AOW: mogelijke teruggave diverse belastingen over 2025

De Belastingdienst is al langere tijd bezig AOW’ers actief te benaderen. Net zoals in 2024 stuurde de Belastingdienst ook in 2025 o.a. een aantal AOW’ers een voorlopige aanslag 2025. Indien deze AOW’ers een aanvullend pensioen en/of inkomsten (door bijv. betaalde arbeid) hebben, moet hierover belasting worden betaald. Niet iedereen is daarvan op de hoogte. De voorlopige aanslag was daarmee als voorbereiding hierop bedoeld.

Klik snel door naar:




Wanneer komt u eventueel in aanmerking voor belastingteruggave?

AOW’ers met een extra pensioen, lopen het risico dat ze teveel belastingen betalen naast hun AOW. U kunt nog aangifte doen vanaf 2020 mét de kans dat u geld terugkrijgt. Lees hieronder verder voor meer informatie.

Uitsluitend een AOW-uitkering?

In deze situatie worden de belastingen automatisch verrekend met uw bruto-AOW. Dan is het vaak niet nodig aangifte te doen.

AOW-uitkering en aanvullende (pensioen)inkomsten?

Dan is het raadzaam aangifte te doen en te bezien of u teveel belasting betaalde. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) is wel op de hoogte van uw AOW-uitkering, maar niet altijd van uw overige inkomsten uit pensioen of arbeid. Daarmee bestaat het risico dat teveel belasting is ingehouden. Bovendien kunt u gebruik maken van de heffingskortingen. Zie hieronder meer.

Belastingschijven voor AOW’ers in 2025

Schijf 1 is van toepassing op een belastbaar inkomen tot € 38.441 tegen een tarief van 17,92 %.

Schijf 2 is van toepassing op een belastbaar inkomen vanaf € 38.441,00* tot € 76.817,00 tegen een tarief van 37,48 %.

Schijf 3 is van toepassing op een belastbaar inkomen vanaf € 76.817,00 tegen een tarief van 49,5 %.

* Geboren voor 1 januari 1946? Dan bedraagt het belastbaar inkomen € 40.502,00.




Eventuele kortingen en toeslagen

Ouderenkorting

De ouderenkorting is een korting die ervoor zorgt dat AOW’ers minder belasting hoeven te betalen. Deze korting wordt van het bedrag van de inkomstenbelasting afgetrokken. Indien u uiterlijk 31 december 2025 de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, komt u in aanmerking voor ouderenkorting.

Bij een verzamelinkomen van maximaal € 45.308,00 bedraagt de ouderenkorting maximaal € 2.035,00. Bij een inkomen tussen € 45.308,00 en € 58.875,00, heeft u recht op een ouderenkorting van € 2.010,00 – 15% (verzamelinkomen – € 45.308,00). De korting is daarmee dus afhankelijk van de hoogte van het inkomen. Zodra het verzamelinkomen € 58.875,00 overstijgt, kan het recht op ouderenkorting bij de Belastingdienst geheel of gedeeltelijk vervallen.

Alleenstaandeouderenkorting

Hierbij gaat het om een heffingskorting, speciaal voor alleenstaande ouderen. U heeft recht op een alleenstaandeouderenkorting indien u in 2025 een AOW-uitkering voor een alleenstaande ontving of daar recht op heeft. Ook indien u geen of een gedeeltelijke AOW-uitkering voor een alleenstaande ontvangt, kunt u voor deze korting in aanmerking komen.

Dit geldt overigens uitsluitend indien u geen (volledig) recht op een AOW-uitkering heeft opgebouwd, omdat u:

  • in het buitenland woonde voordat u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikte;
  • een erkend gemoedsbezwaarde bent.

Alleenstaandeouderenkorting geldt niet uitsluitend voor alleenstaanden

Indien u om medische redenen niet meer met uw partner samenwoont, heeft u mogelijk ook recht op een AOW-uitkering voor een alleenstaande. Zelfs indien u nog een AOW-uitkering voor partners ontvangt, heeft u recht op een alleenstaandeouderenuitkering.

Hoogte alleenstaandeouderenuitkering

In 2025 bedraagt deze € 531,00. Let op: dit bedrag is niet afhankelijk van uw inkomen. U moet echter wel aan bovenstaande condities voldoen.




Loonheffingskorting (bron: belastingdienst.nl)

Loonheffingskorting is een korting op de inkomstenbelasting.

Bij het toepassen van de loonheffingskorting op één van uw inkomens, bestaat het risico dat u teveel loonheffingskorting ontvangt. Het verschil moet u altijd terugbetalen.

Indien u een voorlopige aanslag aanvraagt, vermeldt u al uw inkomens. Daarmee stelt u de Belastingdienst op de hoogte van uw totale inkomen. Dat totale inkomen bepaalt de hoogte van de loonheffingskorting. Een voorlopige aanslag voorkomt dus dat bij de definitieve aanslag blijkt dat u teveel korting krijgt en het verschil moet terugbetalen.

Hoe hoger het totale inkomen, hoe lager de loonheffingskorting

Hoe hoger uw totale inkomen, hoe lager de korting die u ontvangt. De korting wordt over het gehele inkomen berekend, dus niet uitsluitend uw AOW, maar ook een eventueel pensioen of meerdere pensioenen.

Het maximale bedrag dat u aan korting in 2025 kunt ontvangen, is € 3.068,00. Bij een totaalinkomen hoger dan € 28.406,00 neemt de korting af. Dat betekent een stijging van het risico dat u teveel korting ontvangt bij een totaalinkomen dat hoger is dan € 28.406,00. De teveel ontvangen korting moet u altijd terugbetalen.

Indien uw totaalinkomen hoger is dan € 124.935,00 vervalt de heffingskorting. Voor een AOW-gerechtigde die niet werkt, vervalt de heffingskorting bij een totaalinkomen vanaf € 75.518,00.

De SVB, uw pensioenfonds of uw werkgever weten niet hoe hoog uw totale inkomen is

Deze instanties zijn uitsluitend op de hoogte van het bedrag dat zij aan u uitkeren of betalen. Daarbij houden ze geen rekening met uw totále inkomen. Loonheffingskorting toepassen bij één van hen, betekent dat de betreffende instantie uitsluitend de korting berekent over het bedrag dat deze aan uw overmaakt. De korting is meestal te hoog als u nog een tweede of derde inkomen heeft én uw totale inkomen hoger is dan € 28.406,00.

Het is mogelijk dat een deel van uw totale inkomen in een hogere belastingschijf valt

Dat kan het geval zijn bij het ontvangen van meerdere inkomens, bijv. AOW en pensioen. Uw eventuele werkgever, pensioenfonds of SVB weten niet wat uw totale inkomen is. Dat vergroot de kans dat u een bedrag moet terugbetalen bij uw definitieve aanslag. De voorlopige aanslag baseert zich op het totaalinkomen en verschillende belastingschijven. Op die manier wordt de belasting over uw geschatte inkomen berekend.

U ontvangt áltijd de korting waarop u recht heeft

De definitieve aanslag vermeldt een overzicht van de toegepaste heffingskortingen van uw totaalinkomen. Daarin staat ook het juiste bedrag vermeld dat u ontvangt of moet betalen. U ontvangt de aanslag nadat u aangifte inkomstenbelasting heeft gedaan over het voorgaande jaar.

Dat geeft u tot die tijd verschillende mogelijkheden:

  • u past de loonheffingskorting toe en vraagt geen voorlopige aanslag aan;
  • u past de loonheffingskorting toe en vraagt een voorlopige aanslag aan;
  • u past de loonheffingskorting niet toe en vraagt geen voorlopige aanslag aan;
  • u past de loonheffingskorting niet toe en vraagt een voorlopige aanslag aan.

Vanzelfsprekend heeft elke keuze gevolgen voor uw maandelijkse inkomen en de verrekening bij de definitieve aanslag. Hieronder een toelichting over bovenstaande mogelijkheden.

U past de loonheffingskorting toe en vraagt geen voorlopige aanslag aan

Bij meerdere inkomens en loonheffingskorting, is een grote kans dat u teveel korting ontvangt. U betaalt dus te weinig belasting. Omdat u geen voorlopige aanslag aanvraagt, ziet u het verschil pas op moment dat u uw definitieve aanslag ontvangt. Dat betekent dat u een bedrag moet terugbetalen. Dat voorkomt u met een voorlopige aanslag.

Een voorbeeld:

Als voorbeeld wordt een gehuwde AOW’er genomen. Deze ontvangt bruto € 1.081,00 AOW. Daarnaast is er een aanvullend pensioen van bruto € 2.500,00 per maand. Op jaarbasis is dat € 30.000,00. De betrokkene laat de loonheffingskorting toepassen op de AOW. De SVB, die uitsluitend de AOW-uitkering ziet, berekent daar de korting over. Het bruto-AOW-inkomen is in 2025 lager dan € 28.406,00 (12 x € 1.081,00 + vakantiegeld is € 13.736,00). De SVB kent de maximale heffingskorting toe. Die korting betekent maandelijks meer geld overhouden.

Aan het begin van het daaropvolgende jaar ontvangt de Belastingdienst van de SVB en het pensioenfonds een overzicht van de betalingen.

De Belastingdienst berekent de korting over de AOW en het pensioen: € 13.736,00 + € 30.000,00 = € 43.736.00. Bij een totaalinkomen boven de € 28.406,00 wordt de korting verlaagd. Met een totaalinkomen van € 43.736,00 bedraagt de algemene heffingskorting € 1.050,00. Dat betekent dat een teveel van € 486,00 is uitgekeerd. Daarnaast valt een deel van het inkomen in schijf 2. De optelsom: samen met de teveel ontvangen korting moet er € 1.048,00 bijbetaald worden na ontvangst van de definitieve aanslag.

U past de loonheffingskorting toe en vraagt een voorlopige aanslag aan

Indien u de loonheffingskorting op één van uw inkomen toepast en een voorlopige aanslag aanvraagt, weet u eerder of u (bij benadering) de juiste korting ontvangt. De voorlopige aanslag berekent de juiste korting aan de hand van het totaalinkomen. Indien u de loonheffingskorting dus toepast op één van uw inkomens, wordt u niet verrast door een hoge definitieve aanslag. –

Een voorbeeld:

Als voorbeeld wordt een gehuwde AOW’er genomen. Deze ontvangt bruto € 1.081,00 AOW. Daarnaast is er een aanvullend pensioen van bruto € 2.500,00 per maand. Op jaarbasis is dat € 30.000,00. De betrokkene laat de loonheffingskorting toepassen op de AOW. De SVB, die uitsluitend de AOW-uitkering ziet, berekent daar de korting over. Het bruto-AOW-inkomen is in 2025 lager dan € 28.406,00 (12 x € 1.081,00 + vakantiegeld is € 13.736,00). De SVB kent de maximale heffingskorting toe. In de loop van het jaar wordt een voorlopige aanslag aangevraagd.

De Belastingdienst berekent vervolgens de korting over de AOW en het pensioen: € 13.736,00 + € 30.000,00 = € 43.736.00. Bij een totaalinkomen boven de € 28.406,00 wordt de korting verlaagd. Met een totaalinkomen van € 43.736,00 bedraagt de algemene heffingskorting € 1.050,00. Dat betekent dat een teveel van € 486,00 is uitgekeerd. Daarnaast valt een deel van het inkomen in schijf 2. Er volgt een voorlopige aanslag van € 1.048,00. De voorlopige aanslag wordt in 12 maandelijkse termijnen van € 87,00 betaald.

Het invullen van de voorlopige aanslag betekent dat betaald moet worden wat te veel ontvangen was van de SVB. Die betaling kan in één keer, maar ook in maandelijkse termijn gebeuren. De definitieve aanslag wijkt niet of nauwelijks of van de voorlopige aanslag. Gevolg: geen negatieve verrassingen bij ontvangst van de definitieve aanslag.

U past de loonheffingskorting niet toe en vraagt geen voorlopige aanslag aan

Indien u geen enkele instantie (SVB, pensioenfonds of eventuele werkgever) vraagt loonheffingskorting toe te passen, is uw netto maandinkomen minder. Op het moment van de definitieve aanslag weet u op hoeveel loonheffingskorting u recht heeft.

Voorbeeld:

Als voorbeeld wordt een gehuwde AOW’er genomen. Deze ontvangt bruto € 1.081,00 AOW per maand. Daarnaast is er een aanvullend pensioen van bruto € 1.650,00. Er is een loonheffingskorting bij de SVB en het pensioenfonds aangevraagd. Daardoor is het netto-inkomen € 212,00 per maand minder dan wanneer de loonheffingskorting wel werd aangevraagd. Er wordt geen voorlopige aanslag aangevraagd.

Nadat er belastingaangifte is gedaan en het totaalinkomen bekend is, wordt de loonheffingskorting toegekend. Het bedrag wordt in één keer uitbetaald, op zijn vroegst in juli, na het jaar van de aangifte.

U past loonheffingskorting niet toe en vraagt een voorlopige aanslag aan

Dat betekent dat u maandelijks een lager inkomen heeft dan wanneer u de korting wel laat toepassen. Bovendien betaalt u ook nog een voorlopige aanslag. De Belastingdienst weet pas bij de definitieve aanslag op hoeveel loonheffingskorting u recht heeft. Bij de definitieve aanslag betaalt u dus minder belasting of krijgt geld terug.

Voorbeeld:

Als voorbeeld wordt een gehuwde AOW’er genomen. Deze ontvangt bruto € 1.081,00 AOW per maand. Daarnaast is er een aanvullend pensioen van € 2.500,00. Op jaarbasis is dat € 30.000,00. Zowel de SVB als het pensioenfonds passen de loonheffingskorting niet toe. Daardoor is het maandinkomen € 212,00 lager dan wanneer de loonheffingskorting wel toegepast zou worden. Er wordt een voorlopige aanslag aangevraagd.

Aan de hand van de voorlopige aanslag berekent de Belastingdienst de korting over het totaalinkomen, zijnde AOW € 13.376,00 (inclusief vakantiegeld) + € 30,000,00 = € 43.736,00. Bij een inkomen boven € 28.406,00 wordt de korting verlaagd. Daarmee is de algemene heffingskorting € 1.050,00. Bij de voorlopige aanslag gaat de Belastingdienst er automatisch vanuit dat de loonheffingskorting wel wordt toegepast. Volgens de berekening van de Belastingdienst is er dan € 486,00 te veel uitgekeerd. Daarnaast valt een deel van het inkomen in schijf 2. Er volgt een voorlopige aanslag van € 1.048,00. De voorlopige aanslag wordt in 12 maandelijkse termijnen van € 87,00 betaald.

De loonheffingskorting wordt pas uitgekeerd nadat aangifte is gedaan en de aanslag is berekend. Dat betekent dat hier langer op gewacht moet worden. Het bedrag wordt in één maal uitbetaald, op zijn vroegst in juli na het jaar van de aangifte. Als de voorlopige aanslag te hoog was, wordt ook dat bedrag door de Belastingdienst overgemaakt. In totaal gaat het dan om € 1.413,00 + € 1.048,00 (voorlopige aanslag) = € 2.431,00.

Voorlopige aanslag gespreid betalen

De voorlopige aanslag kunt u in één keer of in maandelijkse termijnen betalen (tot het einde van het jaar). Dat betekent dat, hoe eerder u de voorlopige aanslag aanvraagt, hoe lager de maandelijkse aflossing is. U heeft dan immers meer maanden om het openstaande bedrag over te verdelen.

Voorlopige aanslag aanvragen

Dat kan met behulp van uw DigD op Mijn Belastingdienst. Meer informatie vindt u in het onderdeel voorlopige aanslag..

Pas de loonheffingskorting op één inkomen toe

Indien u de loonheffingskorting op bijv. uw pensioen(en) toepast, krijgt u te veel korting en betaalt daarmee te weinig belasting. Het verschil moet u dan later terugbetalen.

Wel of geen fiscale partner is niet relevant

Omdat de loonheffingskorting persoonsgebonden is, geldt die ook uitsluitend voor úw inkomen. De hoogte van de korting is dus niet afhankelijk of u alleenstaand bent of een fiscale partner heeft.

Aanvragen en stoppen van de loonheffingskorting

Dit regelt u met uw eventuele werkgever, pensioenfonds of uitkeringsinstantie. Verdere informatie vindt u bij loonheffingskorting toepassen of stoppen.




Zorgtoeslag 2025 (bron: belastingdienst.nl)

De zorgtoeslag is een bijdrage van de overheid om de zorgverzekering betaalbaar te houden. Voorwaarde is dat de aanvrager een Nederlandse zorgverzekering heeft. Bovendien is de zorgtoeslag inkomens- en vermogensafhankelijk.

In 2025 mag het inkomen maximaal € 39.719,00 per jaar zijn. Indien er een toeslagpartner is, mag het gezamenlijke inkomen niet hoger zijn dan € 50.206,00.

Op 1 januari 2025 mocht u niet meer vermogen hebben dan € 141.896,00. Indien er een toeslagpartner is, mag het gezamenlijke inkomen niet hoger zijn dan € 179.429,00.

Er zijn meer voorwaarden om voor zorgtoeslag in aanmerking te komen. Informeer u verder bij Voorwaarden voor zorgtoeslag.

Zorgtoeslag aanvragen met terugwerkende kracht

U komt in aanmerking voor zorgtoeslag, maar heeft deze (nog) niet aangevraagd? Dan kunt u deze alsnog aanvragen. Daartoe dient u een wijzigingsformulier in te vullen bij de Belastingdienst. Op dit formulier geeft u aan vanaf welke maand u de zorgtoeslag wenst te starten. Ook kunt u elk jaar tot 1 september zorgtoeslag aanvragen over het voorgaande jaar. Meer informatie hierover vindt u op de website van de Belastingdienst. Maak gebruik van aangeboden voorzieningen als u er recht op heeft!




Huurtoeslag 2025 (bron: bnnvara.nl)

Om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor huurtoeslag, wordt gekeken naar een aantal voorwaarden. Afhankelijk van (de samenhang tussen) deze voorwaarden wordt vervolgens de hoogte van de huurtoeslag bepaald, mits u in voor een huurtoeslag aanmerking komt.

Het betreft:

  • de hoogte van het inkomen;
  • de (kale) huurprijs;
  • de leeftijd;
  • de samenstelling van het huishouden;
  • de hoogte van het eventuele eigen vermogen;
  • het huren van een zelfstandige woning.

De aanvrager moet:

  • ingeschreven zijn op het woonadres;
  • de Nederlandse nationaliteit hebben of te beschikking over een geldige verblijfsvergunning.

Bij een zelfstandige woning, gaat het om een:

  • woning met een eigen woon-/slaapkamer;
  • keuken met aanrecht, aan- en afvoer voor water en een aansluitpunt voor een kooktoestel;
  • een eigen wc met waterspoeling;
  • een eigen toegangspunt die van binnen en buiten op slot kan;
  • een eigen douche of badkamer.

N.B. indien een keuken of toilet met andere huurders wordt gedeeld, is er geen sprake van een zelfstandige woning en komt de aanvrager in principe niet in aanmerking voor huurtoeslag.

Hier gelden enkele uitzonderingen: ook mensen die begeleid wonen, kunnen soms in aanmerking komen voor huurtoeslag, en zelfs een woonwagen geldt in principe als zelfstandige woonruimte.

Meer informatie vindt u op de website van de Belastingdienst.

De kale huur mag in 2025 maximaal € 900,07 per maand bedragen. Indien de huurprijs hoger is, geldt er geen recht op huurtoeslag. Dit geldt echter niet als u eerder wel in aanmerking kwam voor huurtoeslag en uw kale huurprijs steeg door de jaarlijkse huurverhogingen. De huurtoeslag wordt dan gezien als een verworven recht. U ontvangt echter géén huurtoeslag voor dat deel van de huur dat boven de huurtoeslaggrens uitkomt.

Om voor huurtoeslag in aanmerking te komen, mogen alleenstaanden in 2025 een vermogen hebben van maximaal € 37.395,00. Voor partners geldt een vermogensgrens van € 74.790,00.

Om de hoogte van de huurtoeslag te kunnen berekenen, kunt u een proefberekening via de website van de Belastingdienst maken. U selecteert het jaar 2025, kiest huurtoeslag en beantwoordt de vragen.

Bij een jaarinkomen, hoger dan € 45.500,00 heeft u geen recht op huurtoeslag.

Huurtoeslag aanvragen met terugwerkende kracht

U heeft uw huurtoeslag over 2025 (nog) niet aangevraagd? Dien dan een wijzigingsformulier in bij de Belastingdienst.

Ook kunt u elk jaar tot 1 september huurtoeslag aanvragen over het voorgaande jaar. Meer informatie hierover vindt u op de website van de Belastingdienst. Maak gebruik van aangeboden voorzieningen als u er recht op heeft!

Waar moet u op letten als u doorwerkt na uw pensioen?

Doorwerken na het pensioen kan vele redenen hebben: iets bijverdienen, sociale contacten maken en behouden en/of een bijdrage leveren aan de maatschappij. De AOW-uitkering blijft gelijk! Maar, het is zinvol tevoren te bezien of het financieel daadwerkelijk iets oplevert! Een en ander is afhankelijk van het belastingtarief dat u betaalt. Uw inkomen wordt immers hoger en daarmee betaalt u ook meer belasting. Probeer te voorkomen dat uw inkomen de inkomensgrens van uw huidige belastingtarief overstijgt.

Indien u een hoger belastingtarief moet gaan betalen, wordt er meer belasting ingehouden. Vaak betekent dat veel minder netto-inkomen dan u verwachtte. Er zijn zelfs situaties waarin één tot vijf euro netto per uur verdiend werd. Het is sterk de vraag of u dat nog lonend werk vindt!

Wat betekent een extra inkomen voor eventuele toeslagen?

Bent u afhankelijk van eventuele toeslagen? Check de inkomensgrenzen voordat u een extra inkomen genereert. Overstijgt uw inkomen de inkomensgrenzen voor het ontvangen van toeslag(en), dan vervalt de toeslag. Het is dus zaak tevoren goed te bekijken hoe de financiële situatie wordt, om te voorkomen dat u meer geld inlevert dan u ontvangt.

Conclusie: heeft u al een redelijk inkomen, dan valt u mogelijk in een hogere belastingschijf. Heeft u een gering inkomen, dan loopt u het risico dat toeslagen vervallen! Voorkom deze situaties. Een zorgvuldige check vóóraf is dus raadzaam!

Stel de Belastingdienst meteen van uw nieuwe inkomen op de hoogte

Meld uw nieuwe inkomen meteen bij de Belastingdienst. Voorkom onaangename verrassingen en/of een naheffing.

Telefoonnummers van de Belastingdienst

De website van de Belastingdienst vermeldt elf telefoonnummers waarvan de Belastingdienst gebruik maakt bij het benaderen van personen. Deze telefoonnummers beginnen met 055 – 54347, gevolgd door een combinatie van twee cijfers (van 00 tot 10, dus 00, 01 enz.). Let op: u kunt de Belastingdienst niet terugbellen op deze nummers.

De Belastingdienst noemt nooit bedragen en vraagt niet naar inlogcodes, bankgegevens en/of DigiD. Indien u gebeld wordt door een ander telefoonnummer, geeft u dan a.u.b. geen informatie, noteert u het telefoonnummer en belt u de Belastingdienst. Het gratis telefoonnummer van de Belastingdienst is 0800-0543. Vanzelfsprekend kunt u ook een mail sturen (valse-email@Belastingdienst.nl).

Tips van de Belastingdienst

  1. Maak een proefaangifte door in te loggen op ‘Mijn Belastingdienst’. U vult uw gegevens in, controleert het resultaat en pas dán ondertekent en verzendt u.
  2. Let op de zorgkosten. Heeft u een speciaal dieet, een fysiotherapeutische behandeling of medicijngebruik? Of reiskosten naar een arts of ziekenhuis? Mogelijk zijn de kosten aftrekbaar.
  3. U kunt belastingaangifte doen over de afgelopen vijf jaar. Had u gedurende die vijf jaar ook al een AOW-uitkering en een aanvullend (pensioen)inkomen? Het kan zijn dat u teveel inkomstenbelasting betaalde. Zo ja, dan wordt dat bedrag gerestitueerd.




N.B.

Echter, de aangifte kan ook in uw nadeel uitvallen en moet u extra geld bijbetalen. Blijkt uit uw proefaangifte dat u minder dan € 17,00 terugkrijgt óf minder dan € 52,00 betaalt, dan hoeft u geen aangifte te doen. Indien u een brief van de Belastingdienst heeft gekregen, bent u altijd verplicht aangifte te doen.

(bronnen: o.a. Belastingdienst, rijksoverheid.nl, zorgtoeslagaanvragen.org, bnnvara.nl.)

Lees meer over: