Turbulente tijden voor AOW’ers:
Boodschappenprijzen, inflatie, stijgende zorgpremie en vermogen
De titel zegt het al: het zijn turbulente tijden, ook voor AOW’ers. AOW’ers behoren tot een leeftijdsgroep die niet snel moppert of ‘aan de bel trekt’. AOW’ers bezuinigen in de regel ‘nog liever’ op een aantal basisbenodigdheden, dan hun stem over hun situatie te verheffen of van zich te laten horen. Maar, AOW’ers behoren wel tot de leeftijdsgroep, waarvan de koopkracht slechts gering stijgt, die met sterke bezuinigingen in de zorg wordt geconfronteerd, die met een wijziging in het pensioenstelsel wordt geconfronteerd. Nu zal de kritische lezer zeggen, ‘dat worden we allemaal’. Dat is deels ook zo, maar voor mensen die de samenleving jarenlang hebben gediend, die weinig voor zichzelf eisten en nog steeds niet veel eisen, die nú intensievere zorg nodig hebben, is dit wel een hard gelag.
Klik snel door naar:
- Benzine blijft een jaar langer ‘goedkoop’, maar er is ook slecht nieuws
- Boodschappenprijzen iets minder hard gestegen, Nederlandse prijspeil blijft hoog
- Prijzen zuivel en vlees stijgen door krimpen veestapel
- Zorgpremie gaat mogelijk 700 euro stijgen
- Vorig jaar grootste stijging koopkracht in meer dan 20 jaar
- Zoveel vermogen, spaargeld en schulden hebben AOW’ers gemiddeld
- Doorwerken na AOW of pensioen: dit zijn de regels in 2025
- Overheid mag burgers wijzen op uitkering of toeslag, wens van de Kamer in vervulling
Benzine blijft een jaar langer ‘goedkoop’, maar er is ook slecht nieuws en heel erg slecht nieuws (topgear.nl d.d. 28 augustus 2025)
Vervolgens vult Topgear de titel aan met: ‘tot de campagnetijd is het allemaal goed nieuws, daarna gaat het de verkeerde kant op’. Op dit moment zijn de brandstofprijzen relatief gunstig. Maar dat is eindig. De brandstofaccijnskorting, in april 2022 in het leven geroepen vanwege de oorlog in Oekraïne, was daar debet aan. Een gedeelte van die korting is echter inmiddels alweer verrekend.
Over het tweede deel van die korting is nu duidelijkheid verkregen. Het huidige kabinet wil de korting nog even aanhouden, zo meldt De Telegraaf. Maar wat is het huidige kabinet? Inmiddels hebben al twee partijen de coalitie verlaten. De overige twee partijen moeten ‘even op de winkel passen’, zo verwoordde premier Schoof het.
Zijn alle problemen opgelost nu de brandstof niet duurder wordt? Niet echt, zo verwoordt topgear.nl het en meent dat dit niet zozeer met beleid te maken heeft, maar bijna alle kenmerken van opportunisme lijkt te hebben. Er zijn bijna geen ministers meer. Daarnaast staat is iedereen, enigszins begrijpelijk, volop met de campagne voor de komende verkiezingen bezig. Terugdraaien van de korting wordt wellicht beschouwd als politieke zelfmoord. Die 26 cent per liter zal in elk debat voorbij komen.
Laten we niet te vroeg juichen. Het is namelijk niet zo dat de accijnzen zijn herzien. Nee, de korting wordt gewoon met een jaar verlengd. Dit lastige thema wordt doorgeschoven naar het komende kabinet. De initiatiefnemers kunnen ondertussen pronken met deze maatregel. Waar het geld vandaan moet komen om de korting te verlengen, is overigens niet duidelijk.
Uiteindelijk gaat brandstof heel erg veel duurder worden. Het zal alleen wat langer duren. Ook wordt er, ondanks dringende adviezen van de ANBW, nog niets aan de indexering gedaan. De indexering betreft het aanpassen van de accijnzen op basis van de inflatie. Een toenemende inflatie, betekent een stijgende accijns. Daarover moet ook nog btw worden afgedragen. Dat betekent dat de brandstofprijs behoorlijk zal stijgen. En niet te vergeten, de Europese Unie en de emissierechten. Kort maar krachtig: u moet betalen om CO₂ uit te mogen stoten. Hierdoor zullen brandstofprijzen in elk geval stijgen. In welke mate is nog niet duidelijk. Topgear.nl noemt voor een liter benzine een verhoging van tien tot 45 cent en voor een liter diesel een verhoging van 12 tot 52 cent, plús de accijnskorting van 26 cent per liter, exclusief de indexering. Voor nu lijken de prijzen enigszins betaalbaar. Er lijkt echter een soort ‘perfect storm’ aan te komen waarbij de brandstofprijs ineens flink zal stijgen.
Boodschappenprijzen iets minder hard gestegen, Nederlands prijspeil blijft hoog (NOS nieuws d.d. 02.09.2025)
In augustus 2025 stegen de prijzen met 2,8 procent ten opzichte van augustus 2024, zo blijkt uit een eerste berekening van het CBS over de inflatie. De prijzen van boodschappen, energie, brandstof en diensten stegen iets minder hard dan in juli 2025. Toch is de Nederlandse inflatie nog altijd hoger dan het Europese gemiddelde. Economen menen dat het niet wenselijk is dat de prijsstijging 2 procent overschrijdt.
Voedingsmiddelen, dranken en tabak waren 3,7 procent duurder dan in augustus 2024. De prijzen voor boodschappen stegen iets minder hard dan in augustus 2024. Het percentage was toen 4,1 procent. Dat maakt dat het totale inflatiecijfer daardoor iets lager is.
Het is niet duidelijk of de prijs van boodschappen ook daadwerkelijk minder hard gestegen is. Mogelijk zou ook een stabielere prijs voor tabak de prijsstijging remmen
De verhoging op de accijns op tabak gebeurde inmiddels ruim een jaar geleden. Een plotselinge verhoging is een jaar lang terug te zien in het inflatiecijfer. Dat komt omdat winkeliers hun voorraden goedkopere tabak eerst nog opmaken. Inmiddels zou dat effect verdwenen moeten zijn.
Een prijsstijging is te constateren voor energie ten opzichte van juli 2024.
Prijzen zuivel en vlees stijgen door krimpen veestapel (bron bnr.nl d.d. 28.08.2025))
Naar verwachting worden zuivelproducten, zoals kaas, melk en boter, evenals vleesproducten in de supermarkt de komende jaren nóg duurder door de krimp van de Nederlandse veestapel, aldus ABN Amro. De bank geeft aan dat de zuivel- en vleessector verstoord raakt. Dit komt doordat steeds meer boerenbedrijven gebruik maken van beëindigingsregelingen. ‘Het aanbod van vlees en melk van Nederlandse bodem daalt, wat een prijsopdrijvend effect heeft’, staat in een sectorrapport van de bank.
De stijging is nog niet precies aan te geven. De bank verwacht dat de vleessector de komende jaren geconfronteerd wordt met een daling van het aanbod met 15 tot 18 procent. Een daling van 8 procent in 2030 wordt voor melkkoeien verwacht. Een en ander is het gevolg van overheidsmaatregelen, waardoor honderden boeren stoppen met hun bedrijf.
Een structurele daling in de toelevering van melk maakt dat er overcapaciteit in de zuivelsector ontstaat. De verwachting van ABN Amro is dat hierdoor drie tot vier zuivelfabrieken de deuren moeten sluiten richting 2030. ‘Voor de zuivelindustrie gaan we uit van een krimp van negen procent. Ondanks dat de melkproductie per koe nog iets toeneemt, wordt de zuivelsector dus geconfronteerd met een structurele daling van de melkplas’, aldus sectoreconoom Food & Agri Jelmer Schreurs van ABN Amro. Slachterijen krijgen eveneens te maken met overcapaciteit, waarbij ‘sanering van de slachtcapaciteit onvermijdelijk lijkt’, stelt hij.
‘Wij verwachten dat er overcapaciteit ontstaat, dat locaties gesloten zullen worden en omdat de competitie onder zuivelwerkers toeneemt, is de strijd om de boer volop losgebarsten. Verwerkers zijn dus bereid om de boer meer te betalen voor zijn melk en dit gaat de consument ook merken in de supermarkt.’
Bedrijven die dichterbij de boer staan, zoals slachterijen, zullen harder geraakt worden, aldus Schreurs. De econoom wijst erop dat slachterijen maar beperkte bewegingsvrijheden hebben om zich aan te passen aan die daling van 15 à 18 procent.
Slachterijen zijn sterk kapitaalintensief, aldus Schreurs. Tegelijkertijd opereren ze in een internationale markt waar de marges erg laag zijn: een daling zorgt dus voor overcapaciteit en dat is erg duur voor de sector.
Een oplossing kan volgens de bank zijn dat de vleessector meer vlees uit het buitenland haalt. ‘Een nadeel hiervan kan zijn dat er minder zicht is op de kwaliteit van de producten of dat het type aanbod verandert.’ Een andere ‘interessante oplossing’ zou zijn producten die zowel dierlijke als plantaardige ingrediënten te combineren, zogenoemde hybride producten. Toch lijkt een sanering van de slachtcapaciteit onvermijdelijk, aldus Schreurs.
‘Zo hebben Lidl en Albert Heijn gehakt geïntroduceerd dat voor circa 60 procent uit vlees en voor 40 procent uit plantaardige ingrediënten bestaat. Recent is hybride melk op de markt verschenen waarbij koemelk wordt aangevuld met plantaardige melk’, stelt de bank in zijn rapport. Hoogopgeleide en jonge consumenten zouden zijn ’te porren’ voor deze hybride producten, menen de economen van de bank.
Zorgpremie gaat mogelijk 700 euro stijgen, zo zit dat (bron: metronieuws.nl d.d. 04.09.2025)
“Het lijkt zo’n nobel plan: het eigen risico schrappen. Maar mochten die politieke plannen doorgaan, dan heeft dat impact op je zorgpremie. En niet zo’n beetje ook. De goedkoopste basisverzekering stijgt van 141 euro per maand in 2025 naar 202 euro in 2027. Dat is een verschil van 727 euro in twee jaar tijd.’ Deze alarmerende titel kopt metronieuws op 4 september 2025.
Een en ander zou blijken uit berekeningen van de vergelijkingssite Overstappen.nl. Rekening werd daarbij gehouden met het scenario van het dalen van het eigen risico in 2026 van € 385,00 naar € 165,00 én met het verdwijnen van het eigen risico in 2027.
Waar de maandelijkse zorgpremie eerder redelijk stabiel bleef, werd deze vanaf 2023 stevig verhoogd. De gemiddelde maandpremie in 2020 bedroeg € 119,09 per maand. In 2025 was dat opgelopen naar € 157,96 (een stijging van 32,7 procent). Het resultaat is dat steeds meer mensen moeite hebben de zorgpremie te voldoen.
In juli 2025 gaf het kabinet aan door te gaan met het plan het eigen risico te halveren. Premier Schoof meent dat de financiële aspecten hiervan onderdeel zijn van het nieuwe zorgakkoord dat begin juli met veel zorgpartijen werd gesloten. Ook verschillende politieke partijen melden in hun verkiezingsprogramma’s te willen werken aan het volledig schrappen van het eigen risico. Andere daarentegen kiezen voor een beperking per behandeling. Daarnaast zijn er plannen om het huidige stelsel grotendeels te behouden of om te vormen tot een nationaal noodfonds. Dit laatste alternatief maakt de premie inkomensafhankelijk. Lage inkomens betalen minder. Hoge inkomens betalen meer.
Zoals altijd zijn er voor- en tegenstanders van het afschaffen van het eigen risico. De voorstanders menen dat het verdwijnen van het eigen risico een stap naar ‘meer toegankelijkheid’ is. Er hoeft dan geen zorg meer gemeden te worden uit angst voor hoge kosten. Dat is met name positief voor chronisch zieke en frequente zorgvragers.
Tegenstanders uiten hun zorg voor oplopende zorguitgaven, waaronder dus de zorgpremie. Het huidige eigen risico remt nu (deels) onnodig zorggebruik. Een toenemende vraag naar zorg, betekent hogere kosten en langere wachttijden. Bovendien komt het zorgpersoneel daarmee nog meer onder druk te staan.
„De discussie draait uiteindelijk om de vraag wie de rekening betaalt. Het afschaffen van het eigen risico vergroot de solidariteit, maar legt ook een zware druk op de collectieve middelen. Op een moment dat de zorgkosten door vergrijzing en dure behandelingen al stijgen, wordt de houdbaarheid van het zorgstelsel daarmee een centraal verkiezingsthema”, zegt Jeremy Broekman, zorgexpert bij Overstappen.nl/
Vorig jaar grootste stijging koopkracht in meer dan 20 jaar (bron: NOS Nieuws d.d. 11.09.2025)

De inflatie was in 2024 aanzienlijk: 3,1 procent. De gemiddelde coa-loonstijging was echter 6,8 procent. Werkenden profiteerden daarnaast van een aantal belastingaanpassingen. Daarnaast veranderde een aantal mensen van baan en ontving een hoger salaris.
Tot zo ver het goede nieuws. Een doorsnee huishouden met een bijstandsuitkering ging er in koopkracht slechts 0,2 procent op vooruit. In 2023 ontvingen mensen met een uitkering nog een energietoeslag van € 1.300,00. Die verviel in 2024. Dat hun koopkracht, ondanks het verdwijnen van de energietoeslag toch nog enigszins steeg, is te danken aan de verhoging van de uitkeringen en de verruiming van de huurtoeslag en het kindgebonden budget.
Zelfstandigen zagen hun koopkracht met 3,1 procent stijgen. Echter, de verlaging van de zelfstandigenaftrek verminderde de koopkrachtstijging.
Gepensioneerden zagen hun koopkracht met 1,8 procent stijgen. Dit was daarmee de eerste koopkrachtstijging voor gepensioneerden na drie jaar koopkrachtdaling.
Zoveel vermogen, spaargeld en schulden hebben AOW’ers gemiddeld
(bron: geldzaken.nl d.d. 21.08.2025)
Het CBS zocht uit wat gepensioneerden gemiddeld bezitten, hoeveel spaargeld op hun rekening staat en of er nog schulden zijn.
Vermogen en spaargeld AOW’ers en gepensioneerden
Het meest recente jaar, waarvan het CBS volledige cijfers heeft, is 2023. In dat jaar hadden gepensioneerden in totaal € 161,4 miljard aan bank- en spaartegoeden. Gemiddeld is dat € 73.400,00 per huishouden. Het mediaanbedrag daarentegen is lager, namelijk € 33.600,00.
De mediaan is het middelste getal van een op- of aflopende reeks van getallen en toont daarmee dat de helft van de huishoudens minder geld heeft dan dit bedrag. De andere helft heeft daarentegen meer.
Het gemiddelde echter, stijgt door een kleine groep gepensioneerden met zeer veel spaargeld. Dat betekent dat er gepensioneerden zijn die nauwelijks spaargeld hebben, terwijl anderen miljoenen bezitten.
Buiten het spaargeld van gepensioneerden heeft deze groep ook belegd vermogen. Het totaal aan effecten, aandelen en obligaties, bedroeg € 89,1 miljard. Dat is een gemiddelde van € 225.800,00 per huishouden. De mediaan is € 42.900,00. Ook in deze situatie biedt de mediaan een realistischer beeld. Veel huishoudens hebben geen of slechts een beperkt bedrag aan beleggingen. Een kleinere groep laat de gemiddelden echter sterk stijgen.
Schulden AOW’ers en gepensioneerden
Tegenover het genoemde vermogen staan schulden. Die bedroegen in 2023 € 155,5 miljard (gepensioneerden). Dat is een gemiddelde van € 132.600,00 per huishouden. De mediaan hier bedraagt € 70.000,00. De hypotheekschuld van de eigen woning, opgenomen in deze schuldenpost, bedroeg € 104 miljard. Er zijn zelfs gepensioneerden die nog studieschulden hebben. Het gaat hier om een bedrag van € 500 miljoen. Dat is een gemiddelde per huishouden van € 19.100,00.

Deze studieschuld is te verklaren. In incidentele gevallen gaat het om personen die op latere leeftijd nog een opleiding of omscholingstraject startten. Zij maakten daarbij gebruik van een lening.
Daarnaast zijn er ook situaties waarin een eerdere studie niet volledig is afgelost bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bijv. als gevolg van langdurige aflossingstermijnen, beperkte inkomsten in eerdere jaren of bewuste keuzes om de aflossing te spreiden.
Onroerend goed en andere vermogenssoorten
Een groot deel van het vermogen van gepensioneerden zit in onroerend goed. Het betreft in totaal € 686,6 miljard. Dat is een gemiddelde van € 519.500,00 per huishouden. De mediaan is € 417.900,00. Daarbij vormt de eigen woning het grootste deel van het vermogen met een totaal van € 612,8 miljard. Andere vormen van vastgoed (tweede woning of beleggingspand) tellen mee. Deze categorie heeft een vermogen van € 73,7 miljard.

Gepensioneerden hebben samen € 5,6 miljard aan ondernemingsvermogen. Dat is een gemiddelde van € 84.000,00 per huishouden. Er is nog € 122,6 miljard aan aanmerkelijk belang. Dit geldt vooral voor de bedrijven waarin ze aandelen bezitten. Daarnaast tellen overige bezittingen mee, zoals waardevolle spullen en voertuigen. Ze zijn goed voor een gezamenlijk bedrag van € 27,7 miljard.
Doorwerken na AOW of pensioen: dit zijn de regels in 2025 (bron: geldzaken.nl d.d. 27.08.2025)
Steeds meer AOW’ers kiezen ervoor om na de AOW-gerechtigde leeftijd te blijven werken. Voor de een is de motivatie het nog steeds plezier hebben in het werk, anderen wensen een extra inkomen. Met het oog op de Tweede Kamerverkiezingen hebben verschillende politieke partijen het stimuleren en doorwerken na de AOW-leeftijd als punt in hun partijprogramma opgenomen.
Allereerst: u mag altijd doorwerken als u AOW ontvangt. Ook (het) daarnaast opgebouwde pensioen(en) blijft/blijven meestal doorlopen. Een pensioenopbouw tijdens werkzaamheden na pensionering, is afhankelijk van de pensioenregeling. Wij adviseren u bij uw pensioenuitvoerder te informeren.
Vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd betaalt u geen AOW-premie meer. Meestal is de betreffende AOW’er ook niet meer verzekerd voor WW en WIA. Daardoor kunnen de netto-inkomsten wijzigen. De betrokkene ontvangt AOW. De hoogte van de AOW wordt hierdoor niet beïnvloed.
Echter, de zorgbijdrage kan wel blijven doorlopen. Het extra salaris kan invloed hebben op toeslagen en op de belastingaangifte. Een proefberekening bij de Belastingdienst of een advies van de SVB is dan raadzaam.
Een arbeidsovereenkomst stopt niet altijd automatisch bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. De vermelding van een pensioenbeding in de arbeidsovereenkomst kan ertoe leiden dat het contract eindigt. Indien dit pensioenbeding ontbreekt, moet de werkgever de arbeidsovereenkomst formeel opzeggen.
Voor werknemers die blijven werken, gelden vaak eenvoudiger regels voor opzegging van de arbeidsovereenkomst. Het is goed de arbeidsovereenkomst en de cao te raadplegen. Voor AOW-gerechtigden geldt overigens ook een speciale ketenregeling. De ketenregeling houdt in dat werkgevers maximaal zes tijdelijke contracten in vier jaar mogen aanbieden. Hierna ontstaat automatisch een vast contract. Uitsluitend arbeidsovereenkomsten vanaf de AOW-ingangsdatum zijn voor deze regeling relevant.
Ontslag op of na de AOW-leeftijd betekent vaak geen recht op transitievergoeding. Veelal kunnen werkgevers met een korte opzegtermijn (vaak één maand) het contract beëindigen. Dit kan echter per cao of arbeidsovereenkomst verschillen. Ook hier is het raadzaam de eigen cao of arbeidsvoorwaarden erop na te slaan.
Daarnaast geldt voor AOW-gerechtigden een kortere loondoorbetaling bij ziekte. Werkgever betalen meestal maximaal zes weken loon door bij ziekte (sinds 1 juli 2023). Voor werknemers die al vóór die datum ziek waren, kunnen overgangsregels van toepassing zijn. Er geldt een beperkte ontslagbescherming tijdens de loondoorbetaling.
Voor zelfstandigen gelden andere regels. Zij bouwen meestal geen recht op WW en WIA op. Zij betalen belasting over de opbrengst en waarschijnlijk ook een zorgbijdrage. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering of voldoende spaargeld als vangnet is dan te adviseren. Ook hier is het raadzaam mogelijke veranderingen in de wetgeving voor zelfstandigen te volgen.
Tips voor als u besluit door te werken:
Controleer of er in uw arbeidscontract een pensioenbeding is opgenomen. Informeer bij uw pensioenfonds of u nog opbouwt. Doe een proefberekening bij de Belastingdienst of SVB. Controleer of eventuele toeslagen komen te vervallen vanwege het extra inkomen. Bespreek een eventuele loondoorbetaling bij ziekte met uw werkgever. Voor zzp’ers: overweeg een AOV of spaargeld.
Meer over doorwerken na de AOW leeftijd vind u hier.
Overheid mag burgers wijzen op uitkering of toeslag, wens van de Kamer in vervulling (bron: volkskrant.nl d.d. 30.08.2025)
Een actieve overheid die mensen direct kan gaan benaderen als zij recht hebben op uitkeringen of toeslagen, ook al hebben ze deze niet aangevraagd. Hiertoe is een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. Mogelijk volgen er nog vragen over de privacy. De Belastingdienst en uitkeringsinstanties kunnen zelfs het aanvraagformulier al zelf gaan invullen, zo staat in het voorstel van demissionair minister Keijzer van Sociale Zaken.
Sinds jaren blijkt uit onderzoeken dat de weg naar de juiste instanties bij recht op uitkeringen of toeslagen niet wordt gevonden. De inspectie van het ministerie van Sociale Zaken meldde in 2021 dat meer dan een derde van de bijstandsgerechtigde huishouden in de praktijk geen bijstandsuitkering ontvangt. Het gaat hierbij om 170.000 huishoudens.
De Belastingdienst meldt dat een op de tien mensen bijvoorbeeld de zorgtoeslag niet heeft aanvraagd, terwijl ze daar, kijkend naar hun inkomenspositie, wel recht op hebben. Demissionair minister Keijzer geeft aan dat mensen niet weten dat de regelingen bestaan of dat ze bang zijn later een bedrag te moeten terugbetalen. Ze begrijpt het, maar geeft ook aan dat de toeslag uiteindelijk het verschil kan maken tussen financiële stress of rust.
Uitkeringsinstanties en gemeenten krijgen een ‘discretionaire bevoegdheid’: ze mógen het doen, maar zijn daartoe niet verplicht. Er kunnen dus geen rechten aan ontleend worden als de instantie de eventueel daarvoor in aanmerkingen komenden, niet heeft benaderd.
Het wetsvoorstel komt tegemoet aan een lang gekoesterde wens van de Tweede Kamer. De privacy wordt echter nog punt van bespreking. Want, bij het bepalen of mensen inkomensondersteuning mislopen, zullen er meer gegevens tussen instanties uitgewisseld worden. De Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwde eerder dat het duidelijk moet zijn welke gegevens op welke plek belanden en wat daarmee gebeurt. Keijzer benadrukt dat gegevens uitsluitend gebruikt mogen worden om mensen te wijzen op hun rechten. De gegevens mogen niet worden gebruikt om bijv. uitkeringsfraude of onterechte toeslagen te controleren. Ook komt er de mogelijkheid van een opt-out. Mensen kunnen zich uitspreken tegen de uitwisseling van hun gegevens.
De Raad van State, de belangrijkste adviseur van het kabinet over nieuwe wetsvoorstellen, ziet de voordelen, maar wijst er op dat discretionaire bevoegdheid tot verschillen zal gaan leiden: de ene gemeente of uitkeringsinstantie zal daarmee actiever omgaan dan de ander. Niet iedereen zal dan gelijk worden behandeld.
(bronnen o.a.: topgear.nl, nos.nl, bnr.nl, metronieuws.nl, geldzaken.nl, volkskrant.nl)
Lees meer over:
