Zo staan de grootste pensioenfondsen er nu voor
Veel Nederlanders vragen zich af hoe het momenteel gaat met de grote pensioenfondsen van Nederland. Vooral nu steeds meer fondsen overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel, worden cijfers anders gepresenteerd dan voorheen. Waar vroeger vooral naar de dekkingsgraad werd gekeken, publiceren sommige fondsen nu ook rendementen en andere financiële indicatoren. Tegelijkertijd zorgen schommelingen op de beurs en veranderingen in de rente voor een wisselend beeld. De meeste grote pensioenfondsen lijken voorlopig nog over stevige buffers te beschikken, maar de groei daarvan vlakt duidelijk af. Vooral de prestaties van beleggingen staan onder druk. Meer over het nieuwe pensioenstelsel vindt u hier.
ABP
ABP blijft veruit het grootste pensioenfonds van Nederland. Het fonds publiceerde ook over het eerste kwartaal van 2026 nog traditionele kwartaalcijfers. Daaruit blijkt dat de financiële positie nog altijd stevig is, al stijgen de buffers minder hard dan in voorgaande jaren. Er is wel een flinke sprong voorwaarts te zien in april. Dit komt vooral door stijging van aandelen op de beurs.

Vooral de ontwikkelingen op de financiële markten spelen daarbij een belangrijke rol. Hogere rentes helpen pensioenfondsen nog steeds, maar tegenvallende beleggingsresultaten drukken het totale beeld. Toch lijkt ABP voorlopig nog voldoende ruimte te houden om financiële schokken op te vangen.
Voor deelnemers betekent dit vooral dat het fonds momenteel stabiel oogt, maar dat toekomstige pensioenverhogingen minder vanzelfsprekend worden dan de afgelopen jaren.
PMT
PMT zit midden in de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Daardoor worden minder uitgebreide kwartaalcijfers gepubliceerd dan voorheen. Wel geeft het fonds signalen af dat de overgang financieel stabiel verloopt.
Het fonds had eind 2025 een stevige financiële basis. Tegelijkertijd heeft ook PMT te maken met onrustige markten en wisselende beleggingsresultaten. Daardoor lijkt de sterke groei van de afgelopen jaren voorlopig af te vlakken.
Voor deelnemers is vooral belangrijk dat grote problemen of directe zorgen momenteel niet zichtbaar zijn, maar dat de financiële situatie wel nauw verbonden blijft met de ontwikkelingen op de beurs en rente.
PME
PME publiceerde recentelijk nog actuele kwartaalcijfers. Daaruit blijkt dat ook dit fonds zich nog in een positieve financieel economische positie bevindt, maar dat de financiële groei minder stijgt dan eerder. Ook bij PME zien we een sprong voorwaarts in april. Dit vanwege stijgingen op de beurs, die zich voornamelijk voordeden nadat de oorlog in Iran in een iets stabielere situatie geraakte. Hierdoor veerden de aandelen op en werden bezittingen dus meer waard.

Net als andere fondsen profiteert PME nog van de hogere rente. Tegelijkertijd zorgen tegenvallende rendementen op beleggingen voor druk op de verdere groei van het pensioenvermogen.
PME laat daarmee een beeld zien dat momenteel bij veel pensioenfondsen zichtbaar is: de buffers blijven op niveau, maar de periode van een snelle groeispurt lijkt voorlopig voorbij.
PFZW
PFZW publiceerde over het eerste kwartaal van 2026 een totaalrendement van 0,4%. Dat betekent dat het pensioenvermogen per saldo licht is gegroeid. Toch ligt het verhaal daarachter iets genuanceerder.
Het fonds maakt sinds de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel namelijk onderscheid tussen beschermingsrendement en overrendement. Het beschermingsrendement kwam uit op +1,7%. Dat onderdeel beschermt het fonds onder meer tegen veranderingen in de rente en pakte positief uit.
Tegelijkertijd kwam het overrendement uit op -1,3%. Dat betekent dat de beleggingen zelf, zoals aandelen en vastgoed, juist minder goed presteerden dan gehoopt. Door de positieve bescherming bleef uiteindelijk nog een klein positief totaalrendement over.
Voor deelnemers betekent dit vooral dat PFZW voorlopig nog stabiel oogt, maar dat de resultaten op financiële markten duidelijk minder sterk zijn dan de afgelopen jaren.
bpfBOUW
bpfBOUW meldde over het eerste kwartaal van 2026 eveneens een positief totaalrendement van 0,4%. Daarmee blijft het pensioenvermogen voorlopig nog op peil, ondanks de onrust op financiële markten.
Ook bij bpfBOUW spelen renteontwikkelingen een belangrijke rol. De relatief hoge rente helpt pensioenfondsen nog steeds om hun financiële buffers stevig te houden. Tegelijkertijd blijven de resultaten op beleggingen wisselend door schommelingen op de beurs.
Het fonds laat daarmee een beeld zien dat momenteel bij meerdere grote pensioenfondsen zichtbaar is: de buffers zijn nog sterk, maar de groei gaat duidelijk minder hard dan in de afgelopen jaren. Daardoor worden toekomstige pensioenverhogingen minder vanzelfsprekend.
Wat is overrendement?
Overrendement is het extra rendement dat een pensioenfonds behaalt bovenop het deel dat bedoeld is om pensioenen financieel stabiel te houden. Simpel gezegd: het laat zien hoe goed de beleggingen zelf hebben gepresteerd. Een positief overrendement betekent dat aandelen, vastgoed of andere beleggingen extra winst opleveren. Een negatief overrendement betekent juist dat de beleggingen tegenvallen. Bij PFZW was het overrendement in het eerste kwartaal van 2026 negatief, wat erop wijst dat de beleggingen minder goed rendeerden dan gehoopt.
Pensioenfondsen lijken voorlopig stabiel
Hoewel het beeld per fonds verschilt, lijken de grootste Nederlandse pensioenfondsen er voorlopig nog relatief stabiel voor te staan. De stevige buffers die de afgelopen jaren zijn opgebouwd, bieden nog altijd bescherming.
Wel wordt duidelijk dat de snelle stijgingen van de afgelopen jaren afnemen. Vooral schommelingen op de beurs en tegenvallende beleggingsresultaten zorgen ervoor dat pensioenfondsen voorzichtiger moeten omgaan met eventuele toekomstige pensioenverhogingen.
Bekijk hier de laatste update van de pensioenverhogingen in 2026.
Conclusie
De grootste pensioenfondsen van Nederland lijken er voorlopig nog relatief stabiel voor te staan, al verschilt het beeld per fonds steeds meer. Door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel verdwijnen de bekende kwartaaldekkingsgraden langzaam naar de achtergrond en kijken fondsen vaker naar rendementen en andere financiële indicatoren.
Tegelijkertijd wordt duidelijk dat de sterke financiële groei van de afgelopen jaren afvlakt. Hogere rentes helpen pensioenfondsen nog steeds, maar tegenvallende resultaten op de beurs zorgen voor meer onzekerheid. Vooral bij fondsen die al zijn overgestapt naar het nieuwe stelsel ontstaat daardoor een gemengder beeld.
Voor deelnemers lijkt er op korte termijn nog geen reden tot grote zorgen, maar toekomstige pensioenverhogingen worden minder vanzelfsprekend dan de afgelopen jaren.
Lees meer over:



