Nieuwe pensioenstelsel stand van zaken
Pensioenen houden de samenleving nog steeds bezig. Daarom even terug naar de informatie die AOW.nu u al eerder verstrekte en naar recentere publicaties.
Klik snel door naar:
- Het vorige pensioenstelsel
- Het nieuwe pensioenstelsel
- De pensioenuitvoerders: extra aandacht voor pensioengerechtigden
- Opbouw van het pensioen in het vorige en nieuwe pensioenstelsel
- Wat verandert er niet?
- Wat verandert er wél?
- Gevolgen voor reeds opgebouwde pensioenen
- Wat gebeurt er met het opgebouwde kapitaal bij overlijden?
- De nieuwe pensioenwet en het nabestaandenpensioen
- Pensioenuitkeringen fors omhoog door overstap nieuw stelsel, soms wel 20 procent erbij
- Extra pensioenverhoging is een sigaar uit eigen doos
- Gepensioneerden slepen pensioenfonds voor de rechter
- De echte test voor het nieuwe pensioenstelsel komt pas bij een financiële crisis
In Nederland is ongeveer 80% van de pensioenen ondergebracht bij een pensioenfonds. Met dat oude pensioenstelsel werden onze pensioenen gezamenlijk geregeld en de risico’s gezamenlijk gedragen. Toch heeft het oude pensioenstelsel een aantal kwetsbare punten. Te denken valt bijv. aan het gegeven dat er toezeggingen over de toekomstige pensioenen werden gedaan, die niet altijd gerealiseerd konden worden. Dat was dan een echte tegenvaller! Een gestegen levensverwachting en gedaalde rente toonden aan dat garanties lang niet altijd konden worden waargemaakt. Er kon niet altijd worden geïndexeerd of er werden kortingen doorgevoerd, zelfs bij goede rendementen. De dekkingsgraad was daarbij de norm die gehanteerd werd. Het uitblijven van verhoging van pensioenen schaadde het vertrouwen en leidde tot frustratie onder gepensioneerden!
Naar vorige artikelen over het pensioenstelsel
Het nieuwe pensioenstelsel
Binnen het vorige pensioenstelsel wisten velen niet hoeveel pensioen ze eigenlijk konden verwachten. Het nieuwe pensioenstelsel moest daarom inzichtelijker en transparanter worden. Het nieuwe pensioenstelsel beoogt bovendien dat er minder conflicten tussen generaties ontstaan. Aanhoudende discussies tussen de generaties over de vermogens in de pensioenfondsen zijn daar mede debet aan. Bij een doorsneesystematiek betalen jongere deelnemers te veel premie en oudere deelnemers te weinig. Op zich geen punt als de jongeren zelf ook oud worden. Dan klopt het verhaal. Maar, hoe zit dat met de generatie 40- tot 50-jarigen? Die raken ‘tussen wal en schip’. Bovendien zijn werknemers vaak niet meer hun hele leven werkzaam voor eenzelfde werkgever.
Er moest dus gemoderniseerd worden. Een pensioenstelsel dat aansluit op de arbeidsmarkt, dat is het uitgangspunt van het nieuwe pensioenstelsel! De premie komt op elke leeftijd ten gunste van het eigen opgebouwde pensioen. En dat is het verschil met het vorige pensioenstelsel. De jongeren subsidiëren de ouderen niet meer. Er wordt geen vermogen van jongeren gebruikt om aan ouderen uit te keren. Het is een individuele spaarpot, die ook individueel uitgekeerd wordt. In het nieuwe pensioenstelsel bouwt men voortaan op elke leeftijd evenveel pensioen op. Dit in tegenstelling tot het oude pensioenstelsel, waarbij het meeste pensioen aan het einde van de loopbaan werd opgebouwd. Indien u op latere leeftijd werkloos werd of een andere baan vond, had dat grote gevolgen voor uw pensioen. Het nieuwe pensioenstelsel biedt meer maatwerk, en verdeelt de risico’s beter over degenen die ze wel of niet kunnen dragen. Een solidariteits- en risicodelingsreservice zet gericht buffers in, anders dan dat in het oude pensioenstelsel gebeurde. De meningen over de invoering van een nieuw pensioenstelsel lopen ver uiteen! Hieronder leest u meer daarover.
Naar de verwachte pensioenverhogingen
De pensioenuitvoerders: extra aandacht voor pensioengerechtigden
Doel is de pensioenen mee te laten bewegen met de economie. Een groter aandeel dan in het oude pensioenstelsel, wordt belegd in aandelen. Toezeggingen aan de deelnemers worden niet gedaan. Er wordt nog uitsluitend gewerkt met de premie-overeenkomst. Uitgangspunt is een gelijkblijvend premiepercentage voor iedereen. Van het deel van het salaris waarover pensioen wordt opgebouwd, mag deze premie (voor het ouderdomspensioen) maximaal 30% bedragen. Jonge medewerkers bouwen daarmee extra veel pensioen op. Wanneer ze ouder zijn en met de gelijkblijvende rente minder tijd hebben om de beleggingen te laten renderen, kunnen zij dit verlies aan tijd compenseren.
Opbouw van het pensioen in het vorige en nieuwe pensioenstelsel
In het oude pensioenstelsel bouwen jong en oud evenveel pensioen op (met een gelijk premiepercentage). Dit heet ‘doorsneepremie’. De jongere betaalt mee aan het pensioen van de oudere. Het nieuwe stelsel wijkt hierin af. Dat betekent dat ouderen gecompenseerd moeten worden. Gedeeltelijk kan dat door de reserves aan te spreken. Die reserves moeten de pensioenfondsen nu nog aanhouden om het gegarandeerde pensioen uit te keren. Mochten de reserves niet voldoende blijken, dan kan dat leiden tot een premieverhoging van zowel werkgevers als werknemers. Een eenduidige uitkomst is niet te geven. Een en ander is afhankelijk van de financiële positie van een pensioenfonds. Ook is de leeftijdsverdeling per fonds niet gelijk.
N.B. Veel ouderen maken zich zorgen over de nieuwe pensioenwet. Het zit ze vooral dwars dat de hoogte van de pensioenen samenhangt met de situatie van de economie.
Naar vorige artikelen over het pensioenstelsel
Wat verandert er niet?
Ook in het nieuwe pensioenstelsel blijven we ons pensioen sámen regelen. Werkgeversorganisaties, vakbonden, ondernemingsraden én de overheid bespreken gezamenlijk hoe de pensioenen zich ontwikkelen. De risico’s van bijv. een stijgende levensverwachting, overlijden en arbeidsongeschiktheid blijven gezamenlijk gedeeld worden. De ambitie blijft een koopkrachtig pensioen van 80% van het gemiddeld verdiende loon na 42 jaar werken (in tegenstelling tot vele pensioenen nu). Partijen blijven streven naar het drukken van kosten (bijv. samenwerken op administratief gebied, het bieden van ondersteunende diensten en beleggingen). Aan de AOW wordt niet getornd!
Wat verandert er wél?
- De pensioenen worden één maal per jaar aangepast. Geregeld is dat er buffers zijn om tegenvallers op te vangen en deze eventueel te spreiden over meerdere jaren. Daarmee worden de pensioenuitkeringen stabieler. Pensioenfondsen mogen verliezen uitsmeren over 10 jaar. Pensioenregelingen die worden uitgevoerd door verzekeraars, bieden een vast of gegarandeerd pensioen.
- Iedere vijf jaar wordt bekeken of de afgesproken pensioenambitie (nog) correleert met de afgesproken premie. Bij een afwijking daarvan vindt overleg tussen de sociale partners plaats.
- Jaarlijks zien de leden met hoeveel hun inleg in het collectieve vermogen verandert. Aan de hand van vooraf overeengekomen verdeelregels worden de mee- en tegenvallers over de generaties in het fonds verdeeld. In de regel betekent dat dat voor jongeren meer risicovolle beleggingen worden gedaan dan voor ouderen. De ouderen zouden eventuele negatieve gevolgen meteen voelen in hun portemonnee. Jongeren daarentegen, hebben meer tijd de negatieve gevolgen om te buigen. Bovendien betekenen hogere risico’s ook veel hogere rendementen.
- Er worden geen toezeggingen gedaan over de hoogte van de toekomstige pensioenuitkeringen. Deze zijn afhankelijk van de premie-inleg van iedereen persoonlijk alsmede de beleggingsresultaten.
- Premiebetalers en reeds pensioenontvangers kunnen de hoogte van de inleg van hun pensioen inzien.
- Er wordt meer verantwoordelijkheid gelegd voor het eigen pensioen. De deelnemer zal met regelmaat zelf moeten kijken hoe het met de pensioenopbouw gaat en of er iets aangepast moet worden. Dat geldt ook ten aanzien van het nabestaandenpensioen.
- Regelmatig toetst de pensioenuitvoerder of de overeengekomen pensioenpremie correleert met de pensioendoelstellingen zoals die door werkgevers en werknemers zijn afgesproken. Beide partijen zijn gezamenlijk daarvoor verantwoordelijk.
- De pensioenuitvoerder belegt de ontvangen pensioenpremies, rekening houdend met de verschillende risico’s. Voor elke deelnemer wordt een persoonlijk pensioenvermogen opgebouwd, bestaande uit betaalde premie en het daaruit behaalde rendement. Er gaat dus geen vermogen van de individuele deelnemer verloren. Pensioenspaarpotten worden overgeheveld naar individuele spaarpotten, een proces dat transitie wordt genoemd. De betaler of ontvanger kan zien hoeveel pensioen hij of zij, bij het bestaan van verschillende scenario’s, kan verwachten. Dat maakt het voor de toekomstige gepensioneerden veel duidelijker en voorkomt teleurstellingen, zoals die in het oude pensioensysteem konden voor komen.
- Sociale partners kunnen een keuze maken uit twee soorten pensioenregelingen: de flexibele pensioenregeling en de solidaire pensioenregeling. Voor verzekeraars en premiepensioeninstellingen gelden andere regels (zie hieronder).
Twee soorten pensioenregelingen die gelden voor pensioenuitvoerders, niet zijnde verzekeraars of premiepensioeninstellingen:
– Flexibele pensioenregeling
Een flexibel contract of een pensioen, biedt de pensioengerechtigde de keuze tussen doorbeleggen of aankopen van een vaste en gelijkmatige pensioenuitkering.
Het pensioenfonds bewaakt en belegt het vermogen dat iedereen individueel heeft opgebouwd. Dit met meer risico’s en dus rendement voor jongeren. Iedere deelnemer kan kiezen hoeveel risico hij of zij wil nemen bij het beleggen.
Gepensioneerden kunnen kiezen tussen een vast of een variabel pensioen (afhankelijk van de rendementen). Een middel om een goed pensioen te blijven behouden, is om ook vanaf de pensioenleeftijd te blijven beleggen.
– Solidaire pensioenregeling
Bij een solidair contract gaat het beleggen, ook bij een gepensioneerde deelnemer, door. De uitkeringen kunnen dus jaarlijks wijzigen. De persoonlijke pensioenpot kan niet leeg raken. Er is een solidariteitsreserve die de kans op daling van de pensioenen kan opvangen. Een financiële stabiliteit biedt een hoger rendement. Dit schept vertrouwen bij de leden. Sociale partners wensen een solidaire premieregeling.
- Verzekeraars of premiepensioeninstellingen kennen een premie-uitkeringsovereenkomst. Deze overeenkomst is niet nieuw. Het vernieuwde pensioenstelsel blijft bestaan voor werkgevers die de regeling onderbrengen bij een verzekeraar of een premiepensioeninstelling. De ingelegde premie wordt belegd en vormt, samen met de rendementen, het pensioenkapitaal. Met ingang van de pensioendatum wordt het pensioenkapitaal gebruikt voor een levenslange vaste of variabele pensioenuitkering. Er is geen risicodelings- of solidariteitsreserve. Binnen de premie-uitkeringsovereenkomst worden risico’s niet gedeeld. Indien uw pensioenuitkering is opgebouwd bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling, adviseert AOW.nu uw pensioenuitvoerder te contacteren en de mogelijkheden te bespreken.
- De AFM heeft vastgesteld dat de meerderheid van de pensioengerechtigden op termijn een variabele pensioenuitkering krijgt. De lagere inkomens gaan meer voor de zekerheid en kiezen voor een vast pensioen.
- Voor de pensioenuitvoerders geldt dat hun financiële buffers minder hoog hoeven te zijn. Dat betekent dat pensioenen eerder kunnen stijgen, maar ook eerder kunnen dalen. Dat betekent echter niet automatisch dat, als het economisch minder goed gaat, de pensioenen metéén zullen dalen. Een en ander is ook afhankelijk van hoe verschillende risico’s over verschillende groepen worden verdeeld en hoe de reserve wordt ingezet.
- Beleggingen zullen plaatsvinden via het life cycle principe. Een jongere werknemer heeft meer tijd om tegenvallende beleggingsresultaten op te vangen dan een oudere werknemer. Voor de jongere generatie wordt meer risicovol belegd. Naarmate de leeftijd van de deelnemer stijgt, veranderen daarom de beleggingen. Doel daarvan is, en dat is belangrijk voor AOW’ers, daarmee het risico te verminderen bij het naderen van de pensioenleeftijd.
Gevolgen voor reeds opgebouwde pensioenen
De opgebouwde collectieve pensioenpot moet overgeheveld worden naar individuele pensioenpotten. Dit proces wordt ‘transitie’ genoemd. In principe worden alle pensioenkapitalen ingebracht in het nieuwe systeem. De uitkomst van de berekeningen vormt het startkapitaal per deelnemer in de nieuwe regeling. Dat geldt ook voor reeds lópende pensioenuitkeringen. Voor een pensioengerechtigde die een pensioen ontvangt van een verzekeraar of een premiepensioeninstelling, verandert er niets.
Wat gebeurt er met het opgebouwde kapitaal bij overlijden?
Dan wordt de waarde van uw pensioenpot verdeeld over de anderen van uw pensioenuitvoerder. Deze ontvangen dan een iets hoger pensioen. Dat geldt ook indien uw pensioenuitvoerder een verzekeraar is.
De nieuwe pensioenwet en het nabestaandenpensioen
Overlijdt u wanneer u met pensioen bent? De nieuwe pensioenregels veranderen niet. Het nabestaandenpensioen is dan afhankelijk van het pensioen dat u heeft opgebouwd. Het nabestaandenpensioen bij het overlijden van een gepensioneerde, bedraagt maximaal 70% van dat ouderdomspensioen. Het nabestaandenpensioen bij overlijden van een gepensioneerde blijft dus gelijk. De regeling is nogal gecompliceerd. In het geval van een overlijden krijgt de pensioenuitvoerder een melding van de Basisregistratie Personen. De nabestaanden ontvangen een brief waarin wordt toegelicht of er recht is op een uitkering en wat de hoogte daarvan zal zijn. Meer informatie over uw eigen situatie kunt u vinden op ‘Mijn pensioenoverzicht.nl‘ en de webpagina van de desbetreffende pensioenuitvoerder.
En nu naar de actuele publicaties!
Pensioenuitkeringen fors omhoog door overstap naar nieuw stelsel, soms wel 20 procent erbij
“2026 begint voor ruim 1,5 miljoen gepensioneerden met een flinke financiële meevaller. Dat blijkt uit een berekening die pensioenadviseur AON heeft gedaan op verzoek van de NOS. Per 1 januari zijn 24 pensioenfondsen overgestapt naar het nieuwe stelsel, waaronder grote fondsen zoals Zorg&Welzijn, Metaal&Techniek en de pensioenfondsen voor de bouw, horeca, schoonmaak en uitzendbranche.” Dit is de lead van het bovengenoemde artikel van nos.nl.
De twaalf grootste fonden stapten per 1 januari 2026 over. Hun gepensioneerde deelnemers gaan er gemiddeld ruim 13 procent op vooruit. Per fonds is dat verschillend. Het kan variëren van zo’n 5 procent tot 20 procent of meer erbij. Vooral gepensioneerde bouw- en horecamedewerkers gaan er flink op vooruit!
De eerste drie maanden van 2026 rekenen de pensioenfondsen alles nog na, waarbij de financiële situatie van een fonds op 1 januari 2026 bepalend is. Zodra de definitieve verhoging bekend is, wordt de stijging met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. uitgekeerd.
De meevaller door het herverdelen van de pensioen miljarden is eenmalig. In 2027 zal die verhoging niet zo sterk zijn als in 2026 bij deze fondsen. Of gepensioneerden de volgende jaren überhaupt op een verhoging kunnen rekenen hangt sterk af van hoe goed de fondsen beleggen.
In het oude systeem kwam het de afgelopen vijftien jaar regelmatig voor dat pensioenfondsen er wel goed voor stonden, maar veel geld in kas moesten houden omdat de regels van het systeem dat voorschreven. Daardoor stegen de uitkeringen meerdere jaren niet of amper.Dit
Eventuele gevolgen voor huur- en zorgtoeslag
Alertheid is geboden. Een hoger inkomen kán invloed hebben op, bijvoorbeeld, huurtoeslag en zorgtoeslag.
Extra pensioenverhoging sigaar uit eigen doos
“Ruim vijf miljoen Nederlanders zijn met ingang van 1 januari overgegaan naar het nieuwe pensioenstelsel. Zij zullen hun pensioen weldra zien stijgen met 5% en soms nog wel meer, kondigden hun pensioenfondsen blijmoedig aan. Toch is er alle reden voor zorg, waarschuwt Martin van Rooijen, fractievoorzitter van 50PLUS in de Eerste Kamer, in de Telegraaf.” Dit is de lead van een artikel in seniorenjournaal.nl.
“De pensioenfondsen verkopen de aangekondigde stijging van de pensioenen ten onrechte als een voordeel van het nieuwe stelsel. Die stijging is alleen mogelijk omdat de buffers, die voor stabiele pensioenen zorgden, grotendeels worden uitgekeerd.” Begin 2021 bezaten de Nederlandse pensioenfondsen samen nog 1815 miljard euro, aldus Van Rooijen in de Telegraaf.“Halverwege dit jaar was dat vermogen volgens gegevens van De Nederlandsche Bank geslonken tot 1602 miljard euro. Ondanks het gigantische verlies van tweehonderd miljard euro zijn de pensioenfondsen tevreden: hun dekkingsgraden zijn gestegen. Maar dat is slechts een boekhoudkundig succes, want de enorme verliezen blijven bestaan.”
De extra verhoging van de pensioenen bij de overgang naar het nieuwe stelsel is slechts een sigaar uit eigen doos, schrijft de 50PLUS-senator in de Telegraaf. “Ze compenseert niet vijftien jaar van uitgestelde indexaties en koopkrachtverlies tot wel dertig procent en meer. Wie naar de enorme groei van het private spaargeld kijkt, ziet daarin dat het met het vertrouwen in de pensioenfondsen slecht is gesteld. Mensen sparen – terecht – op grote schaal liever zelf bij, dan de uitkomsten af te wachten van het nieuwe pensioenstelsel, dat tot nu toe alleen door ‘deskundigen’ wordt omhelsd.” (bron: seniorenjournaal.nl)
Gepensioneerden slepen pensioenfonds voor de rechter
“Gepensioneerden willen pensioenfondsen die overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel voor de rechter slepen. Ze eisen dat de fondsen geld uittrekken om de achterstallige indexatie te betalen.” Dit is de lead van bovengenoemd artikel van ad.nl.
De stichting PensioenVoldoen start in ieder geval een zaak tegen pensioenfonds PFZW. Dit pensioenfonds is op 1 januari 2026 overgegaan op het nieuwe pensioenstelsel. Bij die overstap krijgt íedereen die bij PFZW is aangesloten, minstens 7 procent extra pensioen.
„Dat is een vorm van diefstal’’, zegt Rob de Brouwer, voorzitter van PensioenVoldoen. „Het vermogen van de pensioenfondsen is bedoeld om uit te keren voor pensioenen, inclusief indexatie, verhoging van de pensioenen met de inflatie, en achterstallige indexatie.’’
En dat gebeurt niet, ziet De Brouwer. Als het fonds eenmaal is overgestapt naar het nieuwe stelsel zijn gepensioneerden en deelnemers het recht op indexatie kwijt. Vandaar dat er nu juridische actie wordt ondernomen. Namens 40.000 gepensioneerden gaat PensioenVoldoen proberen via de rechter de achterstallige indexatie alsnog af te dwingen.
,,Het gaat hier om een vorm van onteigening’’, meent De Brouwer. ,,Dat mag op zich, maar daar moet wel compensatie voor geboden worden. En dat is nu niet het geval.’’
Die compensatie moet wel geboden worden, menen de eisers. ,,Iemand die al veertig jaar bij pensioenfonds PFZW zit heeft een indexatie-achterstand van 32 procent. Iemand die vier jaar bij het pensioenfonds zit heeft een achterstand van 6,9 procent. Toch krijgen ze er allebei evenveel bij’’, geeft De Brouwer als voorbeeld.
De eisers menen: ,,Wij denken dat het vermogen van het fonds in eerste instantie bedoeld is om pensioenen uit te keren, dan te indexeren en daarna achterstallige indexatie in te halen.’’
Het conflict gaat dus over de verdeling van het vermogen. Stichting PensioenVoldoen wil dat de Nederlandse rechter de zaak voorlegt aan het Europees Hof. De vraag is dan of de handelwijze van de pensioenfondsen niet strijdig is met de Europese regels omtrent onteigening van eigendom, oftewel: hebben gepensioneerden en deelnemers recht op compensatie voor achterstallige indexatie. „Wij willen dat de rechter de verdeelsleutel voor het verdelen van het pensioenvermogen beoordeelt’’, zegt De Brouwer.
De verwachting is dat het nog enkele maanden zal duren voordat een rechter de zaak gaat bezien. De Brouwer: ,,En de procedure bij het Europees Hof zal naar verwachting een jaar in beslag nemen.’’
De Brouwer realiseert zich dat als de stichting de rechtszaak wint, dat enorme consequenties zal hebben. „Maar als je zo met eigendomsrechten omgaat moet je aan je oren getrokken worden.’’
PFZW laat in een reactie weten ‘vertrouwen te hebben dat de verdeling van het pensioenvermogen evenwichtig is’. „De verdeling is ook goedgekeurd door toezichthouder De Nederlandsche Bank’’, zegt een woordvoerder.
De echte test voor het nieuwe pensioenstelsel komt pas bij een financiële crisis!
“Het Nederlandse pensioenstelsel, met ruim € 1.900 miljard aan vermogen, maakt stapgewijs de omslag naar het nieuwe systeem. Per 1 januari dit jaar gingen 24 pensioenfondsen over, onder meer PFZW (ruim 3 miljoen deelnemers), BpfBouw (750.000) en PMT (1,2 miljoen). Samen vertegenwoordigen zij ongeveer een derde van het totale vermogen. Na de zes kleinere fondsen die vorig jaar al overstapten, zijn meer dan vijf miljoen deelnemers nu in het nieuwe stelsel “ingevaren”. “Dit is de lead van bovengenoemd artikel van nrc.nl en headliner.nl).
Door de invaring worden de pensioenpotjes geïndividualiseerd. De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten kijken streng mee. De rechten van de deelnemers moeten goed zijn vastgelegd en voor de 40-ers en 50-ers moe(s)t er een passende compensatie worden gevonden. De overige fondsen hebben tot uiterlijk 1 januari 2028 de tijd om de overgang te realiseren.
Ondertussen is er sprake van een toenemende vergrijzing, minder vaste arbeidsovereenkomsten en het ontbreken van concrete betrokkenheid. Pensioenen blijken minder een onvoorwaardelijke garantie. Het nieuwe stelsel maakt de uitkeringen gevoeliger voor ontwikkelingen op de markt. Tegenvallende beleggingsresultaten leiden sneller tot lagere uitkeringen. Dat vraagt aanpassingsvermogen van de gepensioneerden met alle gevolgen voor hun consumptie en economische groei.
Kortom: dat betekent dat een groter deel van de financiële risico’s en voordelen bij de individuele deelnemer worden gelegd!
(bronnen: nos.nl, 50plus.nl, nrc.nl, headliner.nl, seniorenjournaal.n, ad.nl).
Lees meer over:
