Onderzoek naar verlaging AOW-leeftijd door tragere stijging levensverwachting

De levensverwachting in Nederland stijgt minder hard dan in het verleden. Die ontwikkeling heeft geleid tot vragen in de politiek over de koppeling tussen levensverwachting en de AOW-leeftijd. Moet de AOW-leeftijd omlaag als mensen gemiddeld minder lang leven? Die vraag stond centraal in een recent onderzoek van het kabinet, op basis van cijfers en prognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Voor AOW’ers is dit geen abstracte discussie. De uitkomst raakt direct aan de betaalbaarheid, voorspelbaarheid en betrouwbaarheid van de AOW, nu en in de toekomst. In dit artikel zet AOW.nu uiteen wat de aanleiding was voor het onderzoek, welke scenario’s zijn bekeken, wat de mogelijke gevolgen zijn voor AOW’ers en waarom het verlagen van de AOW-leeftijd uiteindelijk geen verstandige keuze is.

Snel naar:




Waarom dit onderzoek er kwam

De afgelopen decennia is de levensverwachting in Nederland vrijwel onafgebroken gestegen. Op basis daarvan is de AOW-gerechtigde leeftijd stap voor stap verhoogd en vanaf 2026 voor tweederde gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. Die koppeling moet ervoor zorgen dat de AOW ook op langere termijn betaalbaar blijft.

De afgelopen jaren is echter een verandering zichtbaar. Volgens cijfers en langetermijnprognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek stijgt de levensverwachting nog wel, maar duidelijk minder hard dan in het verleden. Tijdens de coronaperiode was zelfs sprake van een tijdelijke daling. Die ontwikkeling leidde in de Tweede Kamer tot vragen: wat gebeurt er met de AOW-leeftijd als de levensverwachting niet verder stijgt, of op termijn zelfs daalt?

Naar aanleiding van een motie uit de Kamer heeft het kabinet daarom laten onderzoeken of een daling van de levensverwachting aanleiding zou moeten zijn om ook de AOW-leeftijd te verlagen. De resultaten van deze scenarioverkenning zijn vastgelegd in een Kamerbrief van januari 2025.

Levensverwachting Nederland volgens CBS

Wat precies is onderzocht

In het onderzoek zijn verschillende scenario’s doorgerekend. Daarbij is gekeken naar een kortstondige daling van de levensverwachting, zoals tijdens de coronapandemie, en naar een hypothetisch scenario waarin de levensverwachting structureel zou stagneren of dalen.

Belangrijk is dat het kabinet niet alleen keek naar de technische koppeling tussen levensverwachting en AOW-leeftijd, maar ook naar de gevolgen voor de betaalbaarheid van de AOW en de voorspelbaarheid voor burgers. De centrale vraag was of het wenselijk en verstandig is om de huidige systematiek aan te passen, zodat de AOW-leeftijd ook omlaag kan als de levensverwachting minder hard stijgt.

Op basis van recente CBS-prognoses concludeert het kabinet dat er op dit moment geen aanwijzingen zijn voor een structurele daling van de levensverwachting. De huidige systematiek wordt als robuust en toekomstbestendig beoordeeld, met voldoende ruimte om in uitzonderlijke situaties maatwerk te leveren.

Het mogelijke gevolg van een lagere AOW-leeftijd

Hoewel het onderzoek laat zien dat een verlaging van de AOW-leeftijd niet aan de orde is, is het belangrijk om stil te staan bij de mogelijke gevolgen als zo’n verlaging er wel zou komen.

Een lagere AOW-leeftijd betekent dat meer mensen tegelijk recht krijgen op een AOW-uitkering. De AOW wordt echter betaald uit de gezamenlijke middelen van werkenden en de overheid. Die pot groeit niet automatisch mee. Door de vergrijzing neemt het aantal AOW’ers al sterk toe, terwijl het aantal werkenden relatief afneemt.

Meer AOW’ers bij een lagere AOW-leeftijd betekent daarom meer druk op de financiering. Dat kan op termijn leiden tot lagere uitkeringen, hogere lasten of aanvullende maatregelen die juist AOW’ers raken. Voor mensen die nu al AOW ontvangen, is dat een reëel risico.

Meer over de invloed van de levensverwachting op de AOW-leeftijd.

Welke opties er op tafel liggen

In de discussie over de toekomst van de AOW zijn grofweg drie beleidsrichtingen denkbaar.

De eerste optie is het handhaven van de huidige systematiek. De AOW-leeftijd blijft gekoppeld aan de levensverwachting, met een aankondigingstermijn van vijf jaar en zonder automatische verlaging bij tijdelijke schommelingen. Dit zorgt voor rust, duidelijkheid en voorspelbaarheid.

Een tweede optie is het invoeren van een zogenaamde gespiegelde koppeling, waarbij de AOW-leeftijd ook kan dalen als de levensverwachting sterk afneemt. Het kabinet laat zien dat hiervoor een zeer zware en langdurige daling nodig zou zijn. Bovendien brengt deze optie budgettaire risico’s en onzekerheid met zich mee. Dit zou echter alleen in extreme situaties een optie zijn.

De derde optie ligt buiten de AOW-leeftijd zelf, maar raakt wel direct AOW’ers: aanvullende maatregelen om de AOW betaalbaar te houden, zoals aanpassingen in de belasting- en premiesystematiek. Een voorbeeld daarvan is de discussie over het afschaffen van de AOW-premievrijstelling, waarbij AOW’ers weer premie zouden gaan betalen over hun inkomen.

Waarom sommige discussies haaks op elkaar staan

Juist die laatste optie laat zien hoe tegenstrijdig sommige voorstellen kunnen zijn. Enerzijds wordt gesproken over het verlagen van de AOW-leeftijd, wat leidt tot meer AOW-gerechtigden en hogere uitgaven. Anderzijds wordt verkend of AOW’ers financieel meer moeten bijdragen, bijvoorbeeld door het afschaffen van de AOW-premievrijstelling.

Uit eerdere analyses blijkt dat het afschaffen van die vrijstelling voor veel AOW’ers met een aanvullend pensioen kan leiden tot een forse daling van het netto-inkomen. Voor alleenstaanden met uitsluitend AOW is het effect beperkter, maar ook daar is geen sprake van een structurele oplossing voor de betaalbaarheid.

Deze twee discussies samen maken duidelijk dat het verlagen van de AOW-leeftijd haaks staat op het streven naar financiële stabiliteit en inkomenszekerheid voor AOW’ers.

Wat volgens AOW.nu de beste keuzes zijn

Vanuit het perspectief van AOW’ers zijn stabiliteit en betrouwbaarheid cruciaal. De AOW is geen tijdelijke regeling, maar een levenslange basisvoorziening. Dat vraagt om beleid dat niet meebeweegt met korte termijnschommelingen, maar gericht is op houdbaarheid op lange termijn.

Het handhaven van de huidige koppeling tussen levensverwachting en AOW-leeftijd biedt die stabiliteit. Tegelijk is het verstandig dat de overheid alert blijft en maatwerk toepast in uitzonderlijke situaties, zonder de systematiek fundamenteel te wijzigen. 60-Plussers die nu nog geen AOW krijgen, houden rekening met de nu berekende AOW-leeftijd. Het is dus niet nodig die te verlagen

Voor AOW’ers is het bovendien van belang dat maatregelen om de AOW betaalbaar te houden niet eenzijdig bij hen worden neergelegd, bijvoorbeeld via hogere lasten of lagere netto-inkomens.

Conclusie

Het onderzoek naar een mogelijke verlaging van de AOW-leeftijd is begrijpelijk gezien de minder snelle stijging van de levensverwachting. De uitkomsten laten echter duidelijk zien dat zo’n verlaging op dit moment niet nodig en niet verstandig is.

Een lagere AOW-leeftijd zou de druk op de financiering vergroten en uiteindelijk juist de zekerheid van AOW’ers ondermijnen. De huidige systematiek biedt rust, voorspelbaarheid en ruimte om in te spelen op bijzondere omstandigheden.

Voor AOW.nu staat daarom één conclusie centraal: behoud een stabiele AOW-leeftijd, bewaak de betaalbaarheid en voorkom dat AOW’ers de rekening betalen van tegenstrijdig en kortzichtig beleid.

Lees meer over: