Belangrijke wijzigingen inzake belastingen in 2026
Belastingtarieven en de bijbehorende heffingskortingen worden in Nederland elk jaar bijgesteld om het belastingstelsel actueel te houden, de koopkracht te beïnvloeden en in te spelen op economische veranderingen. Dat geldt ook voor het jaar 2026. Hieronder treft u informatie aan over de meest relevante wijzigingen voor AOW’ers.
Klik snel door naar:
- Inleiding
- Inflatiecorrectie
- Caribisch Nederland
- Aanvullende informatie
- Loon- en inkomstenbelasting
- Belasting op milieugrondslag
- Belasting van personenauto’s en motorrijwielen
- Schenk- en erfbelasting
- Diverse belastingen
- Gegevensuitwisseling
- Wat is een fiscale parameter?
- Meest relevante parameters voor AOW’ers
- Overzicht aftrekbare zorgkosten 2026
- Verhoging aftrekbaarheid specifieke zorgkosten in 2026
Inleiding
Op 16 december 2025 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de wetsvoorstellen in het pakket Belastingplan 2026. De wet treedt pas in werking als de Koning deze heeft goedgekeurd en de wet ook is gepubliceerd. Vooruitlopend op de goedkeuring door de Koning en publicatie in het Staatsblad, gaf het ministerie van Financiën een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in de belastingen per 2026. Dit overzicht omvat ook veranderingen per 2026 uit eerder gepubliceerde wetten. (Deze teksten zijn overgenomen van de website van open.overheid.nl. AOW.nu heeft die wijzigingen opgenomen die voornamelijk voor AOW’ers relevant zijn.)
Inflatiecorrectie
Jaarlijks worden veel bedragen in belastingwetten bijgesteld met een inflatiecorrectie. Voor 2026 bedraagt deze inflatiecorrectie 2,9%, wat inhoudt dat een aantal relevante bedragen met 2,9% worden verhoogd. Wijzigingen die enkel veroorzaakt zijn door inflatiecorrectie worden verder in dit document deels weergegeven in de bijlage “Fiscale parameters”.
Caribisch Nederland
Sinds 10 oktober 2010 zijn Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) openbare lichamen van Nederland. Per 1 januari 2011 kent Caribisch Nederland een nieuw fiscaal stelsel. De Belastingdienst is in Caribisch Nederland verantwoordelijk voor de heffing en inning van inkomstenbelasting, loonheffingen, opbrengstbelasting, algemene bestedingsbelasting, vastgoedbelasting, overdrachtsbelasting, kansspelbelasting en accijnzen. De openbare lichamen heffen daarnaast afzonderlijk een aantal lokale belastingen die per eiland kunnen verschillen.
Wijzigingen in belastingen op Caribisch Nederland per 2026 zijn niet meegenomen in deze publicatie. Meer informatie over de voorwaarden en uitvoering van belastingregels in Caribisch Nederland vindt u op www.belastingdienst-cn.nl.
Dit document geeft een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in de belastingen. Aan dit document kunnen geen rechten worden ontleend. Meer informatie over de voorwaarden en uitvoering van belastingregels vindt u op www.belastingdienst.nl. Meer informatie over de achtergrond van de belastingwijzigingen vindt u op www.rijksoverheid.nl/belastingplan.
De tool op https://www.wijzeringeldzaken.nl/wbdvm geeft burgers een overzicht van belangrijke veranderingen per 2026 op basis van de persoonlijke situatie.
Loon- en inkomstenbelasting
Beperken inflatiecorrectie
Voor de bedragen in de inkomstenbelasting is voor 2026 besloten de inflatiecorrectie voor 52,8% toe te passen. De toe te passen inflatiecorrectie in de inkomstenbelasting komt daarmee uit op 1,5312% in plaats van 2,9%. Hierdoor vallen mensen eerder in een hogere belastingschijf en hebben ze een lager bedrag aan heffingskortingen. Daardoor gaan mensen iets meer inkomstenbelasting betalen.
Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning
Het tarief in de eerste schijf in box 1 van de inkomstenbelasting, tot een inkomen van € 38.883, wordt 2026 verlaagd naar 35,75% (dit is het tarief inclusief premie voor de volksverzekeringen). Het tarief in de tweede schijf, tussen € 38.883,00 en € 78.426,00 wordt iets verhoogd naar 37,56%. Het toptarief wijzigt niet en blijft 49,50%. Het grensbedrag vanaf waar het toptarief geldt, wordt met € 432,00 extra verhoogd, naast de inflatiecorrectie en gaat dus van € 76.817,00 naar € 78.426,00
- € 0,00 – € 38.883,00: 35,75 %
- € 38.883,00 – € 78.426,00: 37,56 %
- vanaf € 78.426,00: 49,50 %
AOW-gerechtigden en andere niet AOW-premieplichtigen betalen geen AOW-premie over box 1. Over het belastbare inkomen in de eerste schijf geldt voor deze groep een lager tarief van 17,85 % in 2026. Het grensbedrag van de eerste schijf verschilt voor AOW-gerechtigen die geboren zijn voor 1946 en bedraagt € 41.123,00 in 2206. Voor AOW-gerechtigden die zijn geboren na 1946 is dit grensbedrag € 38.883,00.
Tarieven in box 1 in 2026: AOW-leeftijd bereikt én geboren in of na 1946
- € 0,00 – € 38.883,00: 17,85 %
- € 38.883,00 – € 78.426,00: 37,56 %
- vanaf € 78.426,00: 49,50 %
Tarieven in box 1 in 2026: AOW-leeftijd geboren voor 1946
- € 0,00 – € 41.123,00: 17,85 %
- € 41.123,00- € 78.426,00: 37,56 %
- vanaf € 78.426,00: 49,50 %
Het maximale aftrekpercentage voor grondslagverminderende posten – dat meebeweegt met het tarief in de tweede schijf – bedraagt 37,56 % in 2026.
Verlaging percentage aftrek geen of geringe eigenwoningschuld
Wanneer iemand geen of weinig rente betaalt omdat er geen of een kleine eigenwoningschuld bestaat, dan is het eigenwoningforfait meestal hoger dan de aftrekbare kosten voor de eigen woning. In dat geval is er recht op een belastingaftrek (‘Wet Hillen’).
Tot 2019 was de belastingaftrek gelijk aan het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten voor de eigen woning. Sinds 2019 wordt het percentage van het verschil dat mag worden afgetrokken in 30 jaar jaarlijks met 3,33% afgebouwd tot nihil. Per 2026 wordt dit afbouwpercentage verhoogd van 3,33% naar 4,80%.
In 2025 kreeg men 76,67% van het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten als aftrek. Per 1 januari 2026 wordt dit verschil afgebouwd naar 71,87%
Aftrek specifieke zorgkosten: dieetmeerkosten
Bepaalde zorgkosten zijn aftrekbaar als specifieke zorgkosten, zoals kosten voor een dieet op voorschrift van een arts of diëtist. Voor deze dieetkosten mogen vaste bedragen worden afgetrokken. Deze bedragen staan in de dieetlijst, een overzicht van diëten en de bijbehorende aftrekbare kosten. Vanaf 2026 worden de bedragen in de dieetlijst aangepast. Deze aanpassing volgt op actuele inzichten in diëten en het aanbod van dieetproducten. (Later in deze mailing leest u daar meer over.)
Box 3: belastbaar inkomen uit spaar- en belegd vermogen: aanpassingen leegwaarderatio
Voor zowel de inkomstenbelasting (box 3) als de schenk- en erfbelasting wordt de waarde van een verhuurde woning in beginsel vastgesteld aan de hand van de WOZ-waarde. Aangezien bij het bepalen van de WOZ-waarde geen rekening wordt gehouden met verhuur bestaat voor verhuurde woningen, waarvoor huurbescherming geldt, een afwijkende regeling. De waarde van de woning wordt in die situaties gesteld op een percentage van de WOZ-waarde dat wordt bepaald aan de hand van de huuropbrengst (leegwaarderatio). Vanaf 2026 kunnen eigenaren van een verhuurde woning, waarvoor huurbescherming geldt, geen gebruik meer maken van de leegwaarderatio voor deze woning als zij deze verhuren aan een gelieerde partij (meestal familie) tegen een niet-marktconforme (lees: te lage) huurprijs.
Belasting op milieugrondslag
Energiebelasting
Belastingvermindering energiebelasting minder verlaagd
De vermindering energiebelasting is een vast bedrag dat per elektriciteitsaansluiting van de energierekening af gaat. De korting geldt voor onder andere woningen en kantoorpanden. Het verbruik maakt hierbij niet uit. In 2026 wordt de belastingvermindering in de energiebelasting met € 5,15 verlaagd naar € 519,80. Dit is het gevolg van een verhoging uit het Belastingplan 2026 in combinatie met een per saldo verlaging uit eerdere Belastingplannen. Inclusief btw is het verschil met 2025 € 6,23.
Wijzigingen in tarieven energiebelasting
De tarieven in de energiebelasting wijzigen als gevolg van reguliere indexatie en beleid uit eerdere Belastingplannen en het Klimaatakkoord.
- Deze beleidswijzigingen zorgen voor een stijging van het tarief op aardgas tot 10 miljoen m3 van 0,5 tot 0,6 eurocent per m3.
- Het tarief vanaf 10 miljoen m3 daalt met 0,2 eurocent per m3 als gevolg van beleid.
- De tarieven op electriciteit dalen als gevolg van beleid: tot 10.000 kWh is de daling 1,3 eurocent per kWh, van 10.000 tot 50.000 kWh is de daling 0,5 eurocent per kWh en van 50.000 tot 10 miljoen kWh is de daling 0,2 eurocent per kWh.
De reguliere indexatie zorgt ervoor dat de uiteindelijke wijziging in tarieven afwijkt van de hierboven beschreven beleidseffecten.
Beperken inputvrijstelling
Sinds 2025 is aardgas dat wordt gebruikt voor elektriciteitsopwekking niet langer volledig vrijgesteld van energiebelasting. Per 2026 wordt de vrijstelling verder afgebouwd.
- Bij installaties (> 20 MW) wordt 0,2635 m3 aardgas vrijgesteld per opgewekte kWh elektriciteit (was 0,2808 m3).
- Bij installaties (< 20 MW) wordt een zelfde hoeveelheid aardgas per opgewekte kWh elektriciteit vrijgesteld wanneer dit aan een distributienet wordt geleverd.
- Per eigen gebruikte kWh elektriciteit is 0,1498 m3 aardgas vrijgesteld (was 0,167 m3).
Separaat tarief waterstof
Per 1 januari 2026 geldt er een apart tarief voor energetisch verbruik van waterstof in de energiebelasting dat gelijk is aan het schijftarief voor zakelijk elektriciteitsverbruik vanaf 10 miljoen kWh van € 0,00310. Tot nu toe werd energetisch verbruik van waterstof hetzelfde belast als energetisch verbruik van aardgas.
Belasting op leidingwater: aanpassing heffingsplafond
Voor de belasting op leidingwater gold een heffingsplafond van 300 m3. Dit betekent dat er alleen belasting werd geheven over de eerste 300 m3 geleverde leidingwater per aansluiting per jaar. Het geleverde leidingwater boven deze grens, werd niet belast.
Per 1 januari 2026 wordt het heffingsplafond, als opstap naar afschaffing van dit heffingsplafond per 2027, verhoogd naar 50.000 m3 waardoor per 2026 belasting wordt geheven op een geleverde hoeveelheid leidingwater tot 50.000 m3.
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm)
Aanpassing CO2-grenzen en tarieven voor personenauto’s
De CO2-grenzen en tarieven in de bpm voor personenauto’s worden per 1 januari 2026 aangepast aan de verwachte technologische ontwikkeling van personenauto’s.

Verlenging van het lage tarief voor alle emissievrije bijzondere auto’s en motoren tot en met 2030
Voor emissievrije bijzondere personenauto’s, zoals kampeerauto’s en voertuigen voor rolstoelvervoer, en emissievrije motorrijwielen gelden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 vaste lage bpm-bedragen. Deze lage bpm-bedragen worden verlengd tot en met 2030. In 2026 is de bpm voor emissievrije bijzondere personenauto’s € 687 (in 2025 € 667) en voor emissievrije motoren is de bpm € 206,00 (in 2025 € 200,00).
Minder of geen korting in de motorrijtuigenbelasting voor EV en PHEV
Tot 1 januari 2026 gold voor emissievrije voertuigen (EV) een kwarttarief in de motorrijtuigenbelasting (mrb), oftewel een korting van 75%. Voor PHEV’s (plug-in-hybride auto’s) gold tot 1 januari 2026 een driekwarttarief, oftewel een korting van 25%.
Per 1 januari 2026 krijgen emissievrije personenauto’s een 70%-tarief, oftewel een korting van 30%. Voor andere emissievrije voertuigen en voor PHEV’s vervalt de korting in de motorrijtuigenbelasting per 1 januari 2026.
Versoberen lagere tarieven motorrijtuigenbelasting kampeerauto
Tot 1 januari 2026 gold voor kampeerauto’s een kwarttarief in de mrb. Voor kampeerauto’s die door een bedrijf worden verhuurd gold een halftarief.
Per 1 januari 2026 wordt het kwarttarief voor kampeerauto’s verhoogd naar een halftarief. Het onderscheid tot particulier en bedrijfsmatig gehouden kampeerauto’s vervalt.
Aanpassing korting in de bijtelling voor emissievrije personenauto’s
De korting voor emissievrije personenauto’s in de bijtelling wordt per 1 januari 2026 verlaagd van 5% naar 4% tot een maximumbedrag van € 30.000,00. Het normale bijtellingspercentage is 22%. Zo komt de bijtelling tot het maximumbedrag van € 30.000,00 voor emissievrije personenauto’s in 2026 uit op 18%. De korting op de bijtelling voor emissievrije personenauto’s is daardoor maximaal € 1.200,00 in 2026 (was in 2025 € 1.500).
Schenk- en erfbelasting
Verlenging aangiftetermijn erfbelasting
Erfgenamen mogen langer doen over het indienen van een aangifte erfbelasting. De aangiftetermijn wordt verlengd van acht naar twintig maanden na het overlijden. Ook het startmoment van het berekenen van de belastingrente bij de erfbelasting wordt aangepast naar twintig maanden na het overlijden. De wijziging geldt voor overlijdens die op of na 1 januari 2026 plaatsvinden.
Geen aangifte meer voor schenkingen kort voor overlijden
Voor schenkingen die binnen 180 dagen voor het overlijden van de schenker plaatsvinden, hoeft de verkrijger niet langer aangifte schenkbelasting te doen. Dit geldt voor het eerst voor schenkingen die maximaal 180 dagen voor 1 januari 2026 zijn gedaan. De schenking moet net als nu wel in de aangifte erfbelasting worden opgegeven.
Gelijkstelling aan biologische kinderen
Kinderen die geen juridische band hebben met hun biologische ouder worden in de schenk- en erfbelasting gelijkgesteld aan kinderen die wel een juridische band hebben. Dit betekent dat zij over schenkingen en erfenissen van hun biologische, maar niet juridische, ouder minder schenk- en erfbelasting betalen.
Heffing bij ongelijke breukdelen bij een huwelijksgoederengemeenschap
Voortaan wordt schenk- en erfbelasting geheven wanneer een echtgenoot bij ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap meer dan de helft krijgt. In die gevallen wordt voortaan schenk- en erfbelasting geheven over het deel boven de vijftig procent bij de echtgenoot die meer dan de helft krijgt.
Aanpak onbedoeld gebruik bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) door personen op (zeer) hoge leeftijd, en constructies met dubbele BOR
Voor erflaters en schenkers die later dan 2 jaar na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd een onderneming starten, neemt de bezitstermijn in de BOR geleidelijk toe. Voor elk jaar boven de AOW-gerechtigde leeftijd wordt zes maanden bij de bezitstermijn opgeteld. Daarnaast kan de BOR niet langer worden toegepast voor zover de onderneming op enig eerder moment in bezit is geweest van de verkrijger.
Meer over schenk- en erfbelasting vindt u op deze pagina
Diverse belastingen
Brandstofaccijns: verlengen verlaagde accijnstarieven
Per 1 januari 2026 stijgen de brandstofaccijnstarieven naar:
- € 0,84 per liter voor benzine. Dit is € 0,06 meer dan vorig jaar.
- € 0,55 per liter voor diesel. Dit is € 0,04 meer dan vorig jaar.
- € 0,20 per liter voor LPG. Dit is € 0,01 meer dan vorig jaar.
Sinds 2022 is er een tijdelijke verlaging van de accijns op benzine, diesel en LPG. Deze korting zou in 2026 aflopen, maar wordt nu gedeeltelijk met één jaar verlengd. Zonder deze korting waren de accijnstarieven meer gestegen.
Verhoging btw voor logies
Het verlaagde btw-tarief op logies wordt afgeschaft. Het btw-tarief voor logies gaat hierdoor van het verlaagde tarief (nu 9%) naar het algemene tarief (nu 21%). Met het vervallen van deze post is de toepassing van het verlaagde tarief dus bijvoorbeeld niet langer mogelijk voor de verhuur van hotelkamers, gemeubileerde vakantiewoningen of stacaravans. Ook het kortdurend verstrekken van logies aan bijvoorbeeld werknemers, studenten, asielzoekers en dak- en thuislozen zal onder het algemene tarief gaan vallen.
Het verlaagde btw-tarief voor het geven van gelegenheid tot kamperen binnen het kader van het kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden, blijft bestaan.
Btw aftrekherziening diensten aan onroerende zaken
Voor kostbare investeringsdiensten aan onroerende zaken, waarvan de vergoeding tenminste € 30.000,00 bedraagt en die vanaf 1 januari 2026 in gebruik worden genomen, gaat een herzieningsperiode gelden van vijf jaar (inclusief het jaar van ingebruikneming).
Overdrachtsbelasting: verlaagd tarief woning als belegging
Sinds 1 januari 2023 geldt in de overdrachtsbelasting een algemeen tarief van 10,4%. Dit tarief geldt ook voor woningen die de koper niet zelf (langdurig) zal bewonen.
Per 1 januari 2026 gaat een nieuw tarief gelden voor de verkrijging van deze woningen. Het tarief daalt hiervoor van 10,4% naar 8,0%. Dat nieuwe ‘algemene woningtarief’ geldt voor alle verkrijgingen van woningen, met uitzondering van gevallen waarin het bestaande verlaagde tarief van 2% of een vrijstelling, zoals de startersvrijstelling, van toepassing is.
Kansspelbelasting: verhoging tarief
Kansspelbelasting is een belasting die deelnemers of organisatoren van kansspelen moeten betalen over het bedrag dat zij hebben gewonnen. Bij deelnemers van kansspelen wordt slechts geheven vanaf prijzen die hoger zijn dan € 449,00 Per 2025 is de eerste verhoging van het tarief kansspelbelasting ingegaan van 30,5% naar 34,2%. Per 2026 wordt dit tarief verder verhoogd naar 37,8%.

Het recht op inzage in het fiscale dossier houdt in dat belastingplichtigen en inhoudingsplichtigen uiterlijk in 2032 via een digitaal portaal inzage krijgen in hun fiscaal dossier. Dit vergroot de transparantie en zorgt voor een betere informatiepositie. Belastingplichtigen kunnen op termijn informatie zien die ze nu nog niet kunnen vinden zonder eerst in bezwaar te gaan, zoals behandelverslagen, gespreksnotities en e-mails over hun belastingaanslagen en beschikkingen. Er kunnen gewichtige redenen zijn om bepaalde (delen van) stukken geheim te houden, zoals de privacy van andere belastingplichtigen en medewerkers van de Belastingdienst of de Douane en de toezicht- en handhavingsstrategie van deze organisaties. Tot 2032 wordt het inzagerecht stapsgewijs uitgebreid totdat de stukken voor alle rijksbelastingen beschikbaar kunnen worden gesteld. Vanaf 2026 worden als eerste stukken over belastingaanslagen en beschikkingen over de inkomstenbelasting voor burgers (niet-winst) gefaseerd beschikbaar gesteld.
Gegevensuitwisseling
Rapportage en uitwisseling van gegevens over crypto’s
Aanbieders van cryptoactiva diensten moeten bij hun klanten gegevens over hun fiscale woonplaats gaan opvragen, verifiëren en aan de Belastingdienst rapporteren hoeveel hun klanten in crypto’s hebben gehandeld. De Belastingdienst kan daarmee beter controleren of die klanten het hebben van cryptoactiva in hun aangifte inkomstenbelasting wel goed hebben ingevuld. Als het gaat om klanten die in een andere EU-lidstaat wonen, dan wisselt de Belastingdienst de gerapporteerde gegevens uit met de belastingdienst van die andere EU-lidstaat. Op die manier kunnen die belastingautoriteiten de belastingaangiften van de inwoners van hun land ook beter controleren op juistheid. De wet die dit allemaal regelt, treedt naar verwachting begin 2026 in werking en werkt terug tot en met 1 januari 2026. Aanbieders van cryptoactiva diensten kunnen vanaf 1 januari 2026 beginnen met het verzamelen van gegevens.
Uitwisseling van informatie voor de minimumbelasting
Multinationale groepen die in meerdere EU-lidstaten actief zijn, hoeven straks nog maar in één lidstaat hun bijheffing-informatieaangifte voor het bepalen van de minimumbelasting in te dienen. Dit betekent voor hen een grote vermindering van de administratieve lasten. De Belastingdienst wisselt de gegevens uit die bijheffing-informatieaangifte vervolgens uit met de belastingautoriteiten van de andere EU-lidstaten. De wet die dit regelt, treedt naar verwachting begin 2026 in werking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.
Invorderingsrente
De Belastingdienst rekent invorderingsrente wanneer een belastingschuld later wordt betaald dan de uiterste betaaldatum, de Dienst Toeslagen rekent invorderingsrente wanneer een terugvordering van een toeslag te laat wordt betaald. Het percentage invorderingsrente was de afgelopen jaren 4%. Dit percentage wordt vanaf 2026 verhoogd naar 4,3%. Voor belastingaanslagen die betaald moeten worden vanaf 2026 wordt dus gerekend met 4,3%.
Nieuwe bankrekeningnummers Belastingdienst en Dienst Toeslagen
De Belastingdienst en Dienst Toeslagen stappen in de loop van 2026 over van ING naar Rabobank. Deze overstap vindt op zijn vroegst plaats per 1 mei 2026. Na de overstap wordt in alle communicatie het nieuwe rekeningnummer vermeld, zoals in de betaalinformatie bij belastingaanslagen en in verzoeken tot terugbetaling van toeslagen. Bestaande automatische incasso’s worden automatisch overgezet naar het nieuwe rekeningnummer. Actuele informatie over de overstap is vanaf medio januari 2026 te vinden op belastingdienst.nl/bank. Daar staat ook een overzicht van de bankrekeningnummers. Zodra de nieuwe rekeningnummers in gebruik worden genomen, wordt dit bekend gemaakt via officiële kanalen van de Belastingdienst en Dienst Toeslagen. Tot die tijd verandert er niets.
Wat is een fiscale parameter?
Een fiscale parameter is een variabele waarde of grensbedrag in de belastingwetgeving, die wordt gebruikt om belastingverplichtingen, aftrekposten, heffingskorting of box-tarieven te berekenen. Deze parameters worden door de overheid vastgesteld en kunnen veranderen als gevolg van inflatiecorrecties of nieuw fiscaal beleid.
Meest relevante parameters voor AOW’ers
Fiscale parameter inkomstenbelasting (2026) in box 1: inkomen uit werk en woning. AOW-leeftijd bereikt
- bovengrens 1steschijf indien in of na 1946 geboren: € 38.883,00
- bovengrens 1steschijf indien voor 1946 geboren: € 41.123,00
- bovengrens 2deschijf (aanvangspunt toptarief): € 78.426,00
- gecombineerd tarief 1steschijf: 17,85%
- belastingtarief 1steschijf: 8,10%
- tarief AWBZ/WLZ-premie: 9,65%
- tarief ANW-premie: 0,10%
- belastingtarief 2deschijf: € 37,56%
- toptarief: 49,50%
- aftrektarief hypotheekrenteaftrek/ andere posten: 37,56%
Fiscale parameter inkomstenbelasting (2026) box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang
- Bovengrens 1steschijf: € 68.843,00
- Tarief box 2 1steschijf: 24,50%
- Tarief box 2 2deschijf: 31.00%
- Maximumbedrag excessief lenen: € 500.00,00
- Doorschuifregeling bij bedrijfsmiddelen die gemengd mogen worden gebruikt: € 103.000,00
Fiscale parameter inkomstenbelasting (2026) box 3: inkomen uit sparen en beleggen
- Tarief box 3: 36,00%
- Heffingsvrij vermogen: € 59.357,00
- Forfaitaire rendementspercentage voor banktegoeden: 1,28%
- Forfaitaire rendementspercentage voor schulden: 2,70%
- Forfaitaire rendementspercentage voor overige bezittingen: 6,00%
Fiscale parameter inkomstenbelasting (2026) voorheffingen
- Dividendbelasting: 15,00%
- Kansspelbelasting: 37,8%
- Kleine prijzenvrijstelling: € 449,00
Fiscale parameter inkomstenbelasting(2026) wonen
- Eigenwoningforfait WOZ-waarde € 75.000,00 tot grens: 0,35%
- Grens WOZ-waarde eigenwoningforfait: € 1,35 mln.
- Eigenwoningforfait vanaf grens: 2,35%
- Percentage toepasbaarheid Wet Hillen: 71,867%
- Vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning: € 207.500,00.
Fiscale parameter inkomstenbelasting (2026) vrijstellingen box 3
- Voordeel vrijgestelde beleggingsinstellingen: 6,00%
- Vrijstellingen voor groene beleggingen box 3 per volwassene: € 26.715,00
- Heffingskorting voor groen beleggen (% van vrijstelling): 0,1%
- Uitvaartverzekering: € 8.904,00
- Contant geld per volwassene: € 672,00
Vrijwilligersvergoeding (2026)
- vergoeding vrijwilligers per jaar: € 2.200,00
- vergoeding vrijwilligers per maand: € 220,00
- vergoeding vrijwilligers per uur: € 5,75
Fiscale parameter inkomstenbelasting (2026) algemene heffingskorting
- algemene heffingskorting: € 3.115,00
- Idem boven AOW-leeftijd: € 1.556,00
- Start afbouw vanaf inkomen: € 29.736,00
- Algemene heffingskorting nul bij inkomen: € 78.426,00
- Afbouwpercentage: 6,398%
- Idem boven AOW-leeftijd: 3,195%
Fiscale parameter inkomstenbelasting (2026) arbeidskorting
- arbeidskorting 1ste opbouwtraject: € 996,00
- Idem boven AOW-leeftijd: € 498,00
- 1steopbouw bereikt bij inkomen: € 11.965,00
- Percentage 1steopbouwtraject: 8,324%
- Idem boven AOW-leeftijd: 4,156%
- arbeidskorting 2deopbouwtraject: € 5.300,00
- Idem boven AOW-leeftijd: € 2.647,00
- 2deopbouw bereikt bij inkomen: € 25.845,00
- Percentage 2deopbouwtraject: 31,009%
- Idem boven AOW-leeftijd: 15,483%
- arbeidkorting 3deopbouwtraject: € 5.685,00
- Idem boven AOW-leeftijd: € 2.840,00
- Percentage 3deopbouwtraject: 1,950%
- Idem boven AOW-leeftijd: 0,974%
- 3deopbouwtraject bereikt/start afbouw bij inkomen: € 45.592,00
- Arbeidskorting nul bij inkomen: € 132.920,00
- Afbouwpercentage: 6,510%
- Idem boven AOW-leeftijd: 3,250%
Fiscale parameter inkomstenbelasting (alleenstaande) ouderenkorting (2026)
- Inkomensgrens ouderenkorting: € 46.002,00
- Ouderenkorting onder inkomensgrens: € 2.067,00
- Ouderenkorting nul bij inkomen: € 59.782,00
- Ouderenkorting: 15%
- Alleenstaande ouderenkorting (geen inkomensgrens): € 540,00
Fiscale parameter schenk- en erfbelasting (2026)
- Tarief partners en kinderen onder / bovengrens: 10% / 20%
- Tarief kleinkinderen onder – bovengrens: 18% / 36%
- Tarief overige verkrijgers onder / bovengrens: 30% / 40%
- Grens belasting verkrijging: € 158.669,00
- Vrijstelling erfbelasting partner: € 828.035,00
- Vrijstelling erfbelasting invalide kind: € 78.671,00
- Vrijstelling erfbelasting (klein)kinderen: € 26.230,00
- Vrijstelling erfbelasting ouder: € 62.110,00
- Vrijstelling schenkbelasting voor kinderen: € 6.908,00
- Idem voor kinderen 18-40 jaar eenmalig: € 33.129,00
- Idem voor studie kinderen 18-40 jaar eenmalig: € 69.009,00
- Vrijstelling schenk- en erfbelasting overige gevallen: € 2.769,00
- Bedrijfsopvolgingsregeling BOR (2026):
- Vrijstelling bedrijfsopvolging: € 1.543.500,00
- BOR bij bedrijfsmiddelen die gemengd worden gebruikt: € 103,00
Meer over vrijstellingen en erfbelasting vindt u op deze pagina
Overzicht aftrekbare zorgkosten 2026 (bron: belastingdienst.nl)
Maakt u veel kosten voor ziekte of invaliditeit? Bijvoorbeeld omdat u chronisch ziek bent, een beperking heeft, of wat ouder bent? In de lijst hieronder ziet u welke zorgkosten u mag aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting.
Voor de aftrek zorgkosten gelden wel enkele voorwaarden. Zo mag u bijvoorbeeld niet de kosten aftrekken waarvoor u een vergoeding kunt krijgen. En mag u uw kosten alleen aftrekken in het jaar dat u ze heeft betaald.
Zorgkosten alleen boven drempelbedrag aftrekbaar
Alleen het deel van uw kosten dat uitkomt boven een bepaald bedrag, het drempelbedrag, is aftrekbaar. Als u uw zorgkosten invult in uw online aangifte, wordt het drempelbedrag voor u automatisch berekend en daarmee ook de aftrekbare zorgkosten.
Betaalt u geen of weinig inkomstenbelasting?
Doe dan ook online aangifte. Het kan zijn dat u een tegemoetkoming krijgt voor uw zorgkosten. Die tegemoetkoming wordt dan automatisch berekend.
Hieronder volgt een overzicht van eventueel te maken met de vermelding of ze wel of niet aftrekbaar zijn:
Kosten voor premies, eigen bijdragen en (vrijwillig) eigen risico
- Premies voor de ziektekosten of zorgverzekering (zowel basis- als aanvullende premie): niet aftrekbaar.
- Wettelijke eigen bijdragen van bijv. CAK of medicijnen: niet aftrekbaar.
- Eigen bijdragen Zorgverzekeringswet: niet aftrekbaar.
- Eigen risico zorgverzekering: niet aftrekbaar.
- Vrijwillig eigen risico: niet aftrekbaar.
Kosten voor geneeskundige hulp, behandelingen en medicijnen
- Verpleging in een ziekenhuis of andere instelling (geen WLZ-instelling): aftrekbaar.
- Tandarts, fysiotherapie of specialist: aftrekbaar.
- Behandeling op voorschrift en onder begeleiding van een arts door een paramedicus, zoals een optometrist of een tandprotheticus: aftrekbaar.
- Behandeling door een paramedicus zonder doorverwijzing van een arts: onder voorwaarden aftrekbaar.
- Voorgeschreven medicijnen (ook homeopathische middelen) boven de eigen wettelijke bijdrage: aftrekbaar (ook kosten die de apotheek in rekening brengt).
- (Reis)vaccinaties: aftrekbaar.
Kosten voor hulpmiddelen
- Steunzolen: aftrekbaar.
- Rollator, looprek, loophulp met 3 of 4 poten, elleboogkruk, okselkruk of onderarmschaalkruk, gipssteun: niet aftrekbaar.
- Scootmobiel of rolstoel: niet aftrekbaar.
- Gehoorapparaat: onder voorwaarden aftrekbaar.
- Bril: niet aftrekbaar.
- Beugel, brug of kroon of implantaat: aftrekbaar.
- Aanpassingen aan auto, fiets, computer en dergelijke: aftrekbaar.
- Kosten voor gebruik van een hulpmiddel (electriciteit, verzekering, onderhoudskosten, lease, etc.: aftrekbaar (als het hulpmiddel ook aftrekbaar is).
- Prothesen en pacemakers: aftrekbaar.
- Vervoer naar arts, ziekenhuis of apotheek: aftrekbaar.
- Hogere vervoerskosten door ziekte of handicap: aftrekbaar.
- Reiskosten voor ziekenbezoek: aftrekbaar.
Diverse kosten
- Dieet op voorschrift van arts of diëtist: een vast bedrag aftrekbaar, zie daarvoor de dieetlijst 2026.
- Extra gezinshulp vanwege ziekte of invaliditeit: onder voorwaarden aftrekbaar.
- Extra kleding en beddengoed: een vast bedrag aftrekbaar.
Verhoging aftrekbaar specifieke zorgkosten voor AOW’ers (bron: belastingdienst.nl)
Als uw drempelinkomen lager is dan een bepaald bedrag, heeft u recht op de verhoging specifieke zorgkosten. U mag dan meer aftrekken dan u daadwerkelijk heeft betaald voor zorgkosten.
Let op:
De uitgaven voor genees- en heelkundige hulp en de reiskosten voor ziekenbezoek tellen niet mee voor deze verhoging.
Drempelinkomen
Uw drempelinkomen is het totaal van uw inkomsten en aftrekposten in box 1, 2 en 3, maar zonder uw persoonsgebonden aftrek. Als u het hele jaar een fiscale partner heeft, neem dan het drempelinkomen van u en uw fiscale partner samen.
Percentage verhoging specifieke zorgkosten
Het percentage waarmee u uw specifieke zorgkosten mag verhogen, hangt af van uw leeftijd op 1 januari van het betreffende jaar.
Voorbeelden:
- Uw gezamenlijke drempelinkomen is niet hoger dan € 41.123,00 en u heeft op 1 januari nog niet de AOW-leeftijd bereikt, dan geldt een percentage van 40%.
- Uw gezamenlijke drempelinkomen is niet hoger dan € 41.123,00 en u heeft op 1 januari de AOW-leeftijd bereikt, dan geldt een percentage van 113%.
- Heeft u een fiscale partner en heeft één van u beiden de AOW-leeftijd bereikt, maar de ander nog niet? Dan geldt het hoge percentage voor u beiden.
(bronnen: open.overheid.nl, belastingdienst.nl)
Lees meer over:





