Wie na de AOW-leeftijd wil én kan doorwerken, moet financieel meer overhouden!

Zó kan werken beter gaan lonen

Vooropgesteld: doorwerken na de AOW-leeftijd is een keuze en nooit een verplichting. Voor diegenen die dat wensen en kunnen, zou dat veel problemen binnen de Nederlandse samenleving oplossen. De Nederlandse arbeidsmarkt is krap. Er is een schaarste aan arbeidskrachten. In bijv. de zorg, het onderwijs, het openbaar vervoer en tal van andere sectoren staan vele vacatures open. Tegelijkertijd zijn er AOW’ers die best enkele uren per week willen blijven werken. Niet omdat dit moet, maar omdat zij het gedane werk nog steeds leuk vinden, hun kennis en ervaring willen blijven inzetten of een extra inkomen goed kunnen gebruiken. Toch kan werken naast de AOW-uitkering financieel tegenvallen. Dat kan beter. Met twee gerichte maatregelen kan de overheid ervoor zorgen dat AOW’ers die willen én kunnen werken ook werkelijk meer overhouden.

Meer over doorwerken na de AOW leeftijd vindt u hier.

Snel naar:




Hoe werkt het nu?

Extra inkomen uit werk heeft geen gevolgen voor de hoogte van de AOW. Wie na de AOW-leeftijd blijft werken, behoudt dus gewoon zijn of haar AOW-uitkering. AOW’ers betalen bovendien in de eerste belastingschijf minder belasting dan mensen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. AOW’ers betalen namelijk geen AOW-premie meer. Toch betekent dit niet automatisch dat werken ook voldoende loont. Daar heeft verschillende oorzaken.

AOW’ers krijgen minder arbeidskorting

Iedereen met inkomen uit werk ontvangt arbeidskorting. Deze korting verlaagt de te betalen belasting. Voor AOW’ers is de arbeidskorting echter ongeveer de helft lager. In 2026 bedraagt de maximale arbeidskorting:

  • vóór de AOW-leeftijd: € 5.685;
  • na de AOW-leeftijd: € 2.840.

Bij € 20.000 inkomen uit werk ontvangt iemand vóór de AOW-leeftijd ongeveer € 3.488 arbeidskorting. Een AOW’er ontvangt bij hetzelfde arbeidsinkomen ongeveer € 1.742. Dat is een verschil van circa € 1.746.

AOW’ers betalen weliswaar een lager belastingtarief, maar worden tegelijkertijd veel minder beloond voor het feit dat zij werken.

Extra loon kan andere voordelen verlagen

AOW, aanvullend pensioen en inkomen uit werk worden voor de inkomstenbelasting bij elkaar opgeteld. Daardoor kan een werkende AOW’er in een hogere belastingschijf terechtkomen of minder algemene heffingskorting onvangen.

Ook de ouderenkorting kan afnemen. In 2026 bedraagt deze maximaal € 2.067. Vanaf een verzamelinkomen van € 46.002 wordt de korting afgebouwd. Van iedere extra euro inkomen verdwijnt dan € 0,15 ouderenkorting. Vanaf € 59.783 komt men niet meer in aanmerking voor de ouderenkorting.

Daarnaast kan extra inkomen gevolgen hebben voor de zorgtoeslag en huurtoeslag. Hoe hoger het totale inkomen, hoe lager deze toeslagen kunnen worden. Vooral AOW’ers met een bescheiden pensioen kunnen daardoor van iedere extra verdiende euro een flink deel kwijtraken.

De AOW zelf wordt dus niet verlaagd, maar belasting, afbouw van kortingen en verlies van toeslagen, kunnen er samen voor zorgen dat werken veel minder oplevert dan het brutoloon doet vermoeden. Bovendien kan achteraf een belastingaanslag volgen, omdat de SVB, het pensioenfonds en de werkgever niet van elkaar weten hoeveel inkomen iemand in totaal ontvangt.

Autoverzekering vergelijken 1240x424

Oplossing 1: laat de eerste € 10.000 uit werk niet meetellen als inkomen

De belangrijkste verbetering is een speciale werkvrijstelling voor AOW’ers. De eerste € 10.000 die iemand in een jaar met werken verdient, telt dan niet mee als belastbaar inkomen. Over dat bedrag wordt geen inkomstenbelasting betaald en, minstens zo belangrijk, het telt ook niet mee bij het berekenen van de zorgtoeslag, huurtoeslag en ouderenkorting.

Dit is dus geen vorm van arbeidskorting. Bij arbeidskorting telt het salaris eerst volledig mee als inkomen. Daarna ontvangt de betrokkene korting op de te betalen belasting. Daardoor kan het hogere inkomen nog steeds leiden tot minder toeslagen of ouderenkorting. Bij een werkvrijstelling wordt het bedrag vanaf het begin buiten de berekening gehouden. De overheid geeft het voordeel dan niet met de ene hand om het via een andere regeling met de andere hand weer terug te pakken.

Een AOW’er die bijvoorbeeld één dag per week werkt en daarmee € 10.000 per jaar verdient, zou deze dat bedrag grotendeels extra kunnen overhouden. Pas wanneer het arbeidsinkomen boven € 10.000 uitkomt, wordt het meerdere belast en meegeteld bij andere inkomensregelingen.

De Belastingdienst weet hoe oud iemand is en hoeveel arbeidsinkomen iemand ontvangt. De vrijstelling kan daarom automatisch via de loonheffing en belastingaangifte worden toegepast. AOW’ers hoeven dan zelf géén actie te ondernemen. Voor mensen met een AIO-aanvulling moet dezelfde vrijstelling bij de SVB gelden. Anders zou hun extra loon alsnog van de AIO worden afgetrokken en levert werken, juist voor deze groep, weinig op.

 

Oplossing 2: geef AOW’ers boven de vrijstelling de volledige arbeidskorting

Wie meer dan € 10.000 per jaar verdient, moet ook voldoende aan extra uren overhouden. Daarom kan de overheid AOW’ers over het inkomen boven de vrijstelling dezelfde arbeidskorting verstrekken als bij werkenden die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt.

Nu is de arbeidskorting voor AOW’ers ongeveer de helft lager. In 2026 kan iemand vóór de AOW-leeftijd maximaal € 5.685 arbeidskorting ontvagen. Voor iemand die het hele jaar AOW-gerechtigd is, is dat maximaal € 2.840. Dat verschil kan oplopen tot € 2.845 per jaar.

De lagere arbeidskorting hangt samen met het feit dat AOW’ers geen AOW-premie meer betalen. Maar, als Nederland gebruik wil blijven maken van hun kennis en ervaring, is het logisch om werken ook ná de AOW-leeftijd beter te belonen. De overheid kan daarvoor simpelweg de gewone tabel voor de arbeidskorting gebruiken.

De twee maatregelen vullen elkaar aan. De werkvrijstelling zorgt ervoor dat een beperkt aantal uren werken écht iets extra’s oplevert, zonder verlies van toeslagen of ouderenkorting. De volledige arbeidskorting zorgt ervoor dat ook meer werken financieel aantrekkelijk blijft.

Wat levert dit Nederland op?

Voordeel 1: minder tekort aan arbeidskrachten

In onder meer de zorg, het onderwijs, het openbaar vervoer, de techniek en de detailhandel zijn extra mensen hard nodig. AOW’ers hoeven daarvoor niet vijf dagen per week aan de slag. Ook met één of twee werkdagen per week kunnen zij roosters aanvullen, piekmomenten opvangen en jongere collega’s begeleiden. Tegelijkertijd blijft hun jarenlange kennis en ervaring langer voor de organisatie beschikbaar.

Voordeel 2: meer inkomen zorgt voor meer bestedingen

AOW’ers met een beter gevulde portemonnee, kunnen en geven ook meer uit. Dat extra inkomen wordt bijv. gespendeerd bij winkels, horeca, recreatie en dienstverlening. Zo profiteren niet alleen de werkende AOW’ers zelf, maar ook ondernemers en de Nederlandse economie. Daarnaast ontvangt de overheid via deze extra bestedingen meer btw.

Voordeel 3: meer economische activiteit en belastinginkomsten

De voorgestelde belastingvoordelen kosten de overheid in eerste instantie geld. Daar staat tegenover dat meer mensen blijven werken, bedrijven gemakkelijker hun vacatures kunnen invullen én er meer wordt geproduceerd. Over het inkomen boven de vrijstelling wordt bovendien nog steeds belasting betaald. Een deel van de kosten kan daardoor via extra economische groei en belastinginkomsten in de staatskas terugvloeien.

Alleen voor wie wil en kan doorwerken

Deze maatregelen zijn nadrukkelijk niet bedoeld om alle AOW’ers weer aan het werk te krijgen. Na een lang werkzaam leven moet iedereen zonder druk kunnen stoppen. Maar er zijn ook AOW’ers die graag actief blijven, hun gedane vak leuk vinden of wat extra inkomen kunnen gebruiken. Voor die groep moet doorwerken aantrekkelijker worden. Het gaat dus niet om langer móéten werken, maar om beter belonen van mensen die dat zelf willen en kunnen.

Conclusie

Doorwerken na de AOW-leeftijd moet altijd een vrije keuze blijven. Wie niet wil of niet kan werken, mag hier op geen enkele manier nadeel van ondervinden. Maar wie graag enkele uren of dagen per week blijft werken, moet daar wel duidelijk meer inkomen aan overhouden.

Met een werkvrijstelling van € 10.000 beschermt de overheid de toeslagen en ouderenkorting van werkende AOW’ers. Met een volledige arbeidskorting wordt ook het inkomen boven die grens beter beloond. Zo ontstaat een eenvoudig uitgangspunt: eerst mag een AOW’er een behoorlijk bedrag bijverdienen zonder dat de overheid gaat heffen en vervolgens wordt daarmee doorwerken financieel aantrekkelijker dan nu.

Lees meer over:

AOW.nu Plus word lid met 600,00 euro 1240x346