Alles wat senioren moeten weten over de Voorjaarsnota van 2026
De Voorjaarsnota is voor iedereen Nederland een belangrijk politiek moment. Immers, daarin zijn de plannen, inkomsten en uitgaven voor het daaropvolgende jaar vermeld. Hieronder treft u o.a. een aantal punten uit de Voorjaarsnota en de bespreking daarvan aan.
Klik snel door naar:
- Waartoe dient de Voorjaarsnota?
- Voorwoord
- Inleiding
- Begroting bevat weinig financiële reserve om nieuwe crisis op te vangen
- Meevallers en tegenvallers
- Debat Voorjaarsnota 2026
- FNV-reactie op Voorjaarsnota: ‘rekening eenzijdig bij werkenden en uitkeringsgerechtigden
Waartoe dient de Voorjaarsnota?
In de Voorjaarsnota staat hoe het gaat met de inkomsten van uitgaven van het Rijk. Er wordt gekeken of er financiële mee- of tegenvallers zijn. Ook wordt gekeken of de diverse posten overeenkomen met wat de ministeries hebben afgesproken in de Rijksbegroting over het lopende jaar. Overleg vindt plaats of er wijzigingen nodig zijn in de begroting van het lopende jaar. Indien dat zo is, sturen de ministeries extra begrotingswetten met de Voorjaarsnota mee. Deze wetsvoorstellen moeten door de Eerste en Tweede Kamer geaccordeerd worden. Bij goedkeuring van de wetsvoorstellen, is de Rijksbegroting daarmee aangepast.
De Voorjaarsnota vermeldt ook plannen, inkomsten en uitgaven voor het daaropvolgende jaar en geeft vaak al inzicht in de hoofdlijnen van de komende Miljoenennota. Het resultaat is dat de Eerste en Tweede Kamer al in juni weten welke plannen op Prinsjesdag worden gepresenteerd. Ook hebben ze daardoor informatie over wat deze plannen betekenen voor de financiën van de overheid in de komende jaren.
Kijk hier voor ons bericht over de Voorjaarsnota van vorig jaar.
Voorwoord bij de Voorjaarsnota 2026
Deze Voorjaarsnota verschijnt aan de start van deze kabinetsperiode en is daarmee ook de Startnota van het kabinet: de vertaling van de financiële afspraken uit het coalitieakkoord.
De Voorjaarsnota wordt gepresenteerd tegen de achtergrond van een onrustige geopolitieke wereld. De oorlog in het Midden-Oosten kan grote economische gevolgen hebben. Hier bereiden we ons op voor door verschillende scenario’s in kaart te brengen en instrumenten klaar te zetten om economische schokken op te vangen.
Nederland staat voor grote uitdagingen. We moeten meer verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen veiligheid en welvaart. Daarnaast willen we stappen zetten op belangrijke dossiers als stikstof en woningbouw. Ook de vergrijzing vraagt om een ambitieuze aanpak zodat onze publieke voorzieningen toegankelijk en betaalbaar blijven.
Het kabinet houdt vast aan trendmatig begrotingsbeleid. Dit betekent dat er gedurende de kabinetsperiode vaste kaders voor de inkomsten en uitgaven gelden. Die kaders staan in deze Voorjaarsnota. Zo laat het kabinet zien hoeveel we per jaar gaan uitgeven en hoe we dat geld ophalen. Burgers en bedrijven weten zo waar ze aan toe zijn de komende jaren.
Trendmatig begrotingsbeleid werkt tevens als een schokdemper in turbulente economische tijden. Juist nu is dat van groot belang, nu er een oorlog is uitgebroken in het Midden-Oosten en ook Oekraïne nog steeds te maken heeft met Russische agressie. De economische vooruitzichten voor Nederland zijn hierdoor omgeven met onzekerheid. Stijgende energieprijzen werken door in onze economie. We moeten er rekening mee houden dat de situatie verder kan verslechteren, waardoor economische groei, inflatie en het reeds te hoge begrotingstekort verder onder druk komen te staan.
De impact van recente geopolitieke spanningen is nog niet meegenomen in deze Voorjaarsnota. Wel zijn de financiële afspraken uit het coalitieakkoord verwerkt en zijn aanpassingen gedaan in de rijksbegroting op basis van de laatste economische cijfers van het Centraal Planbureau. Nieuwe tegenvallers en meevallers op de lopende begroting zijn verwerkt, waaronder een grote tegenvaller in de sociale zekerheid. Het beeld vraagt om keuzes in de inkomsten en uitgaven. Dit gebeurt in samenspraak met het parlement.
Het begrotingstekort is nu te hoog, maar blijft onder de Europese grens van 3% van het bbp. Met de kaders uit de Startnota koerst het kabinet op een lager tekort van 2,1% van het bbp in 2030. De staatsschuld blijft de komende jaren onder de 50% van het bbp en daarmee ook binnen de Europese grenzen. Door de overheidsuitgaven te beheersen helpt het kabinet Nederland vooruit, zodat ook toekomstige generaties in een veilig en welvarend land kunnen wonen. Tegelijkertijd bereiden we ons gezien de onrust in de wereld voor op alle mogelijke scenario’s. De budgettaire ruimte is daarbij beperkt en zal om keuzes vragen.
De minister van Financiën, Eelco Heinen
N.B. Dit artikel is, vanwege de impact ervan, één-op-een overgenomen uit de Voorjaarsnota. Onze dank aan open.overheid.nl.
Inleiding bij de Voorjaarsnota 2026
In de Voorjaarsnota is de Startnota van het kabinet Jetten geïntegreerd. De Startnota is een vertaling van de financiële afspraken uit het coalitieakkoord. Gezonde overheidsfinanciën zijn belangrijk voor macro-economische stabiliteit en zorgen voor een goed investeringsklimaat. Door prudent begrotingsbeleid is de kredietwaardigheid van Nederland hoog. Hierdoor betaalt Nederland een lage rente op leningen en ontstaat er ruimte om te investeren. Dit draagt bij aan economische groei, wat nodig is om onze voorzieningen te kunnen betalen. In het coalitieakkoord zijn afspraken gemaakt om de overheidsfinanciën op orde te houden en om geen rekeningen door te schuiven naar de toekomst.
De onzekerheid in de wereld is op dit moment groot. De grootste bronnen van onzekerheid zijn het conflict in het Midden-Oosten, de voortdurende Russische agressie in Oekraïne en het beleid rondom importheffingen vanuit de Verenigde Staten. De spanningen beïnvloeden de Nederlandse samenleving en economie op verschillende manieren. In economische onzekere tijden probeert het kabinet stabiliteit te bieden. De effecten van de recente ontwikkelingen zijn nog geen onderdeel van de ramingen onder liggend aan deze Voorjaarsnota.
Om de uitdagingen voor de toekomst aan te pakken, maakt dit kabinet keuzes. De komende jaren zijn grote investeringen in defensie noodzakelijk. Ook de structurele uitdagingen van de energietransitie en de kosten van de vergrijzing vragen om een ambitieuze aanpak. Dit kabinet wil daarnaast doorbraken bereiken op het gebied van zowel stikstofbeleid als de woningmarkt. Deze ambities vragen om moeilijke keuzes en hervormingen, zowel door bezuinigingen aan de uitgavenkant als lastenverhogingen, zoals afgesproken in het coalitieakkoord.
Door de overheidsfinanciën op orde te houden wil het kabinet voorkomen dat toekomstige generaties de rekening betalen. Hiervoor is het belangrijk dat er trendmatig begrotingsbeleid wordt gevoerd en dat de Europese begrotingsregels in acht worden genomen. Ondanks de voorgenomen maatregelen stijgt de schuld op de lange termijn sterker dan in de vorige raming van het Centraal Planbureau (CPB) in september 2025. Bij trendmatig begrotingsbeleid hoort voldoende afstand tot de Europese referentiewaarde voor het tekort van 3% van het bbp. Door afstand te creëren, zorgen we ervoor dat er een buffer is voor economische tegenwind en onvoorziene situaties, zeker in deze onzekere geopolitieke tijden.
Zoals vastgelegd in het coalitieakkoord voert het kabinet trendmatig begrotingsbeleid. De begrotingsregels van dit kabinet zijn onderdeel van de Startnota. Onderdeel van trendmatig begrotingsbeleid zijn onder andere een scheiding tussen uitgaven en inkomsten en één hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar. Dit betekent dat hogere uitgaven worden gedekt door uitgaven elders op de begroting te verlagen en niet door de lasten daarvoor te verhogen. Dit betekent ook dat beleidsmatige aanpassingen aan de inkomstenkant gecompenseerd dienen te worden met inkomstenmaatregelen.
Begroting bevat weinig financiële reserve om nieuwe crisis op te vangen
Allereerst: het begrotingstekort blijft volgend jaar met 2,9 procent nét binnen de Europese begrotingsregels. Toch geeft dat geen zekerheid voor de toekomst, omdat de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten nog niet in deze ramingen zijn meegenomen.
“De internationale situatie verslechtert in een hoog tempo”, zegt minister Heinen van Financiën. “Dat maakt de Voorjaarsnota al achterhaald als ik ‘m publiceer.”
We hebben het inmiddels al vaker gehoord. Het conflict in het Midden-Oosten raakt ons allen ook economisch. Dat betekent dat de ramingen van de Voorjaarsnota, waarschijnlijk snel aan verandering toe zijn. De hoge energieprijzen bijv. geeft het kabinet grote druk de hoge energieprijzen te compenseren. En dat kost miljarden.
Hier werd al eerder over gediscussieerd, maar het kabinet is nog niet tot dergelijke maatregelen overgegaan. De motivatie daartoe was dat de situatie de komende maanden nog wel eens zou kunnen verslechteren. Minister Heinen heeft voorkeur voor het helpen van mensen en bedrijven die het hardst geraakt worden. Op dit moment wordt gewerkt aan een overzicht met mogelijike steunopties. Dit moet binnen een maand in de Kamer ‘op de mat liggen’, zodat dit bij het debat over de Voorjaarsnota aan de orde kan komen.
Bovendien zou introduceren van een compensatie kunnen betekenen dat Nederland zich niet zou kunnen houden aan de Europese begrotingsregels van maximaal 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en een totale overheidsschuld van maximaal 60 procent. In Nederland bedraagt de staatsschuld 50 procent van het bbp. Dat betekent dat Nederland daarmee ruim aan de voorwaarden voldoet.
In het coalitieakkoord werd afgesproken de financiën nauwlettend te bewaken. Minister Heinen beantwoordt de vraag dan ook niet of het voor het kabinet toch een optie is de begrotingsgrens te overschrijven. “Ik ga er nog niet op vooruit lopen”, zegt Heinen. “Ik breng nu in kaart hoe de internationale situatie zich ontwikkelt en wat de effecten zijn op de Nederlandse economie, wat het doet met de koopkracht en de bedrijven.”
De komende jaren zijn forse investeringen nodig in defensie en economie. Nederland moet veilig en welvarend blijven. Grote stappen moeten worden gezet op het stikstofbeleid en de woningmarkt. De vergrijzing heeft een doelgerichte aanpak nodig. Immers, de publieke voorzieningen moeten toegankelijk en betaalbaar blijven. Dit gehele pakket heeft keuzes en hervormingen nodig.
Het kabinet wil zich houden aan de Europese begrotingsregels en voert een trendmatig overheidsbeleid. Daarmee moet voorkomen worden dat toekomstige generaties de rekening betalen. Dit begrotingsbeleid is belangrijk voor economische stabiliteit en een goed investeringsklimaat. Bovendien draagt het bij aan de beheersing van de overheidsfinanciën en werkt daarmee als een schokdemper in economisch onzekere tijden. Te denken valt daarbij aan de situatie in het Midden-Oosten. De gevolgen voor de economie zijn nog niet duidelijk. Gevolg zou kunnen zijn dat de situatie verder verslechtert, uitmondend in het onder druk komen te staan van de economische groei, de inflatie en het begrotingstekort. Het kabinet bereidt zich voor op maatregelen om deze economische schokken op te vangen.
Meevallers en tegenvallers
- De zorgkosten blijken 800 miljoen tot 1 miljard minder, zo wordt ingeschat. Stijgende zorgkosten door onder meer vergrijzing en hoger zorggebruik, wil het kabinet dempen. De premiebetaler gaat weinig van de meevaller merken. De premie daalt weliswaar. Daar tegenover staat echter een belastingverhoging. Deze meevaller is nodig om tegenvallers, bij met name de sociale zekerheid, op te vangen.
- De inkomstenbelastingen brengen dit jaar meer geld in de schatkist, omdat de economie iets harder groeit dan verwacht.
- Voor wat de inkomsten betreft, meldt de Voorjaarsnota een flinke meevaller. Naar verwachting komt 5 miljard meer binnen dan was begroot, dit vanwege de winstbelasting voor bedrijven. Zeker is dit echter nog niet, de oplopende energieprijzen kunnen deze inschatting negatief beïnvloeden.
- Een structurele tegenvaller (zo’n 3 miljard) was het feit dat meer mensen arbeidsongeschikt zijn dan verwacht. Bovendien bleek de opvang van Oekraïense vluchtelingen en statushouders veel meer te kosten dan verwacht, omdat de verwachte instroom hoger blijkt dan gedacht.Het geld uit de begroting bleek daarmee niet voldoende. Ook blijken de kosten voor opvang van Oekraïeners hoger. Derhalve is een dringend beroep op gemeenten gedaan om noodopvang te organiseren. Noodopvang blijkt veel duurder dan reguliere opvang.
- Minder geld belandt in de schatkist omdat de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de gesubsidieerde hulp in huishoudens (Wmo) met een jaar wordt uitgesteld. De geplande uitname uit het gemeentefonds van 266 miljoen in 2027 wordt om die reden teruggedraaid en gaat pas in vanaf 2028.
- ‘Bedrag ineens’ in het pensioenstelsel is weer uitgesteld. De Voorjaarsnota vermeldt dat het kabinet de ingangsdatum doorschuift van juli 2026 naar 1 januari 2029. Dit heeft grote gevolgen voor de rijksbegroting. Het later ontvangen van de belastinginkomsten uit deze opnames, kost de schatkist ongeveer 65 miljoen euro gedurende de periode 2026-2028, zo de Voorjaarsnota. Voor de ontvangers van deze eenmalige uitkering zijn er straks echter ook consequenties aan verbonden. De eenmalige inkomenspiek kan ertoe leiden dat zorg- en huurtoeslag vervallen. Daardoor kan het voordeel voor lagere en middeninkomens slechts beperkt zijn. Bovendien wordt de maandelijkse pensioenuitkering structureel lager, omdat er immers al 10 procent uitgekeerd is. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal de Tweede Kamer nog nader informeren over het uitstel en het verdere wetgevingstraject.
- Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening wordt per 1 januari 2029 wordt geschrapt binnen de Wmo. Dat betekent dat mensen die dat kunnen, de huishoudelijke hulp zelf gaan betalen. Vanaf 1 januari 2029 stopt de overheid 1 miljard minder in het gemeentefonds. Voor mensen die de huishoudelijke hulp niet zelf kunnen betalen, dient de gemeente daarin te voorzien. De overheid geeft echter aan dat de beoogde besparing van 1 miljard euro taakstellend is.
- Het afpakken van crimineel vermogen verloopt minder als gehoopt. Dat betekent een tegenvaller van 284 miljoen euro.
- Asielopvang en WIA-uitkeringen vallen op termijn miljarden hoger uit dan verwacht. Voor de WIA is in 2026 een bedrag van 285 miljoen meer nodig dan eerder werd aangenomen. Voor 2031 is de raming van de extra kosten zelfs ruim 1 miljard euro. De stijging van de kosten moet vooral gezocht worden in een grotere instroom. Steeds meer mensen vallen uit wegens psychische klachten. Bovendien is er een tekort aan keuringsartsen, waardoor de wachtlijsten langer worden.
- Jaarlijks gaat 170 miljoen gaat naar pandemische paraatheid. Een eerdere bezuiniging wordt deels herzien. De bedrag moet besteed worden aan rioolwateronderzoek en een systeem om bij een epidemie patiënten beter over Nederland te kunnen onderbrengen.
- Bezuinigd gaat er echter worden op o.a. bepaalde medicijnen tegen allergie, die voortaan slechts deels worden vergoed.
Al met al is het geen rooskleurig beeld. Het begrotingstekort loopt in 2026 op tot 2,5 procent van het bruto binnenlands product. Volgend jaar zal dat zelfs richting 2,9 procent gaan. De Europese norm is 3 procent. Al met al heeft het kabinet voor zo’n 3 miljard aan tegenvallers te verwerken. Daarbij zijn de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten nog niet meegenomen,
Minister Heinen geeft aan dat het beeld eerder zal verslechteren dan verbeteren. Als Nederland ook te maken krijgt met een economische schok door de oorlog in het Midden-Oosten, kan het financieel krap worden. In de cijfers en ramingen uit de Voorjaarsnota is nog geen rekening gehouden met de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten. Al met al veel onzekerheid dus. Daarop moeten we ons voorbereiden, meent minister Heinen. Het kabinet geeft al langer aan dat er weinig financiële mogelijkheden zijn om de gevolgen van de onrust voor de portemonnee van de burgers te verzachten.
Minister Heinen benadrukt het belang van vaste uitgavenkaders. Daarbij worden tegenvallers opgevangen door besparingen elders. Het tekort daalt in goede tijden. Het tekort stijgt in economisch moeilijkere tijden. Zo werkt de begroting als een ‘schokdemper’. De huidige onzekerheid maakt dit extra belangrijk, zo de minister.
Normaliter is de Voorjaarsnota een bijstelling van de begroting. Omdat het nieuwe kabinet pas onlangs is gestart, bevat de Voorjaarsnota dit jaar vooral de financiële uitwerking van het coalitieakkoord van het kabinet.
Debat Voorjaarsnota 23 april 2026 (bron: tweedekamer.nl)
De Kamer debatteert met minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg van Financiën over aanpassingen aan de lopende begroting.
Minister Heinen meldt dat de Voorjaarsnota de vertaling van het coalitieakkoord is. In de Voorjaarsnota worden antwoorden gezocht voor de uitdagingen waar Nederland voor staat. Maar de nota is ook alweer ingehaald door de actualiteit, erkent hij: het conflict in het Midden-Oosten zorgt voor stijgende energieprijzen en heeft een effect op de koopkracht.
Overheidsfinanciën
Eerdmans (JA21): met een begrotingstekort voor 2027 van 2,9 procent van het bbp (maximale toegestane grens is een tekort van 3 procent) is dit balanceren op het randje. Hij meent dat de overheid moet durven snijden in eigen vlees.
Van Eijk (VVD): meent dat het kabinet financieel degelijk beleid levert. De overheidsuitgaven stijgen in 2026 naar 486 miljard en de groei zal doorzetten. Er mag dus geen sprake zijn van achterover leunen.
Dekker (FVD): weliswaar gaat het goed met de overheidsfinanciën. Dat geldt niet voor de burger, daar gaat het steeds slechter mee. De inspanning van het kabinet is volgens hem vooral gericht op het voldoen aan begrotingsafspraken. Het kabinet moet meer oog hebben voor de burger.
Heinen (minister van Financiën): tekorten zijn hoog, schulden lopen op en rekeningen moeten worden betaald, inclusief rente. Belangrijk is het daarom te voldoen aan Europese begrotingsregels en daarbij horen ook scherpe keuzes.
Koopkracht
Ergin (DENK): tanken, boodschappen en vakanties worden duurder. Het eigen risico stijgt. De oplossingen van het kabinet zijn een doekje voor het bloeden: echt perspectief op meer koopkracht ontbreekt.
Stultiens (GroenLinks=Pvd): hier wordt de rekening vooral bij werkenden neergelegd. Een forse koerswijziging is nodig.
Markuszower (groep Markuszower): de Nederlander huilt bij de pomp, de kassa en bij het invullen van de belastingaangifte. Het wordt hoog tijd voor lastenverlichting.
Heinen (minister van Financiën): kabinet, Kamer en werkgeversorganisaties zijn in gesprek over eventuele verdere koopkrachtmaatregelen. In augustus komt er een voorstel.
Eerenberg (staatssecretaris van Financiën): de belastingaangifte is voor veel Nederlanders juist een meevaller: zij krijgen namelijk geld terug.
Energiecrisis
Van Dijck (PVV): bij het schrijven van de Voorjaarsnota leek er niets aan de hand. Inmiddels hebben we een oorlog in Iran. Nu zitten we met de grootste energiecrisis ooit. Het kabinet moet voorrang geven aan betaalbare brandstof en een behapbare energierekening.
Teunissen (Partij voor de Dieren): de energiecrisis is eigenlijk een fossiele crisis. Dringend vereist is nu een snelle overstap naar groene en hernieuwbare energie en het verminderen van grondstoffen.
Vermeer BBB): vraagt hoeveel extra btw-inkomsten de overheid genereert door de energiecrisis.
Eerenberg, staatssecretaris van Financiën: het exacte bedrag is moeilijk vast te stellen. De cijfers over het eerste btw-kwartaal komen eind april binnen en worden daarna met de Kamer gedeeld. Daarbij worden ook de verkoopvolumes inzichtelijk gemaakt.
Zorg en sociale zekerheid
Dijk (SP): een stijging van de AOW-leeftijd en bezuinigingen van miljarden op zorg en sociale zekerheid. Zo wordt de welvaartsstaat kapot bezuinigd.
Grinwis (ChristenUnie): spoort het kabinet aan de half miljard euro aan bezuinigingen op de gehandicaptenzorg terug te draaien. Hij benadrukt dat we de plicht hebben om te zorgen voor mensen met een beperking.
Van Brenk (50PLUS): vindt dat sommige maatregelen te ver gaan, zoals bijv. de verhoging van de AOW-leeftijd en het eigen risico.
Keijzer ((Kamerlid): vreest dat met zo’n 1,5 miljoen mensen die niet of nauwelijks bijdragen aan de economie, het sociale stelsel niet houdbaar is.
Van Dijk (CDA): de bezuining op pro-actieve dienstverlening moet geschrapt worden. Door inwoners te attenderen op de ondersteuning en de financiële regelingen waarop zij recht hebben, kan de overheid voorkomen dat mensen onnodig in financiële problemen geraken.
Heinen (minister van Financiën): omdat er weinig draagvlak is voor de bezuiniging, werkt het kabinet op dit moment aan een alternatief voorstel.
Defensie
Oosterhuis (D66): de extra investeringen in Defensie zijn verstandig. Hij vraagt: hoe gaat het kabinet erop toezien dat dat geld aan de juiste zaken wordt besteed en niet alleen maar leidt tot hogere prijzen?
Heinen (minister van Financiën): het kabinet heeft oog voor de doelmatigheid van de defensiebestedingen. Hij zet daarom ook in op Europese gezamenlijke inkoop van materieel en munitie. Uiteindelijk moet hetzelfde budget immers meer veiligheid opleveren.
Dassen ( Volt): de vrijheidsbijdrage wordt meer neergelegd bij mensen met een lager inkomen. Vermogenden worden ontzien, benadrukt hij en geeft aan dat dit rechtvaardiger moet.
Ontwikkelingssamenwerking
Flach (SGP): vindt het een cynische aanpassing dat volgend jaar 419 miljoen euro wordt geschrapt op de begroting voor ontwikkelingssamenwerking.
De Kamer stemt op 12 mei over de tijdens het debat ingediende moties. Over de amendementen wordt naar verwachting op 9 juni gestemd.
FNV-reactie op Voorjaarsnota: ‘Rekening eenzijdig bij werkenden en uitkeringsgerechtigden
Werken met lonen. Deze coalitie beloont alleen de allerrijksten.’
Terwijl de onrust en onzekerheid toenemen als gevolg van de oorlogen, gaat deze coalitie onverminderd door met het voorstellen van bezuinigingen ten koste van de gemeenschap. ‘Ik zie dat D66, VVD en CDA besluiten dat elke rekening eenzijdig door de werkende opgehoest moet worden’, reageert Dick Koerselman, interim-voorzitter FNV.
‘De rekening van de plannen van deze minderheidscoalitie komt onevenredig zwaar eenzijdig bij werkenden, gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden te liggen. Naast de aanval op de verzekeringen voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, ónze sociale zekerheid, zijn dat de zorgbezuinigingen en de plannen om mensen nog later met AOW te laten gaan.’ Dit zijn de bovenstaande passages van dit artikel van fnv.nl.
Koerselman geeft aan: ‘Het kabinet doet alsof ze zich genoodzaakt voelen om de AOW, WW en WIA en de zorg af te breken, maar dat is een fabel. Het is een politieke keuze. Er wordt namelijk helemaal niks extra’s gevraagd van de bedrijven en de allerrijksten. Werkenden, uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden leveren van alles in om alle rekeningen te betalen van de plannen van deze minderheidscoalitie. Aandeelhouders, winsten en grote vermogens blijven tegelijkertijd totaal buiten beschouwing. Werken moet lonen? Deze coalitie beloont alleen de mensen die al rijk zijn. De zwakste schouders moeten van dit kabinet de zwaarste lasten dragen. De FNV werkt daar niet aan mee.’
‘Dit is precies waarom wij hebben gezegd: wij gaan niet in overleg met dit kabinet totdat deze plannen van tafel zijn. Ze luisteren niet en denderen door met hun oneerlijke voorstellen. Wij gaan dit niet accepteren. De actievoorbereidingen zijn al in volle gang. Op 1 mei, De Dag van de Arbeid, in Amsterdam komen we samen om een signaal af te geven. Dat wordt een strijdbaar signaal’, concludeert Koerselman. ‘De toekomst is van ons, samen stoppen we de afbraak.’
(bronnen: nos.nl, nu.nl, rijksoverheid.nl, rtl.nl, binnenlandsbestuur.nl, tweedekamer.nl, fnv.nl)
Lees meer over:


