Geplande vereenvoudiging AOW-uitkering uitgesteld!
Ons AOW-stelsel is verouderd. In 1957, het jaar waarin dit stelsel startte, was de samenleving geheel anders. De wijze waarop mensen tegenwoordig samenleven, sluit niet meer aan op leefvormen in de AOW. ,,Het makkelijkste zou zijn als er één AOW-bedrag komt voor iedereen. Dan heb je dit soort dilemma’s niet meer”, zegt Starmans, voorzitter van de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank. Maar de maatschappelijke winst zou nog groter kunnen zijn. Het lagere AOW-bedrag kan volgens Starmans gezien worden als een ‘boete op samenwonen’: ,,We hebben een enorm tekort aan woningen, aan mantelzorgers, veel mensen zijn eenzaam. Als wij mensen dan belemmeren om hun woning te delen, waar zijn we dan eigenlijk mee bezig?” (Een en ander is afkomstig van een interview met NRC dat onlangs is verschenen.)
Klik snel door naar:
- AOW-stelsel is verouderd
- Vóór Prinsjesdag zou de Kamer een oplossing presenteren
- Het kabinet heeft de geplande vereenvoudiging van de 21 leefvormen binnen de AOW voorlopig uitgesteld
- Reactie Sociale Verzekeringsbank op het uitstel
- MAX Ombudsman: stel het uitgewerkte voorstel niet uit
- Reactie MAX Ombudsman op het uitstel
- 23 September 2026: Minister Vijlbrief bevestigt het kabinetsstandpunt
- Wanneer welke AOW? Een voorbeeld uit de praktijk
- Wanneer is er sprake van een gezamenlijke huishouding?
- Verschillende leefvormen
- Argumenten voor en tegen één gelijke AOW
AOW-stelsel is verouderd
Het stelsel dateert uit 1957. De Sociale Verzekeringsbank geeft aan dat het grote verschil in AOW-uitkeringen een zorgelijke ontwikkeling is. “Het AOW-stelsel dateert uit 1957, toen zag de samenleving er heel anders uit. Je was getrouwd of je was alleen. Als je getrouwd was kreeg je het gehuwdenpensioen dat lager was omdat je als echtpaar kosten kon delen. Alleenstaanden kregen het ongehuwdenpensioen. Nu zijn er veel meer manieren om met elkaar te leven. Daarom willen wij ook dat het huidige stelsel eenvoudiger wordt. Voor de burger en ook voor ons,” zegt Diana Starmans, voorzitter van de Raad van Bestuur van de SVB.
Bereken uw uitvaartverzekering premie bij Monuta
Bereken uw Monuta premie
Kies uw leeftijd en bekijk direct de maandpremie bij een verzekerd bedrag van € 7.000,00.
Premie is indicatief en gebaseerd op € 7.000,00 verzekerd bedrag. Acceptatie en voorwaarden via Monuta.
Vóór Prinsjesdag zou de Kamer een oplossing presenteren
Op 29 maart 2026 nam de Tweede Kamer een motie van D66 en CDA aan. In deze motie werd het kabinet verzocht snel te gaan werken aan het terugbrengen van het aantal leefvormen en vóór Prinsjesdag een voorstel te presenteren. De motie werd met 118 stemmen aangenomen. Helaas, de situatie blijft ongewijzigd. Reden? De nieuwe regels leiden tot hogere AOW-uitgaven. Daarvoor is geen dekking voorhanden. Het onderzoek naar vereenvoudiging gaat wel door.
Letterlijk staat er: ‘De motie-Van Ark/Neijenhuis (Kamerstukken II, 2025-2026, 36 800 XV, nr. 71) verzoekt de regering om aan de slag te gaan met de harmonisering van het aantal leefvormvarianten in de AOW en hier voor Prinsjesdag een voorstel voor te doen. Een beleidsvoorstel dat hierin voorziet door voortaan een partnerbegrip te hanteren met objectieve criteria is vergaand uitgewerkt, maar vergt ook een intensivering op de AOW-uitgaven. De motie voorzag niet in een dekkingsvoorstel. In de bredere weging van alle SZW-opgaven is besloten op dit moment geen voorstel voor dekking te doen, waardoor het objectief partnerbegrip nu geen doorgang vindt. Het kabinet beschouwt de motie als afgedaan. De vereenvoudigingsopgave van de sociale zekerheid blijft voor het kabinet belangrijk.’
Het kabinet heeft de geplande vereenvoudiging van de 21 leefvormen binnen de AOW voorlopig uitgesteld
Er is in de rijksbegroting geen geld gereserveerd voor de hogere uitgaven die deze hervorming met zich mee zou brengen. Derhalve zijn de plannen voorlopig uitgesteld.
De regels en de gevolgen hiervan zijn als volgt:
- De huidige regels blijven gelden: de Sociale Verzekeringsbank blijft de hoogte van uw AOW-uitkering baseren op uw feitelijke leef- en woonsituatie. Het verschil tussen een alleenstaanden-AOW en samenwonenden-AOW blijft daardoor circa € 500,00 per maand.
- Het probleem met de 21 leefvormen: op dit moment bestaan er 21 verschillende huishoudsituaties (zoals mantelzorg, LAT-relaties of inwonende familieleden). Dit zorgt in de praktijk voor veel onduidelijkheid en ingewikkelde controles door de SVB.
- Het uitgestelde plan (objectief partnerbegrip): het doel was om over te stappen naar een ‘objectief partnerbegrip’. Hierbij zou de SVB alleen nog kijken naar officiële kenmerken (zoals een huwelijk of geregistreerd partnerschap) in plaats van naar de feitelijke dagelijkse leefsituatie. Hoewel de Tweede Kamer begin 2026 nog per motie vroeg om vóór Prinsjesdag met een concreet voorstel te komen, heeft het kabinet de plannen nu vanwege de kosten uitgesteld.
Stephan Neijenhuis, een van de twee Kamerleden achter de ingediende en ook aangenomen motie, geeft aan: “Helaas is het nog niet gelukt in de Miljoenennota. Maar naast de motie hebben we ook gewoon in het regeerakkoord afgesproken dat het kabinet moet gaan onderzoeken hoe de complexiteit van de 21 leefvormen moet worden opgelost. Dus daar wil ik het (woensdag 23 september) over gaan hebben bij het debat uitvoering sociale zekerheid.” Hij zal informeren hoe het onderzoek van het kabinet verder gestalte krijgt en wat de toekomstige plannen zijn. “We willen vooral te weten komen wanneer we dan de resultaten van het onderzoek kunnen verwachten,” zo geeft hij aan.
Ook Elles van Ark geeft niet op: “Helaas heeft het kabinet in de Miljoenennota nog geen middelen gereserveerd voor de vereenvoudiging van de AOW-leefvormen. Dat vinden wij jammer, omdat deze vereenvoudiging voor veel mensen juist meer duidelijkheid en minder onzekerheid kan betekenen. We gaan daarom de komende tijd onderzoeken of we zelf een dekking kunnen vinden die op brede steun kan rekenen, zodat we dit voorstel bij de behandeling van de SZW-begroting opnieuw onder de aandacht van de minister kunnen brengen.”
SVB en seniorenorganisaties zoals MAX OmbudsService blijven aandringen op een oplossing omdat zij het huidige systeem op de lange termijn onhoudbaar vinden en dringen erop aan dat het plan alsnog wordt doorgezet.
Sociale Verzekeringbank wil van de ingewikkelde en soms rare procedures af
De Sociale Verzekeringbank is belast met de beoordeling van de daadwerkelijke leefsituatie (achter de voordeur inspecteren, controleren watermeters en telefoonrekeningen) en noemt als een mogelijke oplossing een zogenoemd ‘objectief partnerbegrip’. Het gaat om objectieve criteria, zoals de Belastingdienst die hanteert en betekent uitsluitend nog kijken naar objectieve kenmerken als huwelijk of geregistreerd partnerschap in plaats van de nu gehanteerde controles. De SVB geeft aan de huidige regels te gecompliceerd te vinden. Bovendien, zo meent deze organisatie, zijn deze regels op langere termijn onhoudbaar. De SVB hoopt dat de vereenvoudiging doorgevoerd wordt en werkt samen met het ministerie verder aan conceptwetgeving inzake het nieuwe partnerbegrip.
En, niet te vergeten, vereenvoudiging van de AOW-regels omdat mensen durven te gaan samenwonen zonder nagenoeg € 500,00 in te leveren, maakt dat er meer beschikbare woningen kunnen komen.
Reactie Sociale Verzekeringsbank op het uitstel
“We vinden het jammer dat er voor nu geen financiële dekking is gevonden voor de invoering van het objectief partnerbegrip,” zo geeft woordvoerder Johan Rheeder aan. “De AOW-leefvormen zijn complex, brengen burgers in de knel en zijn op lange termijn onhoudbaar. Een vereenvoudiging van deze leefvormen blijft daarom noodzakelijk, zowel om ongewenste situaties voor burgers te voorkomen als om onze dienstverlening toekomstbestendig te houden.”
“We zien dat dit besef breed wordt gedeeld door beleid en politiek. Tegelijkertijd realiseren we ons dat het aanpassen van wet- en regelgeving vraagt om een gedegen voorbereiding en nu eenmaal de nodige tijd kost. In de tussentijd werken we samen met het ministerie van SZW door aan conceptwetgeving waarin de invoering van het objectief partnerschap wordt geregeld. Dit proces is al vrij ver gevorderd.”
MAX Ombudsman: stel het uitgewerkte voorstel niet uit
Rogier de Haan (MAX Ombudsman) vindt dat het zaak is het uitgewerkte voorstel niet uit te stellen. Hij meent dat de oplossing nu binnen bereik is.
Reactie MAX Ombudsman op het uitstel
MAX Ombudsman Rogier de Haan meent: “Het voorstel van de SVB voor de aanpassing van de AOW steun ik van harte. Dit is van ver gekomen; 6 jaar geleden alweer kaartten we de problemen met de AOW voor het eerst aan. Wat me vooral steekt, is dat juist ex-geliefden die overduidelijk niet meer samenwonen maar nog wel naar elkaar omkijken, daardoor een lagere AOW kunnen krijgen. Dat komt op mij over als een straf voor goed gedrag. We zijn nu bijna bij de finish. Nu is het zaak om het voorstel over de eindstreep te trekken. Ik blijf de zaak op de voet volgen.”
23 September 2026: Minister Vijlbrief bevestigt het kabinetsstandpunt
In het commissiedebat uitvoering sociale zekerheid bevestigt minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het kabinetsstandpunt: “Ik ben voorstander van het objectief partnerschap en het helpt de woningmarkt ook, maar er is geen geld voor. Ik kan 2 dingen doen. De eerste is om opties voor dekking met de Kamer te delen. Maar daar wordt niemand blij van. En als tweede: om aan onze ambtenaren te vragen een technische briefing te houden over de voor- en nadelen.”
Wanneer welke AOW? Een voorbeeld uit de praktijk
Een voorbeeld: een gehuwd echtpaar met een in huis wonend volwassen kind ontvangt de samenwonenden-AOW. Bij een ongehuwd koppel met een in huis wonen volwassen kind, ontvangen beiden de alleenstaanden-AOW. De SVB licht toe: twee gehuwde personen in een huis worden gezien als samenwonend. Meerdere personen in een huis worden gezien als alleenstaand in een meerpersoonhuishouden. Logisch, of toch niet?
Wanneer is er sprake van een gezamenlijke huishouding?
De hoogte van de AOW-uitkering is gekoppeld aan de leefvorm en het aantal jaren dat de betrokkene premie betaalde. Als algemene regel geldt: u bent alleenstaand, gehuwd of geregistreerd samenwonend. Alleenstaanden ontvangen 70% van het netto minimumloon, voor gehuwden en geregistreerd samenwonenden is dat 50%. Een belangrijke factor is bovendien het wel of niet voeren van een gezamenlijke huishouding.
Verschillende leefvormen
Als AOW’er verkiest u misschien alleen te wonen? Misschien kiest u ook voor samenwonen of gehuwd zijn? Misschien kiest u voor samenwonen met (één van) uw kinderen? Misschien denkt u aan samenwonen met meerdere personen? Misschien verhuurt u woonruimte? En hoe verhoudt zich dat tot de hoogte van uw AOW-uitkering of een eventueel nabestaandenpensioen?
Er zijn vele opties met net zo veel financiële consequenties. AOW.nu heeft zich in de meest voorkomende opties verdiept en informeert u daar graag verder over.
De hoogte van uw AOW-uitkering is afhankelijk van uw woonsituatie en bedraagt óf 50% óf 70% van het netto minimumloon. Een gehuwd of geregistreerd samenwonend stel ontvangt 50% per persoon. Een alleenstaande ontvangt 70%. Voor deze laatste categorie is het leven in verhouding ook duurder, zo is de visie van de overheid.
Ongehuwd en geen geregistreerd partner
U woont alleen? Dan ontvangt u het ongehuwdenpensioen, zijnde 70% van het netto minimumloon.
Gehuwd of geregistreerd samenwonend
In deze situatie (gedeelde huishouding) ontvangt u beiden het gehuwdenpensioen, zijnde 50% van het minimumloon. Dat heeft dus ook gevolgen voor de hoogte van uw beider vakantiegeld!
Gehuwd of geregistreerd samenwonend met jongere partner zonder inkomen
Uw partner heeft geen inkomen en ook nog geen AOW? U ontvangt dan een gehuwdenpensioen, zijnde 50% van het netto minimumloon. Dat zou kunnen betekenen dat het gezinsinkomen onder het sociaal minimum komt. Verifieer dan of u in aanmerking komt voor de aanvullende inkomensverzekering ouderen (AIO). Op dat moment dat u daarvan gebruik maakt, is er een sollicitatieplicht voor uw partner.
Gehuwd, geregistreerd samenwonend, maar apart levend
U en uw partner blijven om moverende redenen ieder op een eigen adres wonen. Dan ontvangt u beiden een gehuwdenpensioen, zijnde 50% van het netto minimumloon.
LAT-relatie
U ontvangt dan een ongehuwdenpensioen, zijnde 70% van het netto minimumloon. Als u echter meer dan de helft van de tijd gezamenlijk doorbrengt, en dat kan ook op beider adressen zijn, voert u een gezamenlijke huishouding. Dat betekent dat uw ongehuwdenpensioen wordt omgezet naar een gehuwdenpensioen, zijnde 50% van het netto minimumloon.
Gehuwd, geregistreerd samenwonend en (aantoonbaar) duurzaam gescheiden levend
In deze situatie ontvangt u beiden een ongehuwdenpensioen, zijnde 70% van het netto minimumloon.
Wanneer leeft u duurzaam gescheiden?
Deze omschrijving is relevant wanneer:
- een van u beiden het samenwonen niet meer wenst;
- u leeft als een ongehuwde persoon;
- de situatie niet zal veranderen;
- u of u partner een scheiding heeft aangevraagd bij de rechtbank.
De Sociale Verzekeringsbank bekijkt vervolgens uw situatie en beziet:
- is het samenwonen in één huis beëindigd en is dit permanent;
- is er nog onderling contact (in welke frequentie en met welk doel);
- zijn de financiën gescheiden;
- worden er nog gezamenlijke activiteiten ondernomen;
- wordt er nog voor elkaar gezorgd.
N.B. Indien er nog noodzákelijke zorg wordt verleend omdat één van beiden die nodig heeft, dan geldt het criterium, voor elkaar zorgen, niet.
Echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner overlijdt
De AOW van de overledene stopt op de dag na het overlijden. Dat geldt ook voor de inkomensondersteuning AOW en het vakantiegeld.
U ontvangt een overlijdensuitkering van uw overleden partner. Dit is eenmalig het bedrag van één maand ouderdomspensioen (zonder de toeslag) van de overledene. Vervolgens ontvangt u een AOW-uitkering voor alleenstaanden, zijnde 70% van het minimumloon.
Samenwonen met een eigen kind
U woont samen met uw meerderjarige kind? Twee ongehuwde AOW’ers met eigen kind ontvangen twee maal 70 procent van het minimumloon. Twee gehuwde AOW’ers met eigen kind ontvangen twee maal 50 procent van het minimumloon.
Samenwonen met een eigen kind en zijn of haar partner
Uw AOW-uitkering bedraagt 70 % van het minimumloon.
Gehuwd en samenwonen met twee of meer personen
Bent u gehuwd met één van hen, of is één van hen uw geregistreerd partner? Dan ontvangt u het gehuwdenpensioen, zijnde 50% van het netto minimumloon.
Niet gehuwd en geen geregistreerd partnerschap en samenwonen met vader of moeder
In deze situatie ontvangt u een ongehuwdenpensioen, zijnde 70% van het netto minimumloon.
Niet gehuwd of geen geregistreerd partnerschap en samenwonen met twee of meer personen
Verschillende situaties dienen zich dan aan:
- zijn twee van de drie personen gehuwd of wonen geregistreerd samen, dan ontvangen deze een gehuwdenpensioen, zijnde 50% van het netto minimumloon. De derde persoon ontvangt een ongehuwdenpensioen, zijnde 70% van het minimumloon;
- u voert met twee of meer personen van 18 jaar of ouder een gezamenlijke huishouding. U ontvangt een ongehuwdenpensioen, zijnde 70% van het netto minimumloon;
- er is geen sprake van een gezamenlijke huishouding. U ontvangt een ongehuwdenpensioen, zijnde 70% van het netto minimumloon;
- indien één van hen vertrekt of overlijdt, heeft u grote kans dat de Sociale Verzekeringsbank u gaat zien als samenwonend. Daarmee wordt uw ongehuwdenpensioen verlaagd naar een gehuwdenpensioen, zijnde 50% van het netto minimumloon. Indien u zich daarin niet kunt vinden, is het zaak zo snel mogelijk contact op te nemen met een advocaat of jurist.
Niet gehuwd of geen geregistreerd partnerschap en wonen met kind of kleinkind
- U woont als AOW’er met uw eigen kind en kleinkind samen? De leeftijd van het kleinkind bepaalt dan de hoogte van de AOW.
- Bij een minderjarig kleinkind, ontvangt u als AOW’er 70%van het minimumloon voor een alleenstaande.
- Zodra uw kleinkind meerderjarig is, daalt uw AOW-uitkering naar 50%.
Verhuur van woonruimte of een kostganger
U heeft de huurovereenkomst schriftelijk vastgelegd en ontvangt een overeengekomen huurprijs. Die moet wel geloofwaardig zijn. De betaling van de huur en het kostgeld dienen per bank (en dus niet contant) te gebeuren. Daarmee voorkomt u problemen met de Sociale Verzekeringsbank. Ook moeten jaarlijks kostgeld en huur verhoogd worden. Dat is belangrijk. Als u dat niet doet, loopt u het risico dat de Sociale Verzekeringsbank het standpunt inneemt dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding. Als u zich aan de voorwaarden houdt, verandert de hoogte van uw AOW-uitkering, zijnde 70% van het netto minimumloon, niet.
Verzorgingshuis
Er zijn twee opties:
- het gehuwdenpensioen wordt verhoogd naar het ongehuwdenpensioen, zijnde 70% van het netto minimumloon;
- het gehuwdenpensioen van twee maal 50% van het netto minimumloon blijft gehandhaafd.
De keuze lijkt eenvoudig. Bij optie 1 komt er maandelijks meer geld binnen. Echter, een hoger inkomen betekent ook een hogere eigen bijdrage voor de zorginstelling. Die eigen bijdrage is gerelateerd aan het gezamenlijke inkomen én vermogen. Bovendien dient de thuiswonende partner voldoende financiële middelen over te houden om van te kunnen leven. Zo’n eigen bijdrage kan overigens oplopen tot ruim € 3.000,00 per maand. Het is dus van groot belang te berekenen of optie 2 geen financieel gunstigere is, ook als u zich al in deze situatie bevindt. U kunt optie 1 laten veranderen naar optie 2. Indien u de AOW-uitkering wenst te wijzigen naar een AOW-uitkering voor ongehuwden, kunt u dat tot maximaal één jaar terug veranderen bij de Sociale Verzekeringsbank.
Het is ook belangrijk na te gaan of uw belasting kan wijzigen. Te denken valt daarbij aan huurtoeslag en/of zorgtoeslag.
Indien u naast uw AOW-uitkering een aanvullend pensioen van een pensioenfonds of een verzekeraar ontvangt, kán de maandelijkse uitkering dalen of stijgen.
En, mocht u er niet uit komen: meestal kunt u dan terecht bij de gemeente. Indien voorhanden, helpt een cliëntondersteuner (gratis) u graag. Natuurlijk kunt u ook een financieel adviseur inschakelen. Daaraan zijn echter kosten verbonden.
Immigratie en emigratie
Nieuwkomers die in Nederland komen wonen of werken, betalen vanaf dat moment mee aan de AOW. Bij het bereiken van hun pensioengerechtigde leeftijd hebben ze derhalve slechts vanaf het moment van hun komst AOW-premie betaald. Dat betekent dat ze een AOW-uitkering naar rato (dus een lagere) ontvangen, zijnde 2% minder voor elk jaar waarin geen AOW opgebouwd werd. De ontbrekende AOW-verzekeringsjaren zijn echter vrijwillig in te kopen (zie daarvoor de website van de Sociale Verzekeringsbank met de relevante condities).
Wanneer u in het buitenland woont en in Nederland werkt en belasting betaalt, heeft dat geen gevolgen voor de hoogte van uw AOW-uitkering. Wanneer u echter voor uw AOW-gerechtigde leeftijd in het buitenland woont en geen premie meer aan Nederland afdraagt, wordt uw AOW met 2% per jaar gekort. Deze korting kunt u voorkomen door een vrijwillige verzekering voor de AOW en de Anw bij de Sociale Verzekeringsbank af te sluiten.
Woont u in Nederland en heeft u geen of geen volledige AOW? Dan kunt u een aanvulling aanvragen als u weinig of geen inkomsten heeft. Deze aanvulling noemen we de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). Deze ondersteuning kan uw inkomen aanvullen tot het sociaal minimum.
Argumenten voor en tegen één gelijke AOW
Hieronder vindt u een overzicht van de huidige situatie en de belangrijke argumenten voor en tegen één gelijke AOW-uitkering voor iedereen.
De huidige situatie (2026)
De AOW is gekoppeld aan het minimumloon en kent twee hoofdvormen:
- Alleenstaanden ontvangen 70% van het netto-minimumloon.
- Samenwonenden/gehuwden: ontvangen per persoon 50% van het netto-minimumloon (samen 100%).
De gedachte hierachter is dat samenwonenden kosten kunnen delen (zoals huur, energie en verzekeringen) en daardoor minder geld per persoon nodig hebben.
Argumenten voor één gelijke AOW
Als iedereen een individueel, gelijk AOW-bedrag zou krijgen, bijv. 70% van het minimumloon, heeft dat verschillende voordelen.
- Geen privacy/inbreuk in controles: de Sociale Verzekeringsbank hoeft niet meer te controleren wie met wie woont. Dit voorkomt de beruchte ‘voordeurdelersdiscussies’ en ’tandenborstelcontroles’.
- Geen mantelzorgboete: ouderen durven nu soms niet bij elkaar in te trekken om voor elkaar te zorgen, omdat ze dan worden gekort op hun AOW. Een gelijke AOW stimuleert informele zorg en samenwonen.
- Eenvoud en zekerheid: het systeem wordt transparant. Iedereen weet precies waar hij of zij recht op heeft, ongeacht relatiestatus of woonsituatie.
- Arbeidsmarkt en woningmarkt: het maakt het makkelijk om woonruimte delen, wat gunstig is in tijden van woningnood.
Argumenten tegen één gelijke AOW
Er zijn echter ook redenen waarom dit tot nu toe niet is ingevoerd.
- Hoge kosten: als alle samenwonenden een verhoging krijgen naar het niveau van een alleenstaande, dan kost dit de schatkist miljarden euro’s extra per jaar. Dit moet worden betaald uit hogere belastingen of premies.
- Welvaartsvoordeel voor samenwonenden: samenwonenden hebben schaalvoordelen. Als zij evenveel AOW krijgen als een alleenstaande (die alle vaste lasten in zijn eentje moet dragen), hebben samenwonenden netto aanzienlijk meer te besteden. Dit kan als onrechtvaardig worden gezien tegenover alleenstaanden.
- Mogelijke nivellering omlaag: als het budget neutraal moet worden ingevoerd, zou het bedrag voor alleenstaanden omlaag moeten en voor samenwonenden omhoog (bijv. voor iedereen 60%). Dit zou alleenstaanden, die het vaak financieel al moeilijker hebben, hard raken.
(bronnen: AI, plusonline.nl, maxmeldpunt.nl, aow.nu)
Lees meer over:
