Gezondheid en vervoer op hogere leeftijd
“Gezondheid is het grootste goed”, zo zegt het spreekwoord. Dat deelt AOW.nu. Derhalve ontvangt u regelmatig tips om uw gezondheid op peil te houden of zelfs te verbeteren. Niet alles hebben we zelf in de hand. Daarom treft u hieronder informatie aan die divers van aard is. De gevolgen van de klimaatverandering voor uw gezondheid, maar ook informatie over krachttraining en de toekomst van de zorg, komen aan de orde.
Voor AOW’ers met een gemotoriseerd voertuig geldt dat zij meer premie betalen dan jongere automobilisten. AOW’ers die gebruik maken van het openbaar vervoer, worden komend jaar met prijsstijgingen geconfronteerd. De gemeente Amsterdam denkt met hen mee en verhoogt de vermogensgrens van AOW’ers met als gevolg dat 1.400 extra ouderen toegang krijgen tot de Stadspas en gratis openbaar vervoer.
Klik snel door naar:
- De hittegolf eind juni 2025 kostte meer dan 2.000 levens: AOW’ers opgelet!
- Krachttraining gaat veroudering tegen, zelfs als u er pas laat mee begint
- Ouderen langer in ziekenhuis dan nodig
- Ouderenzorgakkoord ondertekend: zorg beschikbaar nu en in de toekomst
- Vergrijzing van de samenleving en de gevolgen voor o.a. de zorg
- Jongere én oudere automobilisten voelen zich gediscrimineerd
- Goed voorbeeld doet goed volgen? Amsterdam verhoogt vermogensgrens AOW’ers: 1400 extra ouderen krijgen toegang tot Stadspas en gratis ov
- Hittegolf eind juni 2025 kostte meer dan 2.000 levens: AOW’ers opgelet!
Het is een gegeven dat het sterftecijfer piekt tijdens en net na een hittegolf. Eerder bleek al dat de warme zomer van 2022 in heel Europa ongeveer 62.000 levens eiste, voornamelijk van ouderen.
Een voorlopige inschatting van wetenschappers van het Grantham Institute meldt dat de hittegolf eind juni 2025 in 12 grote Europese steden naar schatting 2.300 mensen het leven kostte. 1.500 Van die doden zijn te wijten aan de klimaatverandering, zo geven ze aan.
Bij hitte wordt het lichaam, in combinatie met luchtvochtigheid, zonnestraling en weinig wind, weinig afgekoeld, de zgn. ‘hittestress’. Samen met enkele risicofactoren, zoals een ziekte, slaaptekort of een hoge leeftijd, kan dat soms tot de dood leiden. Volgens het onderzoek zijn in 12 grote Europese steden in 10 dagen 2.305 mensen overleden die anders niet overleden zou zijn, de zgn. ‘oversterfte’. Het gaat hier om schattingen en niet om gerapporteerde gevallen. De wetenschappers wijzen er echter op dat hittegerelateerde overlijdens vaak nog niet als dusdanig gemeld worden en dat het hier dus gaat om schattingen. (Bron: vrt.be)
Zonder verder op dit artikel in te gaan, wil AOW.nu haar lezers wijzen op het feit dat ouderen, kinderen onder de 4 jaar en mensen met chronische ziekten, het meest kwetsbaar zijn voor hittestress. Het is belangrijk om bij warm weer naar de signalen van het lichaam te luisteren. De eerste fase wordt gekenmerkt door dorst, overmatig transpireren en vermoeidheid. In de volgende fase hoofdpijn en misselijkheid, duizeligheid of koude rillingen. Zo ver hoeft het niet te komen! Door te letten op uzelf en uw naasten, kunt u veel voorkomen. AOW.nu gaf al eerder tips over wat te doen bij warm weer en hoe uw woning koel te houden.
- Krachttraining gaat veroudering tegen, zelfs als u er pas laat mee begint
Dit kopt metronieuws.nl op 7 juli 2025. Het geheim van een fit lichaam zit misschien in krachttraining en niet in cardio. Nieuw onderzoek toont aan dat spierversterkende oefeningen een specifiek eiwit activeren dat de veroudering vertraagt, zelfs als men er op latere leeftijd mee begint. Krachttraining stimuleert de aanmaak van zgn. ‘myokine’met de naam CLCF1, zo ontdekten wetenschappers. Dit eiwit wordt door spiercellen afgegeven tijdens inspanning. Dit ‘jongheidsmolecuul’ bevordert spierkracht, houdt botten stevig en speelt een rol in de vitaliteit van het lichaam naarmate men ouder wordt.
Wat vooral opvalt: ook bij mensen die pas op een latere leeftijd starten met krachttraining, is er een duidelijke stijging te zien van CLCF1. Bij deelnemers tussen de 78 en 84 jaar bewerkstelligde drie keer per week een krachttraining, gedurende 12 weken, een duidelijke stijging van het eiwitgehalte in het bloed. Simpele oefeningen met het eigen lichaamsgewicht, weerstandsbanden of lichte dumbbells, zijn vaak voldoende. Vaak bleek de consistentie heel belangrijk. Door spiermassa en botsterkte te onderhouden, wordt het risico op vallen, botbreuken en spierverlies verkleind. En dat zijn precies de problemen waarmee veel ouderen geconfronteerd worden. De hoop is dat, door meer te begrijpen van CLCF1, in de toekomst misschien therapieën ontwikkeld kunnen worden tegen ouderdomsklachten zoals broze botten en spierafbraak.
- Ouderen langer in ziekenhuis dan nodig
Uit een landelijke flitsmeting van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie, blijkt dat meer een dan een kwart van de oudere patiënten onnodig lang in het ziekenhuis ligt. Aan het onderzoek deden alle 38 ziekenhuizen met afdelingen speciaal voor ouderen mee. De oudere patiënten zijn weliswaar klaar met hun behandeling, maar er is niet direct een geschikte plek voorhanden. Ze hebben bijv. thuiszorg nodig of moeten naar een verpleeghuis. Langer in het ziekenhuis moeten blijven, levert voor deze kwetsbare groep, extra risico’s op. In een ziekenhuis is er meer kans op infecties. Bovendien worden mensen in het ziekenhuis verzorgd. Ze doen dan minder zelf. Dat is niet goed voor de mobiliteit. Klinisch geriaters zijn bezorgd. De beschikbaarheid van thuiszorg is rond de zomervakantie echt dramatisch te noemen, zo wordt aangegeven. En dat duurt tot 1 oktober. Zeker voor ouderen met meerdere problemen, bijv. verwardheid en psychiatrische problemen, is het moeilijk een plek te vinden. Zij moeten soms weken wachten op een geschikte, specialistische plek.
De financiële impact is enorm. Een dag onnodig ziekenhuisverblijf kost € 800,00 méér; daar zijn de kosten voor een verpleeghuis of thuiszorg al vanaf. Er waren twee meetdagen, in januari en juni. Van de 1.100 opgenomen patiënten bleek respectievelijk 35 en 27 procent in het ziekenhuis te verblijven vanwege ontbrekende nazorg. Dat betekent een extra kostenpost van bijna € 300.000,00! En dat is een voorzichtige schatting. Omgerekend gaat het om 50 miljoen euro per jaar.
Problemen te over dus.Bovendien maakt de financiering van de zorg het lastiger. Belangrijk is ook dat ziekenhuizen op tijd op zoek gaan naar een vervolgplek. Soms wordt de thuiszorg gebeld met de boodschap dat de patiënt diezelfde dag uit het ziekenhuis ontslagen wordt. Dat maakt het nog gecompliceerder. Actiz, de branchevereniging van ouderenzorgorganisaties, meldt dat er in de verpleeghuizen wel genoeg plekken voorhanden zijn.(Bron: ad.nl)
- Ouderenzorgakkoord ondertekend: zorg beschikbaar nu en in de toekomst
16 Organisaties die betrokken zijn bij de ondersteuning en zorg van ouderen hebben op 10 juli 2025 het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg bekrachtigd. Hiermee betuigen zij officieel hun steun voor de afspraken die zijn gemaakt om hulp voor ouderen beschikbaar te houden, nu en in de toekomst. Ouderen moeten kunnen rekenen op ondersteuning en zorg die voor hen klaar staat als zij dat nodig hebben. Dit staat echter onder druk. Door de vergrijzing verdubbelt de zorgvraag, maar het aantal zorgverleners groeit onvoldoende mee. Met de afspraken in dit Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg zetten partijen er gezamenlijk op in om deze druk te verminderen.
- Op een waardige manier ouder worden
“Kwaliteit van bestaan staat daarbij centraal. We zorgen ervoor dat verzorgend personeel zich kan richten op de daadwerkelijke ondersteuning en zorg voor ouderen die dat het hardste nodig hebben.”, aldus staatssecretaris Pouw-Verweij.
- Zorg die past bij wat ouderen willen en kunnen
Veel ouderen kunnen en willen graag zo lang mogelijk zelfstandig wonen in hun vertrouwde omgeving. Ook als er meer beperkingen komen en de zorgvraag toeneemt. Uitgangspunt voor thuiswonende ouderen is dat de ondersteuning en zorg aansluit op wat zij zelf willen en kunnen. In samenwerking met de mensen om hen heen is er vaak nog veel mogelijk. Er zijn afspraken gemaakt over versterking van zelfstandigheid van ouderen (reablement) én extra ondersteuning van mantelzorgers. Zorg en ondersteuning moeten aansluiten bij de persoonlijke leefsituatie van de oudere.
- Verpleeghuis beschikbaar wanneer het nodig is
Er kan een moment komen dat thuis wonen echt niet meer gaat. Dan moet een plek in een verpleeghuis beschikbaar zijn. Afgesproken is dat het Zorginstituut Nederland – samen met de betrokken organisaties – één landelijke toets ontwikkelt om te bepalen of verhuizing naar een woning in een verpleeghuis noodzakelijk is. Zo wordt voorkomen dat zeer kwetsbare ouderen, die deze zorg het hardst nodig hebben, onnodig op een wachtlijst belanden.
- Meer tijd voor zorg door minder administratie
Eén op de drie zorguren in de verpleeghuizen gaat naar administratie. Het doel is om dit in 2030 teruggebracht te hebben naar één op de vijf. Dit gebeurt onder meer door de herindicatie voor bewoners van verpleeghuizen te vereenvoudigen. Ook worden zorgverleners ondersteund door de inzet van technologie en wordt gewerkt aan een betere gegevensuitwisseling.
- Gezonde financiën
Met dit akkoord is het gelukt om een eerder afgesproken korting oplopend tot € 660 miljoen in 2030 op de ouderenzorg grotendeels terug te draaien. Bovendien is er ruim € 100 miljoen per jaar extra beschikbaar voor investeringen, waaronder opleiding. Dit geeft zorgaanbieders extra finaniële ruimte om de toegankelijkheid van de zorg voor de meest kwetsbare ouderen te waarborgen. Eerder schrapte het huidige kabinet al de kortingen voor 2024 en 2025. Het netto beschikbare budget voor de ouderenzorg in de Wet langdurige zorg groeit de komende jaren met € 3,4 miljard van € 21 miljard naar € 24,4 miljard in 2029.
- 16 Betrokken organisaties
Dit akkoord is op 10 juli 2025 ondertekend door de volgende organisaties: ActiZ, LOC Waardevolle zorg, Patiëntenfederatie Nederland, Seniorencoalitie, Verenso, Zorgthuis.nl, Zorgverzekeraars Nederland, Sociaal Werk Nederland, V&VN en de VNG, steunen de richting van het HLO en het samenhangende pakket aan inhoudelijke en financiële afspraken. Deze organisaties leggen HLO. in samenhang met het onderhandelaarsakkoord AZWA, een positief advies voor aan hun achterbannen. Als de leden instemmen zullen zij het HLO samen met het AZWA ondertekenen. Daarnaast zijn de Nederlandse Zorgautoriteit, het Zorginstituut Nederland, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, het CIZ en het CAK nauw bij de uitvoering betrokken.
- Aanvullend Zorg & Welzijn onderhandelaarsakkoord
Het HLO en het aanvullende Zorg en Welzijn onderhandelaarsakkoord (AZWA) sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. Voor de hele zorg wordt ingezet op het terugdringen van administratieve lasten en het verminderen van het personeelstekort in de zorg. Ouderen worden extra ondersteunend door het versterken van voorzieningen in de buurt, bijvoorbeeld voor mensen met (beginnende) dementie. Ook wordt de toegang tot palliatieve zorg verbeterd.
Daarnaast werken de ministeries van VWS en VRO samen met een groot aantal partijen aan een programma waarbij wordt ingezet op realiseren van extra woningen voor ouderen (met een zorgvraag). Het streven is om 290.000 woningen voor ouderen te realiseren tot en met 2030. VWS doet hierbij ook onderzoek naar de terugkeer van de verzorgingshuizen.
Vergrijzing van de samenleving en de gevolgen voor o.a. de zorg
Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving van het Planbureau (PBL) voor de leefomgeving heeft becijferd dat Nederland afstevent op een toekomst waarin het aantal 85-plussers meer dan verdubbelt.
Ons land zal in 2060 naar verwachting ruim één miljoen mensen in deze leeftijdsgroep tellen. Dat is op zich geen nieuws, maar de snelheid en de omvang moet ons toch aan het denken zetten. Senioren worden ouder, blijven vaker zelfstandig wonen en doen een steeds groter beroep op informele hulp of begeleiding aan huis. Het aantal werkenden en mantelzorgers neemt daarentegen af. Dit is een kwetsbare situatie, die creatieve, menselijke oplossingen vraagt, buiten de traditionele zorginstellingen.
Nederland gaat van 3,4 miljoen eenpersoonshuishoudens in 2025 tot mogelijk 5,1 miljoen in 2060. Het aantal van ruim 450.000 85-plussers in 2025 zal oplopen tot minimaal 1,1 miljoen in 2060.
Belicht werden daarbij vier scenario’s, afhankelijk van de mate van economische groei en klimaattransitie. Het PBL meent dat de verkenning richting en houvast aan beleidsmakers biedt bij het maken van keuzes, zoals over de aanleg van woningen, infrastructuur en elektriciteitsnetwerken. De keuzes die regeringen maken zijn voor veel langere tijd van invloed dan de lopende kabinetsperiode. Ze beïnvloeden de manier waarop we leven en de welvaart die we hebben, zo meent het PBL.
Er vindt een dubbele vergrijzing plaats: ouderen maken een groter deel van de bevolking uit én de gemiddelde leeftijd van de groep ouderen stijgt.
Het gevolg? Een nog grotere vraag naar zorg! Bovendien neemt het aantal eenpersoonshuishoudens fors toe. Ouderen blijven langer alleen wonen en studie- en arbeidsmigranten zijn vaak alleenstaand. Een en ander is echter wel afhankelijk van de economische groei. Bij een sterkere economische groei verlaten jongeren eerder het ouderlijk huis en kunnen mensen het zich gemakkelijker permitteren alleen te wonen.
Bij een hoge economische groei kan de bevolking groeien naar 21,9 miljoen mensen. De grootste stijging wordt verwacht in de Randstad en aangrenzende provincies (meer opleidingen en banen, met een gemiddeld jongere bevolking met als gevolg meer geboorten en minder sterfgevallen). Daar zullen dus ook meer woningen nodig zijn. Dat wordt complex, zeker in combinatie met de ruimtevraag voor opgaven als duurzame energie, circulaire economie en klimaatadaptatie, zo menen de onderzoekers. Bovendien neemt het aantal migranten, zowel bij hoge als lage economische groei, toe.
In alle scenario’s zullen de bouw- en zorgsector groeien, zet de overgang naar electrisch rijden door, daalt het totale energieverbruik licht, neemt het electriciteitsgebruik toe en wordt Nederland minder afhankelijk van energie-import.
Verder verwacht het PBL dat, bij een snelle klimaattransitie, de risico’s, kosten en opgaven voor klimaatadaptatie tot 2050 zullen stijgen en daarna ‘niet nog veel hoger’ zullen worden. Een vertraagde klimaattransitie resulteert erin dat de risico’s, kosten en opgaven ook na 2060 toenemen. Het betreft kosten die dienen om Nederland te beschermen tegen zeespiegelstijging, hittegolven, natuurbranden en onregelmatige neerslag.
Auto’s zullen meer gebruikt worden buiten de steden. De bus, in drie van de vier scenario’s, zal minder gebruikt worden. In alle scenario’s wordt rekening gehouden met meer verkeersdoden en ernstige verkeersgewonden. Een en ander zou gelegen zijn in de combinatie van vergrijzing en een toename van het aantal fietsers.
De sterkere bevolkingsgroei leidt tot het drukker worden op straat. De onderzoekers geven aan: “Dat maakt een uitbreiding van het stedelijk verkeersbeleid logisch, zoals betaald parkeren, 30-kilometerzones en fietsnetwerken.”
Vervoer
- Jongere én oudere automobilisten voelen zich gediscrimineerd
De groep automobilisten tussen 24 en 65 jaar, behoort volgens verzekeraars tot de gemiddelde automobilist. Onderzoek van Independer toont aan dat automobilisten onder de 25 en boven de 65 jaar meer premie voor de verzekering betalen, omdat ze volgens de verzekeraars tot de risicogroep behoren. Ruim 60 procent ervaart dat als leeftijdsdiscriminatie. Uit de groep tussen 18 en 29 jaar geeft 72 procent aan dit als leeftijdsdiscriminatie te ervaren. Bij automobilisten vanaf 60 jaar, ervaart 70 procent dat eveneens.
Jongeren betalen overigens de hoofdprijs. Een gemiddelde premie voor automobilisten tussen 18 en 24 jaar is bij € 2.150,00. Tussen 25 en 34 jaar is de premie gemiddeld € 1.100. Dat heeft ook te maken met de schadevrije jaren. Bij sommige verzekeraars betalen jonge bestuurders ook nog eens een hoger eigen risico in geval van schade (meestal € 250,00 bovenop het standaard eigen risico).
Maar, de premie voor ouderen is ook niet mals en is vergelijkbaar met die van jongeren. Independer geeft aan dat verzekeraars gemiddeld meer ingediende schadeclaims ontvangen van bestuurders vanaf de leeftijd van 65 jaar. De door de verzekeraar berekende toeslag loopt stapsgewijs op. Met name na het 75ste levensjaar is de stijging fors te noemen.
- Treinkaartje komend jaar weer duurder, mogelijk een stijging van 9 procent
De prijs van treinkaartjes gaat komend jaar opnieuw fors omhoog, dat meldt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Reizigers krijgen te maken met een stijging van tussen de 6 en 9 procent, valt te lezen in een Kamerbrief. Het precieze percentage wordt pas in het najaar duidelijk. “We hebben alles op alles gezet om de prijsstijgingen voor reizigers zoveel mogelijk te beperken”, aldus demissionair staatssecretaris Aartsen. “Maar we moeten ook eerlijk zijn: alles wordt duurder en de financiële middelen zijn niet oneindig.” Eigenlijk zou de prijs van treinkaartjes volgend jaar nog verder stijgen, met ongeveer 12 procent. Maar na gesprekken tussen de NS en het ministerie is dat naar beneden bijgesteld. Zo is afgesproken dat de NS het onderhoud van de treinen “efficiënter gaat doen”, waardoor het minder geld kost. Ook maakte de spoorvervoerder eerder al bekend de jongerendagkaart af te schaffen om geld te besparen.
Al langer is er discussie over de prijs van treinkaartjes in Nederland. Die is namelijk voor een groot deel gekoppeld aan de inflatie. Omdat die de afgelopen jaren hoog was, moest de prijs van het treinkaartje eigenlijk ook omhoog. Zo stond er in 2024 een verhoging van ongeveer 6,5 procent in de planning. Maar toen vond de Tweede Kamer eenmalig 120 miljoen euro om de stijging een jaar uit te stellen.
Begin dit jaar hadden de prijzen daardoor eigenlijk met ruim 11 procent moeten stijgen, maar ook dat gebeurde niet. Het kabinet en de NS legden allebei eenmalig ruim 40 miljoen euro neer, waardoor ze de prijsstijging konden dempen tot 6 procent. Door al die eenmalige ingrepen steeg de prijs van het treinkaartje dus niet mee met de inflatie. Zo lag er als het ware nog een stijging 6 procent te wachten van voorgaande jaren – en daar bovenop kwamen nog de jaarlijkse verhogingen. Dat telde uiteindelijk op tot een stijging van 12 procent voor 2026. Door de afspraken tussen de NS en het ministerie is dat nu iets gedempt tot maximaal 9 procent. Demissionair staatssecretaris Aartsen is blij dat er nu duidelijkheid is, want “het kabinet vindt het niet wenselijk om deze discussie ieder jaar opnieuw te voeren. Zowel de reiziger als NS heeft recht op structurele duidelijkheid.” De staatssecretaris verwacht dat ook de Tweede Kamer akkoord zal gaan met deze verhoging, omdat deze onder de 10 procent is.
N.B.
De stijging van 6 tot 9 procent geldt alleen voor reizen in een trein van de Nederlandse Spoorwegen. De prijzen van de treinkaartjes van regionale vervoerders, zoals Arriva en Keolis, vallen onder het regionale openbaar vervoer. Ook die prijzen stijgen elk jaar een beetje door de inflatie. Hoeveel die stijging voor 2026 is, dat wordt pas later duidelijk.
- Goed voorbeeld doet goed volgen? Amsterdam verhoogt vermogensgrens AOW’ers: 1400 extra ouderen krijgen toegang tot Stadspas en gratis ov
Amsterdam verhoogt de vermogensgrens voor AOW’ers met een klein pensioen. Daardoor krijgen 1400 ouderen alsnog toegang tot minimaregelingen als de Stadspas en gratis openbaar vervoer (bron Sabine Joosten/ANP).
Amsterdammers met alleen AOW die nét te veel spaargeld hebben, kunnen straks toch gebruik maken van minimaregelingen. Wethouder Marjolein Moorman verhoogt de vermogensgrens met 2500 euro, waarmee 1400 extra ouderen toegang krijgen tot voorzieningen als de Stadspas en gratis openbaar vervoer. Het gaat om AOW’ers met een klein pensioen of helemaal geen aanvullend pensioen, die vaak al jarenlang rondkomen van een minimuminkomen. Hun enige buffer is doorgaans een spaarpotje. Nu is dat potje vaak net te groot om voor hulp in aanmerking te komen. Moorman noemt het onwenselijk dat mensen worden uitgesloten omdat ze sparen voor bijvoorbeeld een begrafenis of een reis naar familie in het buitenland. ‘Het belemmert hun zelfredzaamheid en ondermijnt hun financiële weerbaarheid,’ schrijft zij in een raadsbrief. Juist deze groep wil ze daarom tegemoetkomen.
Geen onrechtvaardigheid: de huidige vermogensgrens in het armoedebeleid is afgeleid van de Participatiewet: 7770 euro voor alleenstaanden en 15.150 euro voor een echtpaar of alleenstaande ouder. Dat bedrag wordt nu voor AOW’ers verhoogd naar respectievelijk 10.075 euro en 20.150 euro.Volgens berekeningen van de gemeente komen er hierdoor zo’n 1.400 AOW’ers bij die gebruik kunnen maken van de Stadspas, de collectieve zorgverzekering of de regeling tegemoetkoming meerkosten. De kosten daarvan lopen op van 240.000 euro in het eerste jaar tot maximaal 380.000 euro in het derde jaar. Die bedragen zijn al gereserveerd in de begroting. Een alternatief – alleen de Stadspas toekennen aan deze groep – is door Moorman verworpen. Dat zou volgens de wethouder leiden tot onrechtvaardigheid: mensen die sparen voor hun uitvaart zouden dan worden beloond, terwijl mensen die zich daartegen verzekeren buiten de boot vallen.
Motie uit de raad: de invoering van de maatregel duurt minimaal zes maanden omdat het registratiesysteem moet worden aangepast. Ook de communicatie richting Amsterdammers vergt zorg. Moorman belooft daarbij ‘een breed bereik, minder administratieve lasten en een efficiënte uitvoering’ voorop te stellen. Met deze stap voert Moorman een motie uit van de raadsleden Anissa Bouhassani (PvdA), Milka Yemane (GroenLinks) en Jazie Veldhuyzen (De Vonk), die vroegen om meer rechtvaardigheid in het minimabeleid voor ouderen. (Bron: het Parool)
AOW.nu meent dat het goed zou zijn als Amsterdam als voorbeeld zou dienen om de vele financieel kwetsbare AOW’ers, een stapje tegemoet te komen!
(Bronnen o.a.: vrt.be, metronieuws.nl, ad.nl, zorgopdejuisteplek.nl, independer.nl, nosnieuws.nl, parool.nl)
Lees meer over:
