Inkomensgevolgen voor AOW’ers bij opheffing van de AOW-premievrijstelling!

Bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd betalen AOW’ers geen AOW-premie meer. Echter, een toenemende vergrijzing, maakt dat het aantal AOW-uitkeringen zal groeien. In een tijd waarin nagenoeg op alles bezuinigd moet worden, ontstaat dan de vraag of de AOW-premievrijstelling voor pensioengerechtigde AOW’ers opgeheven moet worden. Dat impliceert dat AOW’ers de AOW-premie, ook ná het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd moeten blijven voldoen.

Klik snel door naar:




Inkomensgevolgen voor AOW’ers bij opheffing AOW-premievrijstelling!

  • Een toenemende vergrijzing maakt dat de AOW een groot deel van de rijksfinanciën in beslag neemt.
  • Bij opheffing van de premievrijstelling gaan AOW’ers zonder andere inkomsten er acht procent op vooruit.
  • Voor AOW’ers met inkomsten naast hun AOW, kunnen de inkomsten dalen tot ruim veertien procent.

Waarom staat opheffing van de AOW-premievrijstelling ter discussie?

De AOW is een omslagstelsel. Dit is een financieringssysteem waarbij de premies die de huidige werkende generatie betaalt, direct worden gebruikt om de uitkeringen (zoals pensioenen of sociale zekerheid) van de huidige uitkeringsgerechtigden te financieren. In 2024 ging 5,7 procent van alle overheidsuitgaven naar de AOW. Het premietarief is in de praktijk 17,9 procent. De premiegrens in 2025 bedraagt € 38.441,00. Er is een beperkte groei van de heffingsgrondslag. Daarnaast drukken hogere heffingskortingen de premieopbrengst en neemt de fiscalisering toe. Indien het rijk niet had bijdragen, was het Ouderdomsfonds in 2024 al in mei uitgeput.

Niet uitsluitend de toenemende vergrijzing leidt tot hogere AOW-uitgaven, ook een in verhouding achterblijvende heffingsgrondslag voor de AOW-premie is hier debet aan. Zie daartoe onderstaande tabel:

AOW premiepercentage 1957-2024

De opbrengst van de AOW-premie wordt ook door andere maatregelen beperkt:

  • Het bedrag van de premiegrens (€ 38.441,00) wordt al sinds geruime tijd slechts verhoogd met ¾ van het inflatiepercentage van de voorgaande periode.
  • De premieopbrengst staat onder druk door de gestegen heffingskortingen.
  • De onder druk staande premieopbrengst maakt dat er steeds een grotere rijksbijdrage nodig is om de AOW uit te kunnen keren. De AOW wordt in steeds sterkere mate betaald uit de algemene middelen en niet uit de opbrengst van de AOW-premie, de zgn. ‘fiscalisering’ van de AOW. In 2024 werd al 57 procent uit de algemene middelen betaald.

Om in deze situatie verandering aan te brengen, stelde de Studiegroep Begrotingsruimte in 2025 voor om ook AOW-gerechtigden AOW-premie te laten betalen. Dat heeft echter verregaande gevolgen voor het inkomen, zo berekenden economen.

Gevolgen voor de inkomsten van diverse samenlevingsvormen

Hieronder worden uitsluitend de gevolgen opgesomd die voor alle AOW-gerechtigden gelden. Er is geen rekening gehouden met een mogelijke zorg- of huurtoeslag. Evenmin is rekening gehouden met de gevolgen van het bezit van een eigen woning en/of vermogen waarover vermogensrendementsheffing verschuldigd is.

Voor 67-plussers met een inkomen op of boven de premiegrens zou het opheffen van de premievrijstelling leiden tot een lastenverzwaring van maximaal € 6.880,00 per jaar. Dit is een daling van het inkomen van maximaal € 573,00 per maand (bij een premiepercentage van 17,9 procent van de actuele premiegrens van € 38.441,00).

De netto AOW-uitkering is gebaseerd op het netto-minimumloon. Als de overheid de premievrijstelling opheft, moet de bruto-uitkering verhoogd worden. Anders kan het netto-inkomen niet gehandhaafd blijven. Een stijging van het bruto-inkomen, betekent in deze situatie echter geen extra koopkracht, maar compenseert uitsluitend de verschuldigde AOW-premie.

Daarentegen betekent een hoger bruto-inkomen een hoger belástbaar inkomen. Iedere 67-plusser komt in aanmerking voor de ouderenkorting. Voor alleenstaanden is er nog een aanvullende ouderenkorting. De hoogte van de ouderenkorting is afhankelijk van het verzamelinkomen.

Bekijk hier de actuele AOW-bedragen.

Samenwonenden met uitsluitend een AOW-uitkering

De bruto AOW-uitkering van een gepensioneerd paar zonder aanvullend inkomen zou, om het netto-inkomen gelijk te houden, met € 279,00 per maand moeten stijgen. In deze situatie kan de ouderenkorting volledig worden benut. Hun netto-inkomen stijgt uiteindelijk met € 174,00 per maand. Dit voordeel blijft bestaan, omdat de ouderenkorting niet relevant is bij de berekening van de bruto-AOW-uitkering.

Samenwonenden met één aanvullend inkomen

Bij samenwonenden, waarbij één van de partners een aanvullend inkomen heeft, betaalt deze over dat aanvullende inkomen 17,9 procent AOW-premie. Dit geldt zolang het totale inkomen onder de premiegrens blijft. De ouderenkorting kan echter niet meer maximaal benut worden.

Indien het aanvullende inkomen meer dan € 487,00 bruto per maand bedraagt, gaat het paar er netto op achteruit. Omdat hun bruto-AOW-uitkering is verhoogd, gaan ze na het schrappen van de premievrijstelling meer inkomstenbelasting betalen.

Paren met een hoog aanvullend inkomen dragen veel meer af. Dit is niet alleen het gevolg van het progressieve schijventarief van de inkomensbelasting, maar ook vanwege de daling van de ouderenkorting naarmate het inkomen stijgt.

Toelichting

Indien de premievrijstelling opgeheven wordt, ontstaat de situatie dat 67-plussers aanspraak maken op de volledige algemene heffingskorting, inclusief het AOW-deel daarvan.

  • In 2025 is deze korting maximaal € 3.068,00.
  • Bij een inkomen tussen € 45.308,00 en € 58.875,00 vindt een geleidelijke afbouw plaats tot € 0,00.
  • Met de afbouw van de beide kortingen, wordt de marginale druk voor ouderen met een inkomen tussen € 45.308.00 en € 58.875,00 verhoogd met 21,3 procent. Binnen het reguliere tarief van 37,48 procent houden ouderen uit deze groep van elke euro extra inkomen, netto € 0,41 over.

N.B. Marginale druk is het percentage van een extra inkomen dat verdwijnt door hogere belastingen, premies en/of toeslagen. Hierdoor houdt men minder over dan de bruto extra inkomsten.

Samenwonenden met beiden een aanvullend inkomen

Afhankelijk van de verdeling van het aanvullende inkomen, variëren de gevolgen voor de inkomsten. Indien beide partners een aanvullend inkomen hebben, kunnen de financiële gevolgen veel groter zijn.

Dit is inherent aan het Nederlandse belastingstelsel. Het opheffen van de premievrijstelling kost 67-plussers € 573,00 per maand, zo is hierboven aangegeven. Bij samenwonenden met een meer gelijkmatige verdeling van het aanvullende inkomen kan de verschuldigde inkomensheffing stijgen met maximaal 2 x € 573,00 = € 1.146,00 per maand.

In de grafiek hieronder is te zien dat:

  • Samenwonenden, waarbij één van het partners een aanvullend inkomen heeft, kunnen een daling van het netto-inkomen van maximaal 8 procent tegemoet zien bij volledige opheffing van de AOW-premievrijstelling in 2025.
  • Wanneer elk van beide samenwonenden een gelijk aanvullend hoog inkomen heeft, kan het netto-inkomen dalen tot ruim 14 procent.
  • Voor samenwonenden met een meer gelijkmatige verdeling van het aanvullende inkomen is het inkomensverlies significant hoger vanaf een aanvullend inkomen van meer dan € 2.000,00.

Mutatie netto-inkomen bij volledig schrappen AOW-premievrijstelling voor een paar

Alleenstaanden

De opheffing van de premievrijstelling betekent voor een alleenstaande, zonder aanvullend inkomen, een stijging van de bruto-AOW-uitkering met € 302,00 per maand. Omdat de volledige ouderenkorting benut kan worden, stijgt het netto-inkomen met € 35,00 (2,2 procent) per maand.

Bij een aanvullend inkomen vanaf € 99,00 per maand daalt het netto-inkomen. Het inkomensverlies kan oplopen tot 12 procent.

Mutatie netto-inkomen bij schrappen premievrijstelling voor een alleenstaande

Tot slot

Indien de overheid het huidige beleid voortzet, moet er steeds meer geld vanuit de algemene middelen worden vrijgemaakt. Een oplossing is de bestaande premievrijstelling voor 67-plussers op te heffen, zo luidt het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte.

  • De financiële situatie van ouderen met uitsluitend een AOW en eventueel een klein aanvullend pensioen, verslechtert daardoor niet. Ze kunnen blijven gebruik maken van de volledige ouderenkorting. Hun netto-inkomen stijgt.
  • De financiële situatie van ouderen met een (hoger) aanvullend inkomen kan leiden tot een behoorlijke daling van het netto-inkomen.
  • Indien besloten wordt de premievrijstelling op te heffen, dan zal dit stapsgewijs (bijv. over een periode van 15 tot 20 jaar) moeten gebeuren vanwege de grote gevolgen van de inkomens van AOW’ers.

Vanwege het huidige hoge aantal ouderen en de toenemende vergrijzing, lijkt de mogelijkheid gering dat het opheffen van de premievrijstelling voor AOW-gerechtigden ooit door de politiek wordt geaccordeerd.

(bron: esb.nu, nextens.nl, Belastingdienst)

Lees meer over: