Koopkrachtverwachtingen voor 2027

Dit artikel gaat over koopkrachtverwachtingen voor 2027. Onze koopkracht wordt beïnvloed door een aantal factoren. Die belangrijkste zijn de inflatie, inkomensstijgingen (waaronder ook toeslagen), belastingdruk, belastingtoeslagen en persoonlijke omstandigheden. De persoonlijke omstandigheden worden niet altijd volledig meegenomen in de koopkrachtberekeningen die de overheid hanteert.

Klik snel door naar:




Wat is koopkracht?

De koopkracht geeft aan hoeveel een huishouden gemiddeld kan kopen. De koopkracht is o.a. afhankelijk van het inkomen, de geheven belastingen en de waardevermindering van het geld.

Als koopkracht wordt gemeten, gaat het over het inkomen ten opzichte van de inflatie. Bij een inflatie die lager is dan de stijging van het inkomen, stijgt de koopkracht. Het gaat bij koopkracht om het netto-inkomen, dus na afdracht van belastingen en sociale premies, inclusief diverse toeslagen. Als de belastingen stijgen, daalt de koopkracht. Het besteedbare deel van het inkomen wordt dan immers minder. Als inkomens sterker stijgen dan prijzen, stijgt de koopkracht.

Bij koopkracht kan het ook gaan om vaststelling van de (reële) ontwikkeling van het inkomen ten opzichte van andere huishoudens nationaal, maar ook tussen verschillende landen, zoals bijv. de Europese Unie.

Koopkrachtcijfers worden vaak onderscheiden naar doelgroepen, bijv. minima, alleenstaanden, AOW’ers enz. Dit maakt het voor de overheid mogelijk een specifiek beleid voor bepaalde (sub)groepen te ontwikkelen. De berekeningen over de koopkracht worden vaak gemaakt door het Centraal Planbureau (CPB) en het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Het Nibud berekent ieder jaar voor Prinsjesdag de verwachte wijzingen voor wat betreft de koopkracht voor het volgende jaar. Van invloed daarop zijn vooral overheidsmaatregelen, prijsontwikkelingen en loonstijgingen. Het Nibud kan daarmee de koopkracht over verschillende periodes vergelijken.

Berekening van de koopkracht

Er zijn twee manieren om koopkracht te meten:

  • Statische koopkrachtontwikkeling. Hierbij gaat het om de koopkrachtontwikkelingen van huishoudens waarin geen sprake is van individuele veranderingen.
  • Dynamische koopkrachtontwikkeling: deze verschilt niet uitsluitend per huishouden, maar ook het gemiddelde kan afwijken van de statische koopkrachtontwikkeling (bijv. verhoging van de AOW-leeftijd).

Tot de taken van het CPB behoort het berekenen hoeveel de doorsnee Nederlander er in koopkracht vooruit gaat. Het CPB maakt voor verschillende inkomensgroepen koopkrachtplaatjes. Die pakken niet voor iedereen hetzelfde uit. Hoeveel iemand er echt op vooruitgaat, hangt sterk af van persoonlijke omstandigheden. Denk aan onverwachte uitgaven, toeslagen en bestedingspatronen.

Het CPB berekent de koopkracht aan de hand van:

  • inflatie (waardevermindering van geld);
  • gemiddelde stijging van lonen:
  • hoogte van belastingen en toeslagen waar recht op is.

Met de verkregen koopkrachtcijfers kan de regering de gevolgen van het voorgenomen beleid inschatten. Ook persoonlijke omstandigheden (samenwonen, verhuizen) kunnen de koopkracht veranderen. De effecten daarvan worden niet meegenomen. De koopkrachtcijfers zijn daarmee geen indicatie van de precieze koopkracht van een huishouden. In de berekeningen is het niet goed mogelijk veranderingen in persoonlijke omstandigheden van ieder huishouden mee te nemen. Het is bovendien niet nodig om inzicht te verkrijgen in de gevolgen van economische ontwikkelingen en beleid op het inkomen van huishoudens.

Autoverzekering vergelijken 1240x424

Koopkracht in 2026

In 2026 hebben huishoudens minder te besteden dan eerder aangenomen. Een koopkrachtverwachting van 1,4 procent resulteert uiteindelijk in een groei van 0,6 procent. Dit cijfer dient daarmee als uitgangspunt voor de onderhandelingen tussen politieke partijen over de Miljoenennota. In samenwerking met de oppositie, kan het kabinet maatregelen nemen om bepaalde groepen te compenseren. Dit constateerde AOW.nu eerder ook al, toen wij onderzoek deden naar hoe AOW’ers hun koopkracht ervaren.

Het zijn moeilijke tijden. Vooral buiten onze landsgrenzen gebeurt er veel. De oorlog in en rond Iran maakt dat de energieprijzen (voornamelijk diesel en benzine) flink gestegen zijn. Dat drijft de inflatie op. Hoge energieprijzen maken het dagelijks leven nu al duurder. Veel Nederlanders kunnen die prijsstijging wel aan, zegt CPB-directeur Hasekamp: “Omdat ook de lonen stijgen. Dat dempt het effect van die hoge prijzen.”

Het begrotingstekort loopt op en komt dit jaar uit op 2,8 procent. Dat is fors. Reden daarvoor is dat de overheid meer geld uitgeeft dan er binnenkomt. Vooral eenmalige uitgaven aan defensiepensioenen, grote uitgaven aan defensie en sociale zekerheid zijn als redenen aan te wijzen. Bovendien betaalt Nederland meer rente voor leningen.

Dit jaar en volgend jaar zal de inflatie waarschijnlijk zo’n 3 procent bedragen, tegenover een eerdere raming van 2 procent. Nagenoeg alles kost energie. Daarom werken de hoge energieprijzen, zij het met enige vertraging, ook door in nagenoeg alles. En dat beïnvloedt de koopkracht. Daar staat tegenover dat de cao-lonen in 2026 en 2027 zullen stijgen met ongeveer 4 procent. Daarom blijft er onder de streep toch nog iets meer over, ondanks de hoge inflatie.

Dalende koopkracht in 2027 indien kabinet beleid niet aanpast

En nu naar 2027. Gemiddeld gaan Nederlandse huishoudens er volgend jaar 0,3% op achteruit. Daarmee komt voor het eerst in jaren een einde aan de stijgende koopkracht. Dit blijkt uit een berekening van het CPB. In de voorjaarsraming werd er nog van uitgegaan dat de koopkracht in 2027 gelijk zou blijven. Daarmee is deze berekening een verslechtering ten opzichte van de voorjaarsraming.

Toch vallen de gevolgen mee als je ziet wat er aan de hand is in de wereld, stelt CPB-directeur Pieter Hasekamp. “Over de hele linie valt het mee. De Nederlandse economie is veerkrachtig.” De Nederlandse economie zal naar verwachting volgend jaar met 1,2 procent groeien en dat ondanks grote spanningen in de wereld. Alhoewel dat minder is dan in dit jaar, blijft de economie overeind. Dit komt door een sterke export en doordat de overheid geld blijft uitgeven. Ook de meeste Nederlandse huishoudens hebben nog genoeg te besteden.

In 2027 zullen de lonen opnieuw stijgen. Die stijging zal voor Nederlanders niet voldoende zijn om meer uit te kunnen geven. Prijsstijgingen, een kabinet dat de inkomstenbelasting wil verhogen, zijn daar debet aan. Bovendien neemt het nettoloon af, doordat werkgevers meer premie moeten gaan afdragen voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

De verwachting is dat het tekort volgend jaar 2,1 procent wordt. Dat is iets lager dan nu. Voorzichtigheid in het uitgavenpatroon blijft geboden bij het maken van de Miljoenennota, zegt Hasekamp: “Als er extra geld of lastenverlichting naar een specifieke groep gaat, zal ergens anders ruimte moeten worden gevonden. Er is geen ruimte om zomaar extra uitgaven te doen”.

Het economische beeld blijft echter onzeker. Het CPB waarschuwt voor invoering van importtarieven, onrust op de financiële markten en hogere energieprijzen. In het bijzonder noemt Hasekamp de Nederlandse afhankelijkheid van machinebouw. De export van bijvoorbeeld chipmachines van ASML is nu heel sterk door enorme investeringen in AI. Het CPB waarschuwt dat deze investeringen kunnen terugvallen.

De berekening van het CPB van augustus is van belang voor elk kabinet. Op basis hiervan kunnen nog aanpassingen plaatsvinden in de begroting van het volgende jaar. Deze begroting wordt op Prinsjesdag gepresenteerd.

De 0,3 procent die we er in 2027 op achteruit zullen gaan, komt door een aantal plannen voor belastingverhogingen van het kabinet Jetten. De tarieven van de inkomstenbelasting zullen iets stijgen. Over een groter deel van het inkomen wordt een hoger tarief voor de inkomstenbelasting geïnd. Deze belastingverhoging kreeg de naam ‘vrijheidsbijdrage’. Hiermee wordt een deel van de extra uitgaven aan Defensie bekostigd.

Niet alle groepen leveren volgend jaar hetzelfde in. Mensen met een uitkering en werkende mensen gaan er 0,4 procent op achteruit. De koopkracht van AOW’ers stijgt met 0,5 procent. Dat laatste heeft vooral te maken met het nieuwe pensioenstelsel.

Het aantal mensen in armoede zal volgend jaar stijgen. Dat daalde sinds 2024. Toen daalde het aantal mensen onder de armoedegrens met ruim 90.000 naar 460.000 mensen. Volgend jaar loopt het op naar 470.000, verwacht het CPB. Dit jaar zal het aantal mensen in armoede nog iets afnemen. Redenen daarvoor zijn vooral een stijging van uitkeringen en een ruimere huurtoeslag. De toename in 2027 komt vooral door de prijsstijgingen. Het aantal kinderen in armoede zal wel dalen. Dat geldt voor zowel 2026 als 2027.

Als het kabinet mensen wil beschermen tegen de hoge energieprijzen, moet het zich richten op de kwetsbaarste huishoudens, adviseert het CPB. “Als je in een slecht geïsoleerd huis woont met een relatief laag inkomen, dan ga je echt wel pijn voelen”, zegt Pieter Hasekamp.

Onverstandig is het om maatregelen te nemen die alle Nederlanders beschermen tegen prijsstijgingen, zo herhaalt het CPB. Mensen met een laag inkomen en een slecht geïsoleerd huis financieel helpen met verduurzaming is een betere aanpak, zo meent het CPB.

Mocht het kabinet proberen de koopkrachtdaling te remmen, dan wordt dat niet eenvoudig. Het begrotingstekort van 2026 is 2,8 procent. De Europese grens bedraagt 3 procent. De verwachting voor 2027 is een tekort van 2,1 procent. Dat betekent dat zorgvuldig met de financiën moet worden omgegaan. De grens die Europa toestaat, is immers dichtbij. Eerder waarschuwde het CPB al niet te dicht deze 3 procent te naderen. Bij de geringste tegenslag kan het begrotingstekort oplopen tot meer dan 3 procent.

Kortom: het wordt een hele klus om de begroting voor Prinsjesdag rond te krijgen. Premier Jetten voerde, samen met zijn twee vicepremiers, daarover een aantal gesprekken met de oppositiepartijen. Hij heeft deze nodig om voldoende steun in de Eerste en Tweede Kamer te krijgen. Voor diverse oppositiepartijen staat behoud van de koopkracht hoog op de agenda.

Daarnaast zoekt het kabinet ook geld om de Box3-wetgeving aan te passen. Bovendien heeft het de bezuinigingen op de AOW in de koelkast gezet én wil het met de sociale partners een akkoord sluiten over bezuinigingen, die zowel werkgevers als werknemers afwijzen.

Recent is bekend geworden dat geplande bezuinigingen op de AOW en andere uitkeringen niet doorgaan. Meer over dat onderwerp kunt u hier vinden.

Monuta banner 1240 x 346

Gepensioneerden zien hun koopkracht stijgen

Alhoewel de gemiddelde koopkracht daalt in 2027, hebben gepensioneerden in 2027 juist 0,5 procent meer te besteden. Debet daaraan is onder meer de aanpassing van pensioenen binnen het nieuwe pensioenstelsel. De stijging van 0,5 procent is een gemiddelde. Het betreft een ongelijke groep, omdat een aantal pensioenfondsen al ingevaren is. De stijging van 0,5 procent geldt niet voor nog niet ingevaren pensioenfondsen. Bovendien, gepensioneerden die uitsluitend een inkomen ontvangen via hun AOW-uitkering, dus zonder een aanvullend pensioen, profiteren helemaal niet van het invaren en blijven uitsluitend de ontwikkelingen van het minimumloon volgen.

De actuele AOW-bedragen kunt u hier vinden.

De meeste huishoudens kunnen, wat koopkracht betreft, een minder goed jaar tegemoet zien. De verhoging van de inkomstenbelasting is een belangrijke oorzaak van de verwachte koopkrachtdaling. Immers, minder geld op de bankrekening, betekent minder kunnen uitgeven.

De begroting en Prinsjesdag

Het is traditie dat op Prinsjesdag, na de troonrede van de koning, de Miljoenennota en de Rijksbegroting worden gepresenteerd. Ingegaan wordt op de kosten en de invloed van deze plannen op de burgers en de bedrijven. Daarnaast wordt de algemene toestand van de Nederlandse economie beschreven.

De conceptbegroting voor Prinsjesdag moest 31 augustus ingeleverd worden. Het bleek voor de coalitie een moeizame opgave deze deadline te halen. Vooral de onderwerpen sociale zekerheid en box-3 bleken struikelblokken. Niet alleen binnen de coalitie was daar verschil van mening over. Ook de linker- en rechterkant namen geheel andere posities in.

31 Augustus, even voor zessen, bereikte Nederland het bericht dat de coalitie de conceptbegroting gereed had. Steun van de Kamer is er op dit moment niet. Inhoudelijk worden de plannen op Prinsjesdag bekend gemaakt. En dan breekt een spannende tijd aan. Met slechts 66 zetels in de Tweede Kamer heeft de coalitie steun nodig van de oppositie. Het is dus absoluut niet zeker dat er meerderheden zullen komen voor alle plannen.

AOW.nu Plus word lid met 600,00 euro 1240x346

1 September 2026: eerste details Prinsjesdagstukken uitgelekt

Dagenlange onderhandelingen leverden per 31 augustus precies op de valreep een conceptakkoord op met daarin voldoende handreikingen voor oppositiepartijen om de begroting te steunen, zo meent premie Jetten. Die steun heeft het minderheidskabinet namelijk nodig.

Bekend tot nu (3 september 2027):

  • koopkrachtreparatie: 1,5 miljard euro;
  • geen bezuiniging op de AOW: 2,8 miljard euro;
  • geen verlaging maximum dagloon: 8,24 miljoen euro;
  • uitstel duur WW van 2 jaar naar 1 jaar: 684 miljoen euro;
  • hogere belasting op leidingwater (10 cent per m3);
  • investering in innovatiefondsen: bijna 4 miljard euro;
  • uitstel verhoging risico eigen zorg;
  • tijdelijk minder accijns op diesel en benzine: 750 miljoen euro;
  • meer ouderen gratis vaccinatie tegen gordelroos;
  • verlaging belasting op langeafstandsvluchten;
  • in een periode van 3 jaar: 1,1 miljard euro éxtra voor ontwikkelingssamenwerking.

Te constateren zijn daarmee handreikingen, richting:

Pro:

  • deels schrappen van de bezuinigingen op de uitkeringen;
  • definitief schrappen van de aangekondigde bezuiniging op de AOW van 2,8 miljard euro;
  • drie jaar lang meer geld naar ontwikkelingssamenwerking.

JA21 en SGP:

  • de korting op de benzineaccijnzen wordt een jaar langer in stand gehouden;
  • reservering voor onderhoud van wegen en bruggen: 1,5 miljard extra. Daar ontstaat de komende jaren een tekort van 80 miljard euro.

50Plus:

  • gratis vaccinatie voor meer ouderen tegen gordelroos.

Hoe de handreikingen betaald moeten worden, is niet helemaal duidelijk. De verhoging van de prijs van het drinkwater  kost een gemiddeld huishouden ongeveer 10 euro per jaar. Verhoging van de belasting voor hoge inkomens kan het tekort niet aanvullen. Het is dus wachten waar het kabinet nog wel gaat bezuinigen om de maatregelen te bekostigen. De oppositie is overigens verdeeld over de uitgelekte plannen en de acties van de vakbonden gaan door.

Tot slot (aan de hand van de informatie tot 31 augustus 2026)

  • Ondanks alle economische tegenslagen blijft de economie groeien en wel in 2026 met 1,4 procent. In 2027 zal dat 1,2 procent zijn. Het is geen overweldigend goed resultaat en minder dan het kabinet eigenlijk wenst.
  • Tegelijkertijd is er geen sprake van een daling. De wereldwijde groei van AI, zeer profitabel voor bedrijven rond ASML, maken dat de export groeit.
  • De overheidsuitgaven nemen toe. Dit ondersteunt de groei. Huishoudens blijven, ondanks alle ontwikkelingen, toch geld uitgeven.
  • Dit is een raming bij ongewijzigd beleid, zoals dat voor 31 augustus bekend was. In september kan er nog veel gebeuren!

(bronnen: wikipedia, rijksoverheid.nl, rtl.nl, msn.com, nos.nl, ewmagazine.nl, eenvandaag.nl)

Lees meer over: