AOW koopkracht monitor 2026

Ruim acht op de tien AOW’ers hebben het gevoel dat hun koopkracht in het afgelopen jaar is afgenomen. Dat blijkt uit de AOW Koopkrachtmonitor 2026 van seniorenplatform AOW.nu. In totaal deden 10.339 AOW’ers mee aan het onderzoek. Van de respondenten die de uitgebreide vragen over hun financiële situatie beantwoordden, zegt 46% dat de koopkracht sterk is afgenomen en 39% dat deze een beetje is afgenomen. Slechts 2% ervaart juist een verbetering.

Het onderzoek laat zien dat de verhogingen van de AOW voor veel ouderen niet opwegen tegen wat zij dagelijks merken aan de kassa, op de energierekening, bij de zorgverzekeraar en in hun woonlasten. Boodschappen worden door 91% genoemd als een van de kostenposten die het sterkst zijn gestegen. Ook zorgkosten, vervoer, energie en gemeentelijke belastingen worden door een meerderheid genoemd.

“Op papier kan de koopkracht stijgen, maar uiteindelijk gaat het om wat mensen iedere maand in hun portemonnee ervaren. Als 85% van de AOW’ers zegt erop achteruit te zijn gegaan, is dat een duidelijk signaal dat de financiële druk nog altijd groot is.”

— Erwin Smulders, oprichter van AOW.nu

De belangrijkste uitkomsten in één oogopslag

Uitkomst Percentage
Voelt koopkracht sterk of enigszins afnemen 85%
Maakt zich veel of enigszins zorgen over prijsstijgingen 85%
Heeft regelmatig of soms een aankoop/activiteit uitgesteld 69%
Kan minder doen dan vroeger vanwege geld 49%
Vindt dat de AOW onvoldoende meestijgt met de kosten 65%
Bezuinigt op vakanties 52%
Noemt boodschappen als sterk gestegen kostenpost 91%
Ervaart huur als soms of sterk belastend 68%

Snel naar

Hierom ervaren AOW’ers minder koopkracht

De AOW is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en is de afgelopen jaren meerdere keren verhoogd. Toch betekent een hogere uitkering niet automatisch dat mensen ook meer kunnen kopen. Koopkracht wordt bepaald door de verhouding tussen inkomen en uitgaven. Wanneer vaste lasten en dagelijkse boodschappen sneller stijgen dan het inkomen, kan een huishouden ondanks een hoger bedrag op de rekening toch achteruitgaan.

Dat verschil tussen de officiële berekening en de persoonlijke ervaring komt duidelijk terug in de monitor. Van de 8.119 respondenten die deze vraag beantwoordden, zegt 46% dat de koopkracht sterk is afgenomen. Nog eens 39% merkt een kleinere achteruitgang. Samen is dat afgerond 85%. Ongeveer 12% ervaart geen duidelijke verandering en slechts 2% zegt dat de koopkracht is verbeterd.

Ervaren koopkracht in het afgelopen jaar

Grafiek 1. Ervaren ontwikkeling van de koopkracht in het afgelopen jaar.

De uitkomst zegt niet dat iedere deelnemer volgens een economische koopkrachtberekening exact 85% heeft ingeleverd. Het onderzoek meet de ervaren koopkracht: wat AOW’ers zelf merken wanneer zij hun inkomsten en uitgaven vergelijken. Juist voor beleid en politieke besluitvorming is die ervaring relevant. Mensen reageren immers op de ruimte die zij daadwerkelijk voelen, bijvoorbeeld door een aankoop uit te stellen, minder te stoken of een vakantie te schrappen.

Boodschappen voeren de lijst met prijsstijgingen aan

Bijna alle deelnemers merken de prijsstijgingen bij de dagelijkse boodschappen. Maar liefst 91% noemt boodschappen als een van de kostenposten die het afgelopen jaar het meest zijn gestegen. Daarna volgen zorgkosten met 62%, brandstof en vervoer met 60%, energie met 59% en gemeentelijke belastingen met eveneens 59%.

Welke kosten zijn het meest gestegen?

Grafiek 2. Kostenposten die volgens AOW’ers het meest zijn gestegen. Meerdere antwoorden waren mogelijk.

De brede spreiding is belangrijk. Het gaat niet om één tijdelijke tegenvaller, maar om meerdere uitgaven die tegelijk drukken op het huishoudbudget. Boodschappen zijn bovendien moeilijk volledig te vermijden. Ook zorgkosten, lokale belastingen en vervoer behoren voor veel ouderen tot noodzakelijke uitgaven. Daardoor is er minder ruimte om prijsstijgingen op te vangen door simpelweg voor een goedkoper alternatief te kiezen.

Huur- en hypotheeklasten worden door 26% genoemd als sterk gestegen kostenpost. Dat percentage ligt lager dan bij boodschappen, maar woonlasten vormen doorgaans een veel groter vast bedrag per maand. Een relatief kleine stijging kan daardoor een grote invloed hebben op het bedrag dat na betaling van de vaste lasten overblijft.

Bezuinigen raakt vooral vakanties, energie en kleding

De ervaren koopkrachtdaling blijft niet beperkt tot een gevoel. De antwoorden laten zien dat AOW’ers hun gedrag aanpassen. Slechts 18% zegt nergens op te bezuinigen. De grootste groep bespaart op vakanties: 52% noemt deze uitgavenpost. Bijna de helft bezuinigt op verwarming of energiegebruik en 46% koopt minder of goedkopere kleding. Ook boodschappen worden door 43% genoemd.

Waarop bezuinigen AOW'ers?

Grafiek 3. Uitgaven waarop AOW’ers bezuinigen. Meerdere antwoorden waren mogelijk.

Bezuinigen op vakanties of uitjes lijkt op het eerste gezicht minder ingrijpend dan problemen met vaste lasten. Toch zeggen deze keuzes veel over de kwaliteit van leven. Vrije tijd, sociale activiteiten en familiebezoek helpen ouderen actief en betrokken te blijven. Wanneer juist daarop wordt bespaard, kan de financiële situatie ook gevolgen krijgen voor sociale contacten en welzijn.

Opvallend is ook dat 10% bezuinigt op zorgkosten, bijvoorbeeld medicijnen of hulpmiddelen. Dat is een kleinere groep dan bij vakanties of kleding, maar maatschappelijk gezien een belangrijke uitkomst. Noodzakelijke zorg uitstellen of beperken kan op langere termijn grotere problemen veroorzaken.

Uitstellen van aankopen en minder kunnen doen

Bijna zeven op de tien respondenten hebben vanwege geld wel eens een aankoop of activiteit uitgesteld. Voor 23% gebeurt dit regelmatig en voor 46% soms. Slechts 31% zegt dit niet te doen. Daarnaast antwoordt 49% zonder voorbehoud dat zij minder kunnen doen dan vroeger vanwege geld. Nog eens 28% merkt dit soms.

Deze cijfers maken duidelijk dat de koopkrachtontwikkeling direct zichtbaar wordt in dagelijkse beslissingen. Het gaat om het vervangen van een apparaat, onderhoud aan de woning, een dagje uit, een bezoek aan familie of een grotere aankoop. Wanneer zulke beslissingen structureel worden uitgesteld, kan dat ook leiden tot hogere kosten op een later moment.

De meeste AOW’ers komen nog rond, maar een grote middengroep moet opletten

Een ruime meerderheid zegt nog gemakkelijk of redelijk te kunnen rondkomen. In totaal gaat het om 68%. Daar staat tegenover dat 20% neutraal antwoordt en 12% moeilijk of zeer moeilijk rondkomt. Dat laatste betreft bijna duizend deelnemers binnen de groep van 8.119 die de financiële vragen invulde.

Kunnen AOW'ers rondkomen van hun inkomen?

Grafiek 4. De mate waarin respondenten kunnen rondkomen van hun inkomen.

De antwoorden op een aanvullende vraag laten zien hoe groot de groep is die weinig financiële speling heeft. 36% houdt iedere maand geld over, terwijl bij 32% het inkomen ongeveer gelijk is aan de uitgaven. Een kwart moet goed opletten waaraan geld wordt uitgegeven. Verder spreekt 4% maandelijks spaargeld aan en heeft bijna 3% moeite om de vaste lasten te betalen.

Verhouding tussen inkomen en uitgaven.

Grafiek 5. Verhouding tussen maandelijkse inkomsten en uitgaven.

Daarmee ontstaat een genuanceerd beeld. De meeste AOW’ers bevinden zich niet voortdurend in acute financiële nood. Tegelijkertijd heeft een grote groep nauwelijks ruimte voor onverwachte kosten. Een hogere energierekening, kapot huishoudelijk apparaat, zorgrekening of noodzakelijke reparatie kan het evenwicht snel verstoren. In Nederland zijn er 600.000 mensen die alleen van de AOW moeten leven, als alleenstaande een bedrag van € 1.581,55 netto per maand. Daarnaast zijn er nog eens een miljoen mensen die de AOW krijgen met een klein aanvullend pensioen.

Bekijk hier de actuele AOW-bedragen van 2026

Huurders ervaren hun woonlasten veel vaker als probleem

De monitor bevat afzonderlijke vragen voor bewoners van een koopwoning en een huurwoning. Van alle 10.339 deelnemers woont 57% in een koopwoning, 35% in een huurwoning en 8% in een verzorgingswoning, mantelzorgwoning of bij familie.

Onder huiseigenaren zegt 64% de woonkosten helemaal niet als financiële last te ervaren. 31% ervaart deze soms of een beetje als last en 5% in sterke mate. Bij huurders is het beeld duidelijk ongunstiger: slechts 32% ervaart de huur helemaal niet als financiële last. Voor 53% is de huur soms of een beetje belastend en voor 14% in sterke mate.

Woonlasten als financiele last: huurders en kopers

Grafiek 6. Woonlasten als financiële last bij bewoners van een koop- en huurwoning.

Opgeteld ervaart 68% van de huurders de woonkosten dus in enige of sterke mate als financiële last, tegenover 36% van de huiseigenaren. Daarbij moet worden aangetekend dat de groepen verschillen. Sommige eigenaren hebben nog een hypotheek, terwijl anderen hun woning volledig hebben afgelost. Van de ondervraagde eigenaren met een beantwoorde hypotheekvraag heeft 23% geen hypotheek meer. Bij huurders ontvangt 54% huurtoeslag.

De vergelijking maakt huurders tot een belangrijke aandachtsgroep binnen het koopkrachtbeleid voor AOW’ers. Zij hebben doorgaans minder mogelijkheden om hun woonlasten zelf te beïnvloeden en bouwen via de woning geen vermogen op. Een toekomstige verdieping van de monitor kan laten zien hoe huurders en kopers verschillen op onderwerpen als rondkomen, bezuinigen en financiële zorgen.

Zorgen over de toekomst zijn breed aanwezig

De meeste respondenten ervaren niet voortdurend financiële zorgen. Ongeveer de helft zegt nooit zorgen te hebben en 41% soms. Regelmatige, frequente of voortdurende zorgen komen bij 9% voor. Dat is een minderheid, maar in absolute aantallen gaat het binnen de beantwoorde groep om 735 mensen.

Wanneer specifiek wordt gevraagd naar toekomstige prijsstijgingen, verandert het beeld sterk. 31% maakt zich daar veel zorgen over en 53% heeft enige zorgen. Samen is dat 85%. Slechts 4% maakt zich helemaal geen zorgen over nieuwe prijsstijgingen.

Zorgen over toekomstige prijsstijgingenGrafiek 7. Zorgen van AOW’ers over toekomstige prijsstijgingen.

Ook de verwachtingen voor de eigen financiële situatie zijn voorzichtig. 27% is tevreden en verwacht dat over drie jaar nog steeds te zijn. Een grotere groep van 34% is nu tevreden, maar maakt zich zorgen over de toekomst. Nog eens 29% redt het financieel, maar moet goed opletten bij extra uitgaven naast de vaste lasten.

Financiële zorgen hebben volgens de helft van de respondenten ten minste enige invloed op geluk en gezondheid. 11% noemt die invloed sterk en 39% enigszins. Daarmee raakt koopkracht niet alleen de bankrekening, maar ook het gevoel van zekerheid en welzijn.

Vindt de AOW de stijgende kosten voldoende bij?

Bijna twee derde van de respondenten vindt dat de AOW onvoldoende meestijgt met de kosten van levensonderhoud. 18% vindt de stijging wel voldoende en 17% weet het niet. Deze uitkomst sluit direct aan bij de ervaren koopkrachtdaling. Ook wanneer de AOW volgens de wettelijke koppeling stijgt, kan het beeld ontstaan dat de uitkering achterblijft bij kosten die ouderen relatief vaak maken.

De samenstelling van het uitgavenpakket is daarbij belangrijk. Ouderen geven gemiddeld een ander deel van hun inkomen uit aan wonen, zorg en energie dan jongere huishoudens. Wanneer juist deze posten sneller stijgen, kan de persoonlijke inflatie hoger voelen dan het algemene inflatiecijfer.

Werken na de AOW is meestal een positieve keuze

Een kleiner onderdeel van het onderzoek gaat over werken na de AOW-leeftijd. Van de deelnemers die deze vraag beantwoordden, werkt 7% betaald naast de AOW en 13% als vrijwilliger. De betaalde werkenden werken meestal in beperkte omvang: 38% minder dan acht uur per week en 34% tussen negen en zestien uur.

Financiële noodzaak speelt bij een deel van de werkenden mee, maar is niet de belangrijkste reden. 28% werkt om financieel rond te komen en 25% voor extra bestedingsruimte. Maar liefst 75% zegt vooral te werken omdat het werk leuk is en men actief wil blijven. Sociale contacten worden door 35% genoemd.

Voor 78% heeft het werk een positief effect op het geluksgevoel. Bijna twee derde zou bovendien blijven doorwerken wanneer de AOW of het pensioen hoger zou zijn. Dat laat zien dat werken na de AOW-leeftijd vaak niet alleen een financiële keuze is, maar ook samenhangt met zingeving, activiteit en sociale contacten.

Spaargeld en nalaten: grote verschillen tussen AOW’ers

De financiële buffers lopen sterk uiteen. Van de respondenten die de vraag over spaargeld beantwoordden, heeft 14% geen spaargeld en 15% minder dan € 5.000. Aan de andere kant zegt 7% meer dan € 100.000 aan spaargeld te hebben. 15% wilde het bedrag liever niet noemen.

Ook bij nalaten is het beeld verdeeld. Voor 43% is geld nalaten belangrijk en financieel ook mogelijk, of is dit al geregeld. Nog eens 36% wil graag iets nalaten, maar zegt dat dit financieel niet of nauwelijks mogelijk is. Voor 21% is nalaten niet belangrijk of zijn er geen nabestaanden.

Deze uitkomst onderstreept dat AOW’ers geen homogene groep vormen. Een deel heeft een afgeloste woning, aanvullend pensioen en een ruime buffer. Een ander deel leeft vrijwel uitsluitend van AOW, huurt een woning en heeft weinig of geen spaargeld. Gemiddelde cijfers kunnen die verschillen gemakkelijk verhullen.

Conclusie en onderzoeksverantwoording

De AOW Koopkrachtmonitor 2026 laat drie zaken duidelijk zien. Ten eerste is de ervaren koopkrachtdaling zeer breed: 85% merkt een achteruitgang. Ten tweede leidt die druk tot concreet gedrag, zoals bezuinigen, aankopen uitstellen en minder activiteiten ondernemen. Ten derde zijn de gevolgen ongelijk verdeeld. Vooral huurders en mensen zonder financiële buffer lijken kwetsbaar wanneer kosten verder stijgen.

Tegelijkertijd is het belangrijk om het beeld niet zwaarder te maken dan de uitkomsten toelaten. Twee derde kan nog gemakkelijk of redelijk rondkomen en ongeveer de helft heeft nooit financiële zorgen. Het onderzoek laat dus geen situatie zien waarin alle AOW’ers in financiële problemen verkeren. Het toont wel een grote groep die onzekerheid ervaart en weinig ruimte heeft om nieuwe tegenvallers op te vangen.

AOW.nu zal de komende maanden verschillende onderdelen van de monitor verder uitwerken. Daarbij komen onder meer de verschillen tussen huurders en huiseigenaren, de gevolgen van prijsstijgingen, bezuinigingen, werken na de AOW en de wens om geld na te laten aan bod.

Over de AOW Koopkrachtmonitor 2026

De AOW Koopkrachtmonitor 2026 is in juni 2026 uitgevoerd door AOW.nu. In totaal namen 10.339 AOW’ers uit alle Nederlandse provincies deel. De deelnemers beantwoordden vragen over hun woonsituatie, inkomen, pensioen, spaargeld, woonlasten, koopkracht, bezuinigingen en financiële verwachtingen.

Niet iedere vraag is door alle deelnemers beantwoord. De algemene profielvragen hebben 10.339 antwoorden. De uitgebreide financiële vragen zijn door 8.119 deelnemers ingevuld. Vragen over huur, hypotheek en werken naast de AOW zijn alleen getoond aan de relevante groepen. Daarom wordt bij grafieken en percentages waar nodig een afzonderlijk aantal respondenten vermeld.

Het onderzoek is gebaseerd op zelfrapportage. De resultaten geven weer hoe deelnemers hun financiële situatie en koopkracht ervaren. Het onderzoek is geen berekening van de officiële koopkrachtontwikkeling per huishouden en is niet gewogen naar de volledige Nederlandse AOW-populatie. Door het grote aantal deelnemers biedt de monitor wel een omvangrijk en gedetailleerd beeld van wat er binnen de achterban van AOW.nu leeft.

Over AOW.nu

AOW.nu is een Nederlands seniorenplatform dat sinds 2018 actief is. Het platform informeert een achterban van ruim 450.000 AOW’ers over onder meer de hoogte en betaaldata van de AOW, pensioenen, koopkracht, zorg, wonen en praktische seniorenvoordelen.

Meer lezen op AOW.nu

Bekijk de actuele AOW-bedragen

Lees meer over AOW-vakantiegeld