Zo staan de grootste pensioenfondsen er nu voor
Veel Nederlanders vragen zich af hoe het momenteel financieel gaat met de grootste pensioenfondsen van Nederland. Vooral nu steeds meer fondsen overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel, worden cijfers anders gepresenteerd dan voorheen. Waar vroeger vooral naar de dekkingsgraad werd gekeken, publiceren sommige fondsen nu ook rendementen en andere financiële indicatoren. Tegelijkertijd zorgen schommelingen op de beurs en veranderingen in de rente voor een wisselend beeld. De meeste grote pensioenfondsen lijken voorlopig nog over stevige buffers te beschikken, maar de groei daarvan vlakt duidelijk af. Vooral de prestaties van beleggingen staan onder druk.
Meer over het nieuwe pensioenstelsel vindt u hier.
Snel naar:
- ABP: hoogste dekkingsgraad in achttien jaar
- PMT: voorlopig zicht op 0,5% stijging
- PME: dekkinsgraad stijgt door naar 129,4%
- PFZW: voorlopig 0,66% erbij in 2027
- bpfBouw: goed rendement, maar nog geen prognose voor 2027
- Overgestapt of nog niet, wat kunt u financieel verwachten?
- Goede rendementen, maar slechts een geringe stijging bij nieuwe pensioenstelsel!
- Conclusie
ABP: hoogste dekkingsgraad in achttien jaar
ABP gaat op 1 januari 2027 over naar het nieuwe pensioenstelsel en heeft daartoe inmiddels toestemming van De Nederlandsche Bank. Eind juni bedroeg de actuele dekkingsgraad 128,7%, tegenover 119,1% eind maart. Dat is volgens ABP de hoogste stand in achttien jaar. Het rendement bedroeg in het tweede kwartaal 7,2%. Het vermogen steeg naar € 568 miljard.
ABP staat er dus bijzonder sterk voor. Voor de daadwerkelijke verdeling van het vermogen telt uiteindelijk de dekkingsgraad op 31 december 2026. Hoe hoger deze is, hoe meer ruimte er is om geld toe te voegen aan de persoonlijke pensioenvermogens en de gezamenlijke reserve. ABP heeft minimaal 106% nodig om zonder verlaging over te kunnen stappen en bevindt zich daar nu ruim boven. De pensioenen stegen begin 2026 al met 2,84% .

PMT: voorlopig zicht op 0,5% stijging
PMT gebruikt sinds de overstap geen dekkingsgraad meer. Voor gepensioneerden kijkt het fonds nu naar het zogenoemde spreidingsvermogen. Dat stond eind juni op 1,6%. PMT verdeelt dit resultaat over drie jaar. Als deze stand op 30 september 2026 hetzelfde is, stijgen de pensioenuitkeringen op 1 januari 2027 met afgerond 0,5%.

De stijging verbetering voltrok zich volledig in het tweede kwartaal. Het rendement voor gepensioneerden bedroeg toen 4,2%, terwijl de kostprijs van het pensioen met 1,4% steeg. Eind maart was het spreidingsvermogen nog 1,1% negatief. Het positieve tweede kwartaal heeft die achterstand dus meer dan weggewerkt.
PME: dekkingsgraad stijgt door naar 129,4%
PME wil eveneens op 1 januari 2027 overstappen. De actuele dekkingsgraad kwam eind juli uit op 129,4%, 1,7 procentpunt hoger dan een maand eerder. De beleidsdekkingsgraad bedraagt 125,3%. Daarmee staat PME er financieel zeer goed voor.

Over het tweede kwartaal behaalde PME een rendement van 5,6%. Over de eerste helft van 2026 was dat 5,9%. De hoge dekkingsgraad biedt niet alleen een sterke uitgangspositie voor de overstap, maar ook ruimte om de pensioenen onder de huidige regels te verhogen. Voor volledige compensatie van bepaalde werkenden is bij de overstap minimaal 106% nodig. Ook daar bevindt PME zich momenteel ruim boven. De pensioenen stegen per 1 januari 2026 al met 2,82%.
PFZW: voorlopig 0,66% erbij in 2027
PFZW gebruikt nu de ‘Pensioenkoers’ als graadmeter. Op basis van de resultaten tot en met 30 juni verwacht PFZW dat de pensioeninkomens en uitkeringen op 1 januari 2027 met 0,66% omhooggaan. Na het eerste kwartaal was er nog helemaal geen stijging voorzien. Het tweede kwartaal heeft de vooruitzichten dus verbeterd.
De definitieve aanpassing wordt gebaseerd op de resultaten tot en met 30 september. Gepensioneerden ontvangen daarover in november persoonlijk bericht. Bij de overstap op 1 januari 2026 stegen de pensioeninkomens en uitkeringen van PFZW al met ongeveer 12%.
bpfBOUW: goed rendement, maar nog geen prognose voor 2027
BpfBOUW stapte over met een uitzonderlijk hoge laatste dekkingsgraad van 141,0%. Daardoor stegen de pensioenuitkeringen in 2026 met 20,8%. Dat was verreweg de grootste verhoging van deze vijf fondsen.
Sinds de overstap publiceert bpfBOUW geen dekkingsgraad meer. Het fonds behaalde in het tweede kwartaal een totaalrendement van 5,2%. Over de eerste helft van 2026 komt het rendement daarmee uit op 5,7%. Dat is positief, maar bpfBOUW heeft, voor zover nu gepubliceerd, nog geen concreet percentage genoemd waarmee de uitkeringen op 1 januari 2027 mogelijk veranderen. We kunnen hier dus wel het rendement tonen, maar dit niet rechtstreeks vertalen naar een pensioenverhoging.
Overgestapt of nog niet: wat kunt u financieel verwachten?
De vijf pensioenfondsen zijn niet meer rechtstreeks met elkaar te vergelijken. ABP en PME werken nog volgens het oude stelsel. Bij deze fondsen blijft de dekkingsgraad voorlopig de belangrijkste graadmeter. Een hoge dekkingsgraad vergroot de ruimte de pensioenen te verhogen en bij de overstap extra geld te verdelen. ABP en PME staan er met dekkingsgraden van respectievelijk 128,7% en 129,4% zeer goed voor. Hoeveel hun deelnemers van deze goede dekkingsgraad precies terugzien, hangt echter af van de financiële stand op 31 december 2026.
PMT, PFZW en bpfBOUW zijn al overgestapt. Bij deze fondsen zegt een dekkingsgraad niets meer en telt vooral het behaalde resultaat met de beleggingen en welk deel daarvan voor de pensioenuitkeringen is gereserveerd. PMT verwacht, op basis van de huidige stand, een stijging van ongeveer 0,5% in 2027. PFZW verwacht een stijging van 0,66%. BpfBOUW behaalde in de eerste helft van 2026 een positief rendement van 5,7%, maar heeft nog geen verwachte stijging gepubliceerd.
Voor gepensioneerden die bij een van de drie overgestapte fondsen zijn aangesloten. is wel belangrijk te onthouden dat hun pensioen bij de overgang begin 2026 al fors steeg met 8,3% bij PMT, ongeveer 12% bij PFZW en 20,8% bij bpfBOUW. De stijgingen die nu voor 2027 worden verwacht, komen daar eventueel nog bovenop.
Goede rendementen, maar slechts een geringe stijging
De eerste cijfers van de al overgestapte pensioenfondsen roepen een belangrijke vraag op. PMT, PFZW en bpfBOUW behaalden in de eerste helft van 2026 rendementen van ongeveer 5% tot 6%. Toch lijken gepensioneerden daar in 2027 maar beperkt van te profiteren. PMT verwacht voorlopig een stijging van ongeveer 0,5% en PFZW van 0,66%. Volgens MAX Magazine rekent ook bpfBOUW op ongeveer 0,6%, al heeft het fonds dit percentage zelf nog niet duidelijk gepubliceerd.
Het verschil betekent niet dat een rendement van 6% rechtstreeks zou moeten leiden tot 6% meer pensioen. De fondsen beleggen voor gepensioneerden voorzichtiger. De rente speelt eveneens een rol en positieve en negatieve resultaten worden over meerdere jaren verdeeld. Daarnaast wordt een deel van het resultaat gescheiden om tegenvallers op te vangen en dalingen in slechte jaren zo veel mogelijk te voorkomen.
Toch ontstaat hierover kritiek. Een belangrijke belofte van het nieuwe pensioenstelsel was dat pensioenen sneller zouden kunnen meestijgen wanneer het economisch goed gaat én de beleggingen positieve resultaten opleveren. Senator Martin van Rooijen van 50PLUS stelt in MAX Magazine dat gepensioneerden hun vroegere zekerheid hebben opgegeven, maar nu nog altijd nauwelijks profiteren van goede beleggingsjaren.
De pensioenfondsen wijzen er juist op dat voorzichtigheid nodig blijft. PFZW en PMT smeren het resultaat bovendien over drie jaar uit. Vooral in de eerste jaren na de overstap kan een stijging daardoor relatief gering blijven. Eerst moet de hiervoor bestemde vermogenspot nog worden opgebouwd. Een positief resultaat kan daarmee deels pas in latere jaren in de uitkering verdisconteerd worden.
Daarbij moet worden meegewogen dat gepensioneerden bij de overstap begin 2026 al een flinke stijging ontvingen: 8,3% bij PMT, ongeveer 12% bij PFZW en 20,8% bij bpfBOUW. Die stijgingen waren mogelijk doordat de fondsen in het nieuwe stelsel minder grote buffers hoeven aan te houden. Het was dus geen extra rendement over 2026, maar een andere verdeling van het al aanwezige pensioenvermogen.
De voorlopige stijgingen voor 2027 zijn daarmee verklaarbaar. Tegelijkertijd laten ze ook zien dat pensioenen in het nieuwe stelsel niet één-op één met de beurs of het totale fondsrendement meebewegen. Pas later dit jaar wordt duidelijk wat gepensioneerden bij PMT, PFZW en bpfBOUW vanaf januari 2027 daadwerkelijk ontvangen.
Conclusie
De vijf grote pensioenfondsen staan er financieel goed voor. Dat betekent echter niet automatisch dat alle gepensioneerden volgend jaar een flinke stijging van hun pensioen tegemoet kunnen zien. ABP en PME moeten nog overstappen en hebben met dekkingsgraden van respectievelijk 128,7% en 129,4% een zeer gunstige uitgangspositie. Hoeveel daarvan uiteindelijk bij deelnemers en gepensioneerden terechtkomt, hangt af van de financiële stand op het moment van overstappen.
Bij PMT, PFZW en bpfBOUW is de overstap al gerealiseerd. Hun pensioenuitkeringen stegen begin 2026 met respectievelijk 8,3%, ongeveer 12% en 20,8%. Voor 2027 zijn de eerste verwachtingen veel bescheidener: PMT rekent voorlopig op 0,5% en PFZW op 0,66%. Volgens MAX Magazine verwacht ook bpfBOUW een stijging van ongeveer 0,6%. Het fonds heeft dit percentage zelf nog niet duidelijk gepubliceerd.
Het algemene beeld is dus financieel positief, maar goede beleggingsresultaten leiden voorlopig niet automatisch tot een flinke stijging van de pensioenuitkeringen. De genoemde percentages voor 2027 zijn bovendien nog niet definitief.
Lees meer over:




