Mogelijke hervormingen bij vermogen, erfenissen en vermogensinkomsten op komst

Bij het woord ‘belasting’ worden nogal eens de wenkbrauwen gefronst. Toch is belasting betalen nodig. Door belasting te betalen, dragen we met z’n allen bij aan het functioneren van de overheid en de financiering van openbare diensten die ten goede komen aan de gehele gemeenschap. Belasting wordt geheven over inkomen uit werk en woning (box 1), over inkomen uit een aanmerkelijk belang in een onderneming (box 2) en over spaargeld en beleggingen (box 3). Er zijn uitgaven die van dat inkomen afgetrokken mogen worden, de zgn. aftrekposten.

De belastingheffingen uit de inkomsten uit vermogen, erfenissen en vermogen dienen doelgericht herzien te worden, zo is de visie van een aantal economen. In de tekst hieronder treft u een aantal van de door hen getraceerde aandachtspunten en mogelijke oplossingen aan.

Klik snel door naar:

Diverse aandachtspunten

  • De belastingheffing blijkt zeer gecompliceerd te zijn.
  • De belastingdienst is overbelast (afwikkeling toeslagenschandaal en de tegenbewijsregeling v.w.b. box 3).
  • Voor wat vermogensinkomsten betreft, is de belastingdruk te laag om een optimaal belastingstelsel te realiseren.
  • Internationaal vergeleken, is de Nederlandse belastingdruk op kapitaal laag.
  • Huizen en pensioenen worden zwaar gesubsidieerd. Dit resulteert erin dat de overheid tientallen miljarden aan belastinginkomsten derft, vergeleken met een fiscaal neutrale behandeling indien huizen en pensioenen net zo zouden worden belast als sparen en beleggen in box 3.
  • Belastingplichtigen kunnen vanwege de bedrijfsopvolgingsregeling en de doorschuifregeling het effectieve tarief op vermogenswinsten op aandelen aanzienlijk verlagen. De erfenisbelasting op nagelaten bedrijven kan via de bor aanzienlijk worden verlaagd. De doorschuifregeling maakt dat aandelen zonder voorwaarden kunnen worden overgedragen (zonder belasting te betalen over de waarde van die aandelen).
  • De efficiency van het belastingstelsel zou stijgen met een hogere belasting op vermogensinkomsten en – winsten.
  • Meer inkomen kan herverdeeld worden dan uitsluitend via het belastingstelsel in box 1.
  • De economen geven aan er ook financiële ongelijkheid is vanwege het feit dat hogere inkomensgroepen gemiddeld grotere erfenissen ontvangen, meer sparen en beleggen, meer ondernemen én hogere rendementen behalen. De verschillen komen niet uitsluitend door het verschillen in het arbeidsinkomen.
  • Er zijn belastingen op vermogensinkomsten en – winsten nodig om de tarieven op arbeid op het arbeidsaanbod, de gemiddelde pensioenleeftijd en de investeringen in menselijk kapitaal te verkleinen. Belastingarbitrage moet voorkomen worden.

Echter, het heffen van belasting op vermogensinkomsten zal zeker economisch zeker niet zonder slag of stoot gaan voor wat betreft het spaar- en investeringsgedrag. Een te laag aandeel van de belasting op kapitaal is niet wenselijk. Dit zou leiden tot meer inkomensongelijkheid en grote verstoringen op de arbeidsmarkt veroorzaken. Voor wat belastingen op vermogensinkomsten en – winsten: daarvan kan het aandeel omhoog.

  • De overheid gebruikt in alle boxen progressieve tarieven. Deze verschillen onderling sterk. Hiermee verstoort de overheid de optimale allocatie van kapitaal en risico in onze economie enorm. Boxen 1 en 2, vpb, richten zich op de werkelijke vermogensinkomsten, terwijl box 3 zich op fictieve rendementen richtte.
  • Vermogenswinsten blijven onbelast bij onroerend goed.
  • Pensioenen en effecten (box 3) worden wel (deels) belast in de vennootschappen (vpb en box 2).
  • Huizen en pensioenen worden gesubsidieerd.
  • De overheid stuurt, via de fiscus, de vermogensopbouw en portfoliokeuzes, sparen en beleggen, eigen onderneming, eerste en tweede huis en pensioen.
  • Sterke fiscale impulsen maken dat het nationaal inkomen ongeveer vier maal wordt aangehouden in huizen en pensioenen.
  • Veel vermogen wordt in BV’s ondergebracht.
  • Vooral box 2 dient als een fiscaal aantrekkelijke spaarpot. Hierin kan, gedurende langere tijd, belastingheffing worden ontweken. Dit gebeurt door het gebruik maken van het winstuitstel via de bor, de dsr en de onbelaste rendementen op ongerealiseerde vermogenswinsten.
  • Lenen van BV’s moet aan banden gelegd worden.
  • De gebruikelijke loonregeling heeft een grote arbitragemogelijkheid.
  • Lagere belaste dividenden en vermogenswinsten (om daarmee de belastingdruk te verlagen) worden als instrument gebruikt door directeur-grootaandeelhouders.

Fiscale behandeling van het eigen huis dient herzien te worden

Niet de hypotheekrenteaftrek, maar het veel te lage eigen woningforfait is de grote boosdoener. De aftrektarieven van box 1 en 2 verschillen nauwelijks (37 en 36 procent). Daar tegenover staat dat het basistarief van het eigen woningforfait slechts 0,35 procent van de WOZ-waarde is. Het gevolg is dat slechts een tiende van de huurwaarde in het economische verkeer wordt belast in box 1. Daarmee hebben eigenhuisbezitters een gigantisch fiscaal voordeel ten opzichte van huurders. Het advies is een eigen huis in een goed belastingstelsel op te nemen. Immers, de centrale spil voor wat betreft opbouw van vermogen, maar ook ongelijkheid in vermogen én overerfbaarheid van vermogen, is onroerend goed.

Inkomsten uit vermogen en vermogen

Belastingheffing over bovenstaande posten draagt bij aan de ongelijkheid, zo meldt de publicatie van esb.nu. Vermogensopbouw via huizen en pensioenen worden gesubsidieerd en komen terecht bij de hoogste inkomens. Daarmee wordt de inkomensongelijkheid vergroot. Dat is ook van toepassing op de fiscale mogelijkheden in box 2: de 1% meest vermogenden zijn goed voor 80% van het totale vermogen in box 2.

Belastingstelsel en schuldfinanciering

Het belastingstelsel stimuleert schuldfinanciering met betrekking tot de vpb en bij het eigen huis. Dit gebeurt door een niet gelijke belastingheffing op vreemd en eigen vermogen. Gevolg: een financieel kwetsbare Nederlandse economie en een toename van wisselende uitslagen.

Vermogensinkomsten

  • Met name ten aanzien van box 3 vinden er nu al wijzigingen plaats. Belasting heffen op fictief rendement is verdwenen. Geïntroduceerd werd een belasting op het werkelijke rendement. (AOW.nu berichtte u daar al eerder over.) De komende regering moet verder werken aan de hervorming daarvan.
  • Een ongelijke verdeling van vermogensinkomsten maken dat zich een significante inkomensconcentratie aan te top bevindt. Desondanks geeft het CBS aan dat er geen duidelijke verandering in de concentratie bij de top te traceren is. Dit zou gelegen kunnen zijn in het feit dat in de statistieken bepaalde vermogenstransacties niet goed worden meegenomen.
  • Nederland kent, ook internationaal gezien, een grote vermogensongelijkheid. Ook hier is er geen duidelijke verandering te zien. Dat zou gelegen kunnen zijn in het feit dat het erkennen van de waarde van met name aanmerkelijk belangen aandelen niet eenvoudig is. Mogelijk staan deze aandelen in de waarderingen vermeld met een te lage waardering.
  • Erfenissen worden steeds lager belast. De belastinginkomsten verhouden zich niet gelijk met de toename van de erfenissen. Daarmee neemt de effectiviteit van het belastingtarief af. Voor het grootste deel bestaan erfenissen uit (gesubsidieerd) onroerend goed, alsmede laag-belaste aandelen in bedrijven. Daarmee verhogen ze, zoals hierboven al genoemd, de inkomen- en vermogensongelijkheid tussen de generaties.

Mogelijke oplossingen

  • Belast alle vermogensinkomsten en – winsten met één stelsel (een vlak tarief, vermoedelijk tussen de 25 en 35%). Bij een tarief hoger dan 35%, zou kapitaal Nederland kunnen verlaten. Lager heeft gevolgen voor de herverdelings en doelmatigheid. Het is aan de politiek hier een keuze over te maken.
  • Maak de kosten ter verwerving van de vermogensinkomsten aftrekbaar tegen het basistarief (conform de hypotheekrente, studieschulden en creditcardschulden).
  • Wellicht een vast bedrag voor de onderhoudskosten van onroerend goed introduceren.
  • Vermogenswinsten en – verliezen moeten worden belast bij alle vermogensbestanddelen. Vermogensverliezen zijn voor een begrensde periode aftrekbaar (tegen hetzelfde tarief). De ideale situatie zou zijn als de vermogensaanwas wordt belast (dus niet meer te blokkeren is). Bij liquiditeits- of waarderingsproblemen rest de overheid helaas niet anders dan de vermogenswinsten pas bij realisatie te belasten. Blokkeringseffecten kunnen worden voorkomen met een rentecorrectie. Dit is goed te doen bij onroerend goed. Een andere optie zou een ‘vermogenswinstvoorheffing’ kunnen zijn. Later zou deze dan met de dan gerelateerde vermogenswinstbelasting verdisconteerd kunnen worden.
  • Als de vermogensinkomens correct worden belast, is een vermogensbelasting overbodig. Het is doelmatiger, rechtvaardiger en stabieler wanneer de vermogensbelasting wordt gezien als een heffing op de normale rendementen van dat vermogen. Bovendien levert het meer verzekeringswinsten op. De overheid heft belasting op vermogensinkomsten in plaats van op het vermogen zelf. Een vermogensinkomstenbelasting plús een vermogensbelasting is ‘dubbelop’.
  • Voer een erfenisbelasting in. De ontvanger van de erfenis hoeft geen economische inspanning te leveren voor het verkrijgen van de erfenis. Daarmee zou een hogere heffing relevant kunnen zijn. De erflater bouwt vermogen op. Als huizen worden gesubsidieerd, bedrijven niet correct worden belast, is een erfenisbelasting een adequate correctie op niet correcte belastingheffing over vermogensinkomsten en – winsten.
  • Dit zou de overweging waard zijn om huizen zwaarder te belasten dan andere vormen van vermogen. Minder relevant is dit voor het rendement op pensioenen. Immers, de herverdelingswinsten daarvan zijn minder groot. De ongelijkheid daarin is vooral gelegen in verschillen uit arbeidsinkomen.

Praktische oplossingen

Een geheel nieuw stelsel invoeren is niet nodig. Diverse stappen kunnen tot een optimaler belastingregime leiden. Bovendien moet de belastingdienst zoveel mogelijk worden ontlast. Uitsluitend de nieuwe regeling rond box 3 is niet controversieel verklaard.

Uitgaan van een basistarief van 30% op alle vermogensinkomsten en – winsten. Deze  moeten worden aangepast, indien tot een ander tarief wordt besloten.

Ten aanzien van box 1:

  • Het eigen huis moet dezelfde fiscale behandeling krijgen als sparen en beleggen en overig onroerend goed in box 3. Daarmee verdwijnt de fiscaal geprivilegieerde positie van het eigen huis.
  • Voer een kleine verdere beperking van het aftrektarief voor de hypotheekrente richting 30% in.
  • Verhoog het te lage eigenwoningforfait geleidelijk, maar wel substantieel. Dit levert de schatkist vele miljarden op.
  • Belast waardeveranderingen bij het eigen huis tegen 30% (via een vermogenswinstbelasting). Daarmee wordt één lijn getrokken met box 3. Voor een gelimiteerde periode zijn verliezen aftrekbaar (tegen 30%).
  • Fiscale neutraliteit is een streven. Dat geldt echter ook voor de pensioenen. Fiscaliseer de AOW-premies door een gelijk tarief in box 1 te introduceren voor gepensioneerden en werkenden. Ontzie minder draagkrachtige ouderen via een hogere ouderenkorting.
  • IB-ondernemers moeten in box 1 hun inkomen splitsen in een arbeids- en kapitaalaandeel, conform Scandinavisch model. Verdere informatie treft u aan bij box 2. Het arbeidsdeel wordt progressief belast in box 1. Het kapitaalaandeel wordt belast tegen het kapitaaltarief van 30%.

Ten aanzien van box 2:

  • Invoer van een (vlak) tarief van 30% (het basistarief op kapitaalinkomen). Het huidige maximumtarief is overigens 31%.
  • Introduceer het Scandinavische model , dat gebaseerd is op een gebruikelijk kapitaalinkomen. Ondernemers betalen belasting over een fictief rendement op hun ondernemingsvermogen (8 – 10%). Vervolgens wordt het resterende inkomen als arbeidsinkomen progressief belast in box 1.
  • Repareer de gebruikelijk-loonregeling en het resultaat van het blokkeren van de belasting over vermogenswinst bij realisatie.
  • Beëindig de bedrijfsopvolgingsregeling (bor) en de doorschuifregeling (dsr).
  • Schenking, overlijden en migratie moeten leiden tot een fictieve realisatie van de vermogenswinst.
  • Voer een vermogenswinstvoorheffing in die later wordt verrekend met de vermogenswinstbelasting. Hiermee wordt het blokkeringseffect ingedamd.
  • Schrap de regelingen die het lenen van BV’s beperken.

Ten aanzien van box 3:

  • Sluit aan bij het kabinetsvoorstel: ‘Belasting over werkelijk rendement’.
  • Schrap het heffingsvrije inkomen in box 3.
  • Voer een voorheffing van 30% in bij sparen. Banken en beleggingsinstellingen houden deze heffing in en maken deze over aan de fiscus. De betrokken belastingplichtigen hoeven dan geen aangifte meer te doen van hun inkomen en sparen in box 3.
  • Voer rentecorrectie in door conform de retrospectieve vermogenwinstbelasting van Auerbach. Dit is relevant voor belastingplichtigen die onroerend goed als beleggingen hebben. Zij betalen belasting over de werkelijke vermogensinkomsten. De invoering van een rentecorrectie voorkomt blokkeringseffecten bij de vermogenswinstbelasting.

Vennootschapsbelasting

  • Belast vreemd en eigen vermogen zo veel mogelijk gelijk. Daarmee worden prikkels voor overmatige schuldfinanciering beperkt.
  • Om dit realiseren zou in de vpb een gedeeltelijke vermogensaftrek kunnen worden ingevoerd.
  • Overweeg het invoeren van het dividend-imputatiesysteem van Australië en Nieuw-Zeeland. Daarmee wordt dubbele belastingheffing voorkomen.

Wat te doen met de opbrengsten?

Met deze voorstellen kunnen aanzienlijke extra opbrengsten gerealiseerd worden. Deze kunnen ingezet worden voor:

  • Verlaging van belasting op arbeid. Tariefverlaging in box 1 voor de laagste inkomen is gewenst.
  • Inzetten van deze middelen voor hogere overheidsuitgaven (defensie) en financieren van investeringen (onderwijs, onderzoek, infrastructuur, klimaat en stikstof).
  • Verlaag de begrotingstekorten.

Wat niét te doen met de opbrengsten?

  • Belast inkomen uit vermogen (dus geen vermogensbelasting).
  • Belast de werkelijk (en niet de fictieve) inkomsten.
  • Het eigen huis laten verdwijnen uit het belastingstelsel.
  • De omkeerregeling bij de pensioenen afschaffen. Belastinginkomsten worden dan naar voren gehaald en de houdbaarheidsproblemen in de overheidsfinanciën stijgen.
  • Zware, gecumuleerde kapitaalheffingen invoeren. Ze kunnen leiden tot kapitaalvlucht, berokkenen de economie schade en investeringen nemen af.

(Bron: esb.nu)

Lees meer over: