar weer hun tarieven. Naast de verhoogde tarieven neemt ook het aantal toeristen toe. Dat betekent een stevige stijging van te verwachten inkomsten.

Daling overige belastingen

Gemeenten verwachten minder opbrengsten uit de overige belastingen, zoals de forensen-, baat-, reclame- en hondenbelasting. Ook schaffen steeds meer gemeenten de hondenbelasting af. Veel zal dit op de gemeentelijke begroting niet schelen. Het te innen bedrag daalt van 141 miljoen euro naar 138 miljoen euro.


Waterschapsbelasting

Net als bij de gemeentebelastingen, zijn we ook gewend dat de waterschapsbelasting elk jaar stijgt. De meeste bekende waterschapsbelastingen zijn de watersysteemheffing en de zuiveringsheffing. In Nederland zal de stijging van de waterschapsbelasting een flinke stijging zijn, soms tot wel tientallen procenten per jaar. Klimaatveranderingen, milieubeheer en –behoud, maken dat de waterschappen voor enorme uitdagingen staan. Kijkend naar wat wij nu al met z’n allen merken: steeds drogere zomers en tegelijkertijd steeds vaker extreem natte periodes, maken dat een waterschap voortdurend bezig is te werken aan en zich in te zetten voor onze veiligheid (aanleg en onderhoud van dijken en gemalen om overstromingen en tekorten aan water te voorkomen). Tegelijkertijd dient een waterschap te anticiperen op dat wat de toekomst brengen zal. Daarnaast worden ook de waterschappen geconfronteerd met inflatie en hogere kosten voor energie en materialen. De stijging van de waterschapsbelasting varieert van 5,2% tot 36% bij een koopwoning met een WOZ-waarde van € 250.000,–.

Kwijtschelding van de waterschapsbelasting

In sommige situaties kunt u eventueel in aanmerking komen voor kwijtschelding van de waterschapsbelasting. Daarvoor gelden de volgende condities:

  • u heeft een inkomen rond bijstandsniveau;
  • uw eigen huis is niet meer waard dan uw hypotheek;
  • u heeft niet meer inkomen dan het normbedrag (zie daarvoor de website van waternet.nl).


Motorrijtuigenbelasting

Uit cijfers van het CBS blijkt dat de motorrijtuigenbelasting in nagenoeg alle provincies stijgt (uitgezonderd Groningen en Drenthe). In 2024 zullen het Rijk en de provincies samen 6,8 miljard euro aan wegenbelasting ontvangen, ongeveer 422 miljoen euro meer dan in 2023. De stijging bedraagt 6,6%. De provincies verwachten in totaal bijna 1,9 miljard aan wegenbelasting te ontvangen. Dat is 4,2% meer dan in 2023. In totaal verwacht het Rijk ruim 4,9 miljard euro aan motorrijtuigenbelasting te ontvangen. Dat is 7,5% meer dan in 2023.

Hieronder vindt u de tarieven van de verschillende provincies:

Provincie
Noord-Holland  €  656,00
Noord-Brabant  €  672,00
Utrecht  €  672,00
Overijssel  €  672,00
Limburg  €  672,00
Flevoland  €  672,00
Zeeland  €  676,00
Friesland  €  692,00
Drenthe  €  700,00
Groningen  €  708,00
Gelderland  €  716,00
Zuid-Holland  €  716,00

Omdat de wegenbelasting uit een rijksdeel en een provinciale heffing bestaat, verschilt de belasting per provincie. Genoemde tarieven gelden bij een benzinevoertuig van 1.200 kg.