AOWeetjes januari 2026
Hieronder treft u een aantal nieuwsberichten aan die voor u van belang (kunnen) zijn. Het is slechts een greep uit de vele. AOW.nu heeft geprobeerd de belangrijkste over de periode januari 2026 er uit te filteren.
Klik snel door naar:
- Kamer steunt nieuwe box 3-stelsel, maar is wel kritisch
- De Belastingdienst bus komt naar je toe deze aangifteperiode
- Hoe doe ik aangiftebelasting voor een overledene?
- Koopkracht stijgt dit jaar toch iets minder, verwacht Nibud
- Nederlandse en Duitse spaarders krijgen deksel op de neus
- Inflatie daalt naar 2,8 procent in december
- Huur, rundvlees, koffie, thee, chocolade en boter maakten het leven vorig jaar duurder
- Toeslagen voor velen noodzakelijk
- De stroomprijs staat op pre-crisisniveau: is dit hét moment om over te stappen?
- Energiecontract verlengen in 2026? Voorkom deze dure valkuilen
- ACM onderzoekt prijzen van vier leveranciers van stadswarmte
- Einde salderingsregeling: nog 500.000 oude meters moeten verplicht vervangen, last onder dwangsom bij weigering
- FIXbrigade Nederland
- Tandartsketens gebruiken ouderen als melkkoe
- Ouderen en vervoer: alle mogelijkheden op een rij in 2026
- Ontwikkelingen woningmarkt senioren
- Brandweer zorgen over seniorencomplexen
Belastingen
Kamer steunt nieuwe box 3-stelsel, maar is wel kritisch (bron: taxence.nl)
“De Kamer steunt, met enige tegenzin, het nieuwe box 3‑stelsel dat per 2028 moet ingaan, maar plaatst stevige kanttekeningen bij de gekozen vorm van belasting op vermogen en de onderbouwing daarvan.” Dit is de lead van bovengenoemd artikel van taxence.nl.
Het debat over het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 werd maandag 19 januari 2026 gevoerd. Vanaf 2028 worden beleggers in box 3 in principe belast op basis van het werkelijke rendement. Echter, voor de meeste financiële beleggingen in aandelen, obligaties en crypto gebeurt dat via een vermogensaanwasbelasting, dus jaarlijks over gerealiseerd én ongerealiseerd rendement. Alleen vastgoedbeleggingen en aandelen in start‑ups vallen onder een vermogenswinstbenadering: daar wordt pas afgerekend bij verkoop, met aftrek van kosten en een fictieve huurwaarde (vastgoedbijtelling) voor eigen gebruik.
De zienswijze van de diverse fracties liep uiteen. VVD, CDA, JA21, BBB en PVV hebben voorkeur voor een zuivere vermogenswinstbelasting voor alle bezittingen, waarbij pas bij verkoop wordt geheven. Daarentegen pleit GroenLinks‑PvdA juist voor het volledig belasten van alle waardestijgingen, ook als die nog niet zijn verzilverd. Deze fractie meent dat dat economisch het minst verstorend en uitvoerbaar is. De staatssecretaris noemt het wetsvoorstel zelf een “tussenstation”: het kabinet ambieert op termijn een bredere vermogenswinstbelasting, maar acht die technisch en uitvoeringsmatig niet haalbaar voor 2028.
De invoerdatum is hard: als de wet niet uiterlijk 15 maart is aangenomen, ontstaat in 2028 een gat van circa € 2,4 miljard in de begroting. Dat maakt dat de Kamer zich “opgejaagd en gegijzeld” voelt. Een volledige overstap naar een vermogenswinstbelasting zou bovendien in de eerste jaren naar schatting zo’n € 5 miljard aan inkomsten kosten; onduidelijk is wanneer dat gat zou worden ingelopen. Een motie van ChristenUnie‑Kamerlid Grinwis vraagt het kabinet de mogelijke “meeropbrengst” op lange termijn beter in kaart te brengen.
Specifiek de vastgoedbijtelling ligt onder vuur. Voor bezitters van tweede woningen en andere verhuurobjecten biedt de nieuwe wet voordelen (kosten aftrekbaar, heffing pas bij verkoop), maar de fictieve huurwaarde voor eigen gebruik wordt door verschillende Kamerleden als fors en mogelijk juridisch kwetsbaar gezien.
Tot slot is er brede zorg over de complexiteit en de uitvoerbaarheid. De fiscus heeft naar schatting minimaal 900 extra fte nodig om het stelsel uit te voeren, terwijl ruimte voor aanpassingen nu al klein is. Toch lijkt, bij gebrek aan haalbare alternatieven en gezien de budgettaire druk, een meerderheid zich neer te leggen bij dit “tussenstation” richting een nieuw box 3‑stelsel. (bron: ewmagazine.nl, vanwege de duidelijkheid is dit artikel nagenoeg één-op-één overgenomen).
De Belastingdienst-bus komt naar je toe deze aangifteperiode (bron: over-ons.belastingdienst.nl)
De Belastingdienst-bus toert vanaf 5 maart 2026 door het hele land. Het doel: zichtbaar maken dat mensen kunnen aankloppen bij de Belastingdienst voor hulp met hun aangifte en belastingzaken.
De Belastingdienst bus werd in 2025 voor het eerst ingezet. De Belastingdienst wil met de bus aangeven dat burgers en ondernemers hulp kunnen krijgen van de Belasting bij de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting. Velen van hen blijken dat niet te weten. Hun actie bestaat uitsluitend uit het doen van aangifte en daarmee stopt het contact met de Belastingdienst.
De Belastingdienst-bus staat nog op:
- 12 maart 2025 – Leiden – Bevrijdingsplein – 09.00 tot 13.30
- 13 maart 2025 – Den Haag – De Grotemarktstraat – 10.00 tot 16.00
- 14 maart 2025 – Gouda – De Markt – 12.00 tot 18.00
- 19 maart 2025 – Winterswijk – Warenmarkt – 09.00 tot 13.00
- 20 maart 2025 – Apeldoorn – Raadhuisplein – 12.00 tot 18.00
- 22 maart 2025 – Maastricht – De Markt – 12.00 tot 18.00
- 26 maart 2025 – Lelystad – Promesse (is gewijzigd) – 10.00 tot 16.00
- 27 maart 2025 – Eindhoven – 18 Septemberplein – 12.00 tot 18.00
- 28 maart 2025 – Leeuwarden – De Lange Pijp – 12.00 tot 18.00
- 29 maart 2025 – Emmen – Marktplein – 12.00 tot 18.00
In de bus zitten 3-4 fiscaal deskundigen, zowel voor ondernemers als particulieren. Vanuit het bedrijf dat de bus logistiek organiseert, zijn er twee medewerkers. Die informeren bij mensen op straat of ze hulp nodig hebben bij hun aangifte en verwijzen dan naar de Belastingdienst bus.
Er werd positief gereageerd op de Belastingdienst bus. Doel is de bekendheid van de hulpmiddelen en hulpkanalen te vergroten, zowel bij burgers als ondernemers.
Hoe doe ik aangifte inkomstenbelasting voor een overledene? (bron: belastingdienst.nl)
Na een overlijden komt er veel op u af. U moet veel regelen, zoals o.a. de aangifte inkomstenbelasting.
Er bestaan diverse situaties:
- aangifte doen voor iemand die is overleden;
- belastingaangifte doen voor u zelf en uw overleden fiscale partner samen;
- als vertegenwoordiger van de erfgenamen de belastingaangifte doen.
Belastingaangifte doen voor iemand die is overleden
- Wacht tot u bericht van de Belastingdienst krijgt. Als u aangifte inkomstenbelasting moet doen voor het jaar waarin de persoon is overleden, stuurt de Belastingdienst een brief naar het correspondentieadres dat gebruikt wordt voor contact met de nabestaanden.
- Heeft u na 5 maanden geen brief van de Belastingdienst ontvangen, maar verwacht u wel dat de overledene belasting terugkrijgt of moet betalen? U kunt dan zelf aangifte inkomstenbelasting doen voor de overledene.
- Met een nabestaandenmachtiging kunt u online aangifte doen voor de overledene. De gegevens zijn al voor u ingevuld in de online aangifte. Aangifte doen kan vanaf 1 maart na het jaar van overlijden. Let op: aangifte doen met de DigiD van de overledene is niet mogelijk. U kunt wel aangifte doen voor een overledene met uw eigen DigiD. Bij het inloggen bij DigiD kiest u voor het tabblad ‘Inloggen voor iemand anders’ en gebruikt u uw eigen DigiD. U hebt dan dus wel een geldige nabestaandenmachtiging nodig.
- U kunt ook op papier aangifte doen met het aangifteformulier. Vraag het aangifteformulier F aan via het keuzemenu bij de BelastingTelefoon voor nabestaanden: 0800 – 235 83 54.
Was de overledene ondernemer? Dan gebruikt u het papieren aangifteformulier F en de jaarstukken. Dit formulier en de jaarstukken vraagt u aan bij de BelastingTelefoon voor nabestaanden: 0800-235 83 54.
Was de overledene buitenlands belastingplichtig? Doe dan aangifte met het formulier dat wordt genoemd in de brief waarin staat dat u aangifte moet doen voor de overledene. Wilt u aangifte doen voor de overledene over eerdere jaren? U kunt met de machtiging aangifte doen over eerdere jaren. Op de website van de Belastingdienst kunt u lezen hoe u de nabestaandenmachtiging aanvraagt. Wilt u dit op papier doen? Dan gebruikt u het papieren aangifteformulier P. Dit formulier vraagt u aan bij de BelastingTelefoon voor nabestaanden 0800 – 235 83 54.
Belastingaangifte doen voor uzelf en uw overleden fiscale partner samen
- Met een nabestaandenmachtiging kunt u online aangifte doen voor uzelf en voor de overledene samen. De gegevens van de overledene zijn al voor u ingevuld in de online aangifte. Aangifte doen kan vanaf 1 maart na het jaar van overlijden.
- Aangifte doen met de DigiD van de overledene is niet mogelijk. U kunt wel aangifte doen voor een overledene met uw eigen DigiD. Bij het inloggen bij DigiD kiest u voor het tabblad ‘Inloggen voor iemand anders’ en gebruikt u uw eigen DigiD. U heeft dan dus wel een geldige nabestaandenmachtiging nodig.
- Indien u fiscale partner van de overledene bent, kunt u ook online aangifte doen voor uzelf en voor de overledene samen. U mag ervoor kiezen om het hele jaar elkaars fiscale partner te zijn. Zo kunt u bepaalde inkomsten en aftrekposten – ook na de overlijdensdatum – verdelen zoals u en de erfgenamen dat willen.
Let op: om deze verdeling te kunnen maken, moeten uw inkomsten en aftrekposten over het hele jaar bekend zijn. Het kan dus van belang zijn om te wachten met aangifte doen voor uw overleden partner tot na afloop van het jaar.
- Het is niet mogelijk samen aangifte te doen over het jaar van overlijden met hetzelfde papieren formulier! Op het papieren aangifteformulier F van de overledene kunt u namelijk uw eigen inkomensgegevens niet invullen. Kiest u ervoor om het hele jaar elkaars fiscale partner te zijn en wilt u op papier aangifte doen? Dan heeft u voor uzelf een papieren aangifteformulier P nodig. U vraagt dit aan bij de BelastingTelefoon voor nabestaanden: 0800 – 235 83 54.
Als vertegenwoordiger van de erfgenamen de belastingaangifte doen
- U kunt als vertegenwoordiger van de erfgenamen met een nabestaandenmachtiging online aangifte doen. Had de overledene een fiscale partner? Dan heeft u naast de nabestaandenmachtiging ook een machtiging van de fiscale partner nodig.
- U kunt als vertegenwoordiger ook het papieren aangifteformulier F invullen en ondertekenen namens de nabestaande(n). Had de overledene een fiscale partner? Dan moet de fiscale partner de aangifte ook ondertekenen.
Komt u er niet uit?
Dan kunt u terecht bij de BelastingTelefoon voor nabestaanden: 0800 – 235 83 54.
Economie en financiën
Koopkracht stijgt dit jaar toch iets minder, verwacht Nibud (bron: nos.nl)
“Huishoudens hebben dit jaar gemiddeld toch iets minder te besteden dan verwacht. Het Centraal Planbureau en het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) verwachtten afgelopen Prinsjesdag nog dat we er dit jaar gemiddeld 1,3 procent op vooruit zouden gaan. Maar die verwachting is nu iets naar beneden bijgesteld, naar 0,9 procent.” Dit is de lead van bovengenoemd artikel.
Volgens het Nibud gaat een gemiddeld huishouden er nog altijd 40 euro per maand op vooruit. In de eerste instantie was de verwachting dat de lonen harder zouden stijgen.
Ook gepensioneerden hebben komend jaar volgens het Nibud meer te besteden. Vooral gepensioneerden die straks onder het nieuwe pensioenstelsel vallen, krijgen meer geld.
Nederlandse en Duitse spaarders krijgen deksel op de neus (bron: bnr.nl)
“Nederlanders en Duitsers zullen naar verwachting tot minstens halverwege 2026 zien dat hun spaargeld in waarde daalt, omdat de inflatie hoger ligt dan de spaarrente. Economen verwachten niet dat daar snel verandering in komt.” Dit is de lead van bovengenoemd artikel.
In Nederland bedroeg de inflatie in november 2,9 procent. In Duitsland was dat 2,3 procent. Bij de grote Nederlandse banken ligt de spaarrente momenteel lager. Economen verwachten pas vanaf halverwege 2026 verbetering. Dit betekent dat zij tot die tijd een reëel verlies op hun spaartegoed zien. Dit is een gevolg van de aanhoudende economische omstandigheden, waardoor de rente op spaarrekeningen niet kan concurreren met de stijgende prijzen. Spaarders zien hun geld dus effectief minder waard worden. Daarbij speelt ook de inflatie een rol. Als er lang gewacht moet worden, kan het geld minder waard zijn geworden. Weliswaar wordt tijdens de wachttijd de schadeclaim verhoogd met de wettelijke rente, maar, en let op: alleen voor zover die hoger is dan 6 procent. Dat betekent dat er, bij de huidige inflatie, geen rente uitgekeerd wordt.
Inflatie daalt naar 2,8 procent in december (bron: cbs.nl)
“In december 2025 waren consumentengoederen en -diensten 2,8 procent duurder dan een jaar eerder, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In november was de inflatie 2,9 procent. De prijsontwikkeling van een verblijf in een bungalowpark droeg het meest bij aan de daling van de inflatie. Het inflatiecijfer van december is hetzelfde als bij de snelle raming die op 7 januari is gepubliceerd.” Dit is de lead van bovengenoemd artikel.
De inflatie wordt elke maand gemeten als de ontwikkeling van de consumentenprijsindex (CPI) ten opzichte van dezelfde maand in het voorgaande jaar. De CPI geeft ook inzicht in de prijsontwikkeling in vergelijking met een maand eerder. De prijzen van consumentengoederen en -diensten lagen in december op vrijwel hetzelfde niveau als in november.
Huur, rundvlees, koffie, chocolade en boter maakten het leven vorig jaar duurder (bron: nos.nl)
De prijzen zijn het afgelopen jaar net zo hard gestegen als het jaar ervoor. Net als in 2024, kwam de inflatie over 2025 uit op 3,3 procent, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daarmee ligt de inflatie nog altijd ver van het gewenste niveau van zo’n 2 procent. Met name consumentengoederen en -diensten waren in het afgelopen jaar 3,3 procent duurder dan in 2024. Zo werden voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken duurder. De prijzen daarvan lagen in 2025 gemiddeld 4 procent boven de prijzen van het jaar daarvoor.
Van voeding en dranken steeg vorig jaar vooral de prijs van rundvlees en wel met 23 procent. Een kopje koffie steeg ruim 20 procent in prijs. Ook de prijs van cacao (18,8 procent) en chocolade (18,4 procent) steeg aanzienlijk. Boter steeg ruim 11 procent in prijs. Ook stegen de huren in 2025 meer dan in 2024.
Daar tegenover was er ook een prijsdaling voor diverse producten: een vliegticket kostte gemiddeld 7,2 procent minder dan in 2024. Een liter benzine daalde 2,4 procent in prijs. Een mobiel telefoonabonnement kostte 6,7 procent minder.
Een positieve ontwikkeling voor consumenten waren de gestegen lonen. Die lagen in gemiddeld, 5,5 procent hoger dan in 2024. Ze stijging was minder dan de twee jaren daarvoor.. De loonstijging in 2025 was één van de hoogste in de afgelopen veertig jaar.
Toeslagen voor velen noodzakelijk (bron: seniorenjournaal.nl)
“Dat toeslagen moeten worden afgeschaft, schrijft een Telegraaf-lezer: Dat er toeslagen zijn, is helaas noodzakelijk. Je zult maar vanwege medische aandoeningen niet (fulltime) kunnen werken of helemaal afgekeurd zijn en rond moeten komen van een WAO of AOW met eventueel een klein aanvullend pensioen.” Dit is de lead van bovengenoemd arrtikel.
Voor die miljoenen mensen is de inflatie net zo hoog als voor de puissant rijke mensen, aldus de briefschrijver in de Telegraaf. “Voor werkenden stijgen salarissen door afgesloten cao’s jaarlijks met drie, vier, vijf of nog meer procent. Pensioenen lopen echter al meer dan twintig procent achter door geschrapte indexaties bij pensioenfondsen en de AOW stijgt steeds maar mondjesmaat. Het dekt bij lange na niet de hogere kosten.”
Het verschil groeit ieder jaar weer ten koste van de gepensioneerde, aldus deze lezersbrief in de Telegraaf. “En die hebben echt niet allemaal een afbetaald eigen huis. Het probleem is het oneigenlijk gebruik, misbruik is wellicht passender, van de toeslagen. Het financieren van vrije tijd door mensen die gezond van lijf en leden zijn, best fulltime zouden kunnen werken maar liever drie dagen per week werken en dan met salaris en toeslagen mooi rond kunnen komen.
Energie
De stroomprijs staat op pre-crisisniveau: is dit hét moment om over te stappen? (bron: rtl.nl)
“Na een aantal jaar van torenhoge energieprijzen staat de prijs van elektriciteit weer op het niveau van vóór de energiecrisis. Is dit het moment om over te stappen? “Met een variabel contract wachten op lage tarieven is nu niet de slimste keuze”, zegt Ben Woldring, oprichter van gaslicht.com.” Dit is de lead van bovengenoemd artikel.
Door de Russische inval in Oekraïne (februari 2022) stegen de energieprijzen in Nederland. Op het hoogtepunt bedroeg de stroomprijs gemiddeld € 0,80 per kWh (september 2022).
Aan het begin van dit jaar bedraagt de stroomprijs bij Essent en Vattenfall zo’n € 0,22 per kilowattuur (kWh) bij een vast tarief en is daarmee hetzelfde tarief als begin 2021, voor het starten van de energiecrisis. Bekijk hier de meest actuele aanbieding van Vattenfall.
Consumenten hebben twee mogelijkheden om op deze lage prijs te reageren:
- behouden van het variabele contract en afwachten of de prijs nog verder daalt om daarvan mee te profiteren;
- of een contract afsluiten met deze lage prijs om daar langere tijd van te kunnen profiteren.
Energiecontract verlengen in 2026? Voorkom deze dure valkuilen (bron: energievergelijk.nl)
“Bijna iedereen krijgt op een gegeven moment van zijn huidige energieleverancier een aanbod om het vaste contract te verlengen. Dit gebeurt vaak via meerdere e-mails en soms zelfs telefonisch.” Dit is de lead van bovengenoemd artikel.
Deze als druk gevoelde acties, maken dat men zich opgejaagd voelt en besluit toch maar te verlengen. Het is de vraag of dit verstandig is. Er liggen namelijk meerdere valkuilen op de loer.
Uit een analyse van Energievergelijk.nl blijkt namelijk dat het verlengaanbod van de huidige leverancier vaak een stuk minder voordelig is dan overstappen naar een andere partij. De kans is namelijk erg klein dat uw huidige leverancier scherpere tarieven kan aanbieden dan bijna 40 andere leveranciers. En al lijkt het verschil klein: op jaarbasis kan dat een aanzienlijk verschil maken. De website van energievergelijk.nl heeft een rekenvoorbeeld. Daarmee kunt u het verschil berekenen. Zie hieronder het voorbeeld van energievergelijk.nl:
Verlengaanbod:
- Stroom: € 0,262 per kWh
- Gas: € 1,241 per m3
Beste aanbod overstap:
- Stroom: € 0,231 per kWh
- Gas: € 1,171 per m³
Bij een gemiddeld verbruik (2.420 kWh en 1.020 m³) bespaart u met het nieuwe aanbod direct € 146,00 per jaar. Dit is puur het verschil in verbruikskosten. De eventuele overstapkorting komt hier nog bij. Veel leveranciers bieden nieuwe klanten namelijk een hoge eenmalige welkomstbonus aan om hen te verwelkomen.
In het verlengaanbod krijgt u mogelijk helemaal geen bonus of is de bonus een stuk lager. Momenteel kunnen de hoogste bonussen voor nieuwe vaste jaarcontracten oplopen tot wel € 400,00, afhankelijk van uw verbruik.
Bij zonnepanelen is de vergelijking tussen het verlengaanbod en een nieuwe leverancier nóg belangrijker. Naast de tarieven en de welkomstbonus spelen er twee extra factoren mee die bepalen wat u onder de streep overhoudt:
- Terugleverkosten: vrijwel alle leveranciers rekenen terugleverkosten (of een opslag op het tarief) als u stroom teruglevert aan het net. Deze kosten verschillen enorm per aanbieder.
- Terugleververgoeding: Produceert u meer stroom dan u zelf verbruikt? De vergoeding die u krijgt voor dat overschot (na het salderen) varieert sterk.
Een vergelijking is dus echt raadzaam!
Voor energieleveranciers is het vele malen eenvoudiger u als klant te behouden dan om een nieuwe klant te werven. Voor hen geldt dat trouwe klanten de meeste winst opleveren. Zij krijgen meestal een lagere bonus of betalen hogere tarieven dan overstappers die profiteren van scherpe welkomstacties.
Indien u een verlengaanbod heeft gehad, dan adviseren wij u om onze energievergelijker te raadplegen.
ACM onderzoekt prijzen van vier leveranciers van stadswarmte (bron: nos.nl)
“De Autoriteit Consument & Markt (ACM) gaat onderzoek doen naar vier leveranciers van stadswarmte. Zij hebben mogelijk te veel winst gemaakt op de levering van warmte aan huishoudens en andere kleinverbruikers. De waakhond gaat onderzoeken of de hoge winst eenmalig is geweest.” Dit is de lead van bovengenoemd artikel.
Warmteleveranciers mogen niet meer dan 6,8 procent aan winst boeken op de levering van warmte aan huishoudens en andere kleinverbruikers. Die regel is ingesteld om huishoudens die zijn aangesloten op het warmtenet (oftewel stadswarmte) te beschermen tegen onredelijk hoge tarieven. Overstappen naar een andere leverancier kan namelijk niet.
Elk jaar doet de ACM onderzoek naar 24 leveranciers. Over 2024 viel op dat vier daarvan hogere winsten boekten dan 6,8 procent. In eerste instantie wil de ACM nu weten hoe het kan dat deze leveranciers meer verdienden dan “het redelijke rendement”. Als blijkt dat deze vier bedrijven ook in 2025 meer verdienden dan de norm, kunnen zij worden gedwongen de tarieven voor 2027 aan te passen.
Om welke vier warmteleveranciers het gaat meldt de ACM niet. (bron: nos.nl. Dit artikel is, vanwege de helderheid, onaangepast overgenomen.)
Einde salderingsregeling: nog 500.000 oude meters moeten verplicht vervangen, last onder dwangsom bij weigering (bron: solarmagazine.nl)
“Vanaf 1 januari 2026 moeten alle oude stroommeters verplicht vervangen worden door digitale meters. Dat is nodig voor het einde van de salderingsregeling in 2027, zodat de meters verbruik én teruglevering apart meten.” Dit is de lead van bovengenoemd artikel.
De nieuwe Energiewet, ingegaan vanaf januari 2026, vereist dat alle oude stroommeters vervangen worden door digitale meters die verbruik én teruglevering van stroom meten en ook de dag- en nachtstanden bijhouden.
Inmiddels is bij 94 procent van de Nederlandse huishoudens de oude meter vervangen. De resterende 500.000 huishoudens met een oude meter ontvangen in de komende periode nog een gratis vervangingsaanbod door de netbeheerders.
Het einde van de salderingsregeling per 2027 betekent dat huishoudens met zonnepanelen niet langer de kosten voor de stroom die ze kopen van het stroomnet, kunnen wegstrepen tegen de opbrengst van zonnestroom die ze terugleveren aan datzelfde net. Dat impliceert dat energiemeters moeten kunnen meten hoeveel electriciteit er terug op het energienet komt. Dat kunnen de oude meters niet. Het meten is wel belangrijk voor een juiste berekening van kosten, vergoedingen en belastingen en met voor iedereen gelijk zijn.
Huishoudens hebben de keuze voor een slimme of een digitale meter. De slimme meter is ook een digitale meter. Deze leest de meterstanden op afstand uit. De digitale meter daarentegen, zie eruit als een slimme meter. Het verschil is dat deze géén communicatiemodule bevat en dus geen meterstanden doorgeeft. Dat betekent dat gebruikers van de digitale meter zelf hun meterstanden moeten doorgeven aan de energieleverancier. Dat hoeven klanten met een slimme meter niet, hetgeen betekent dat de energierekening nauwkeuriger wordt.
Zoals hierboven al vermeld, benaderen de netbeheerders de huishoudens voor het maken van een afspraak. De vervanging van de meter is kosteloos. De RDI (Rijksinspectie Digitale Infrastructuur) controleert namens de overheid de procedure.
Vervanging van de oude meter is verplicht. Indien u hieraan niet meegewerkt (de zgn. meewerkingsplicht) wordt, kan dit leiden tot handhavende maatregelen door de RDI. Huishoudens mogen zelf kiezen voor een slimme of een digitale meter. Niet meewerken betekent kan uiteindelijk geld kosten. De kosten stijgen zolang niet wordt meegewerkt. Bij uitblijven van medewerking, kan de RDI een last onder dwangsom opleggen. Dat betekent geld betalen als er alsnog niet wordt meegewerkt aan de vervanging van de oude meter. De meewerkingsplicht vervalt echter niet.
Op deze regel gelden drie uitzonderingen:
- als de meter niet het daadwerkelijke energieverbruik meet, maar een voorspelbaar verbruik heeft, zoals bij straatlantaarns of lichtborden (een zgn. onbemeten aansluiting);
- als het technisch niet mogelijk is de meter te vervangen. Dit beoordeelt de netbeheerder;
- als iemand stroom krijgt van een gesloten systeem, bijv. bij bedragen waar de stroom via een afgescheiden particulier systeem binnenkomt (een zgn. gesloten distributiesysteem).
FIXbrigade Nederland (bron: linkedin.nl)
De noodzaak om woningen te isoleren is enorm. Niet iedereen kan zelf energiebesparende maatregelen betalen of installeren. Dan komt de FIXbrigade in beeld, een project dat mensen met een laag inkomen helpt om hun huis energiezuinig te maken. De FIXbrigade gaat bij mensen langs om te kijken wat er verbeterd en geïsoleerd kan worden en voert de klussen vervolgens ook uit.
Het project is daarnaast een leerwerktraject waarbij het mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt helpt om een vak te leren. Zo worden ze opgeleid voor een baan in de technieksector en energietransitie.
FIXbrigade Nederland biedt capaciteit, kennis, ervaring, training, netwerk, technologie en nog vele andere vormen van kosteloze ondersteuning om ervoor te zorgen dat er in Nederland talloze nieuwe FIXbrigades opgezet kunnen worden de komende jaren.
Het doel is opschalen naar 80 FIXbrigades door heel Nederland om daarmee tienduizenden extra woningen te verduurzamen en miljoenen m3’s gas te besparen. Tientallen gemeenten en organisaties hebben aangegeven ondersteuning te wensen bij het opzetten van een lokale FIXbrigade en hebben daar budget voor beschikbaar (SPUK-gelden energiearmoede en andere subsidies).
Fixbrigades zitten vooral in het midden en noorden van Nederland. Vind hier een fixbrigade in uw buurt.
Gezondheid
‘Tandartsketens gebruiken ouderen als melkkoe’ (bron: nos.nl)
“Er komt steeds meer kritiek op het uitbesteden van tandartszorg aan commerciële ketens. Zo zijn er ketens die onaangekondigde bezoeken aan zorgcentra brengen, waarbij ze oudere bewoners op hun slaapkamer behandelen.” Dit is de lead van bovengenoemd artikel.
“Dit is geld verdienen over de rug van kwetsbare ouderen”, reageert het Groningse gemeenteraadslid Izaäk van Jaarsveld (CDA) bij RTV-Noord. Eerder meldde Een Vandaag ook al dat commerciële mondzorgketens veel geld binnenhalen met ondermaatse mondzorg in verpleeghuizen.
Tweede Kamerlid Julian Bushoff (GroenLinks-PvdA) vraagt zich af of de huidige regelgeving wel afdoende is om “excessen zoals meervoudig declareren, tandartsbehandelingen in de slaapkamer en het inzetten van onbevoegd personeel tegen te gaan”.
Op hoge leeftijd kan men meestal niet meer naar de tandarts. Dat betekent dat de zorg naar de ouderen toe moet komen. Onafhankelijke, gespecialiseerde tandartsen werkten jarenlang in verpleeghuizen. Ze kwamen op vaste tijden, kenden hun patiënten, hadden de juiste apparatuur en expertise. Commerciële mondzorgketens volgen hen in veel zorgcentra op. En dan kan het mis gaan. “Er stonden ineens twee dames in mijn woning, met zo’n karretje”, vertelt een 90-jarige bewoonster van een Gronings woonzorgcentrum. Het blijken mondzorgmedewerkers te zijn van de keten Vitadent. De vrouw had hen niet verwacht.
“Ze vroegen of ik op de bank wilde gaan zitten. Er werd niets uitgelegd. Een van hen liep zelfs door mijn woonkamer en keek naar foto’s van mijn kleinkinderen. Daarna kwam ze op me af met een papiertje en een haakje en zei dat ik mijn mond open moest doen. Ik gaf aan dat ik een kunstgebit heb. De medewerker keek even, mompelde iets tegen de zogenoemde tandarts en dat was het. Daarna zeiden ze: ‘U kunt koffie drinken, we zijn klaar.’ En ze vertrokken gewoon.”
Daarmee is de mondzorg een melkkoe geworden, meent hoogleraar geriatrische tandheelkunde Anita Visser van het UMCG en geeft aan dat het niet om een enkel incident gaat. “Controles worden opgehoogd; een jaarlijkse controle wordt soms vijf keer uitgevoerd om meer te declareren. Noodzakelijke behandelingen blijven achterwege, omdat herhaalde controles meer opleveren. Zelfs tandenpoetsen – een taak van de zorg – wordt in rekening gebracht, soms voor duizenden euro’s per bewoner per jaar.”
De hoogleraar geeft aan dat de commerciële ketens werken zonder goede apparatuur. “De tandarts zet iemand op een gewone stoel aan de keukentafel en werkt met mobiele apparatuur. Bij een behandeling aan de bovenkaak moet de tandarts knielen en het hoofd van de patiënt ver achterover houden. Door de beperkte houding kan ze nauwelijks in de mond kijken. Na tien minuten houdt de patiënt het niet meer vol en wordt het bed erbij gehaald. De tandarts werkt dan kromgebogen en moet regelmatig stoppen vanwege rugpijn.”
De zoon van de 90-jarige vrouw diende een klacht in bij de zorgmanager. De klacht werd doorgestuurd naar Vitadent, maar leidde volgens hem niet tot concrete verandering. De moeder laat geen mensen van Vitadent meer binnen.
In een reactie zegt Vitadent “het te betreuren dat dit incident heeft plaatsgevonden”. De keten benadrukt dat mondzorg altijd begint met een intake door de tandarts. Op basis daarvan wordt een mondzorgplan wordt opgesteld. “Dit mondzorgplan wordt altijd besproken met de cliënt en/of de naasten en desgewenst met de regiebehandelaar”, aldus de keten. Over het ontbreken van een goede communicatie, het binnengaan van woningen zonder aankondiging, geeft Vitadent aan dat communicatie voor hen een essentieel onderdeel van goede zorgverlening is. “Naar aanleiding van deze melding is dit onderwerp opnieuw besproken met het betrokken behandelteam”, aldus de keten.
De Groningse wethouder Inge Jongman (ChristenUnie) stelt dat de gemeente geen directe bevoegdheid heeft als het om mondzorg gaat. Maar ze is wel geschrokken. “Wat daar is gebeurd, is verschrikkelijk en schrijnend. Dat zou ik onze inwoners absoluut niet willen aandoen”, aldus Jongman.
Tweede Kamerlid Bushoff heeft de kwestie aan de orde gesteld bij demissionair minister Bruijn. Hij wil niet alleen excessen tegengaan, maar vraagt zich ook af “welke maatregelen de minister bereid is te nemen om perverse prikkels in het systeem tegen te gaan, zoals het leveren van meer zorg dan noodzakelijk”.
De 90-jarige bewoonster van het Groningse woonzorgcentrum hoopt op verandering. “Ik kan mijn mond nog opendoen en vragen stellen. Veel andere bewoners kunnen dat niet meer. Juist daarom moet dit serieus genomen worden”, zegt ze. “Zo kan het niet doorgaan.”
Vervoer
Ouderen en vervoer: alle mogelijkheden op een rij in 2026 (bron: langerthuisinhuis.nl)
“Voor veel ouderen is goed vervoer een voorwaarde om zelfstandig te kunnen blijven wonen en actief mee te doen aan de samenleving. Een bezoek aan familie, een afspraak bij de huisarts of een dagje uit moet bereikbaar blijven, ook als autorijden minder vanzelfsprekend wordt. Gelukkig zijn er in Nederland verschillenden regelingen en aanbieders die speciaal gericht zijn op ouderen en vervoer.” Dit is de lead van bovengenoemd artikel.
Er zijn diverse varianten:
- Wmo-vervoer (Wet maatschappelijke ondersteuning) vaak in de vorm van een regiotaxi, wordt door de meeste gemeenten aangeboden.
- Deze variant is bedoeld voor korte ritten binnen de eigen regio, bijv. naar de supermarkt, huisarts of familie.
- De kosten bedragen een kleine eigen bijdrage per rit (tarief ligt vaak dicht bij OV-prijzen).
- Via het Wmo-loket van de gemeente is deze vorm van vervoer aan te vragen.
- Het pluspunt is dat dit voordelig en breed beschikbaar is.
- Als minpunt gelden soms een langere wacht- of reistijd omdat ritten gedeeld worden.
- Valys: bovenregionaal ouderen vervoer. Dit is een bovenregionale landelijke regeling voor ritten van meer dan 25 kilometer. Deze variant is bedoeld voor ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking die verder weg op bezoek willen of een uitstapje maken.
- Deze variant is bedoeld voor houders van een Wmo-pas of een gehandicaptenkaart.
- De kosten bedragen een lage eigen bijdrage per kilometer, een deel wordt door de overheid gesubsidieerd.
- Via Valys is deze variant aan te vragen. Bij toekenning ontvangt u een Valys-reispas.
- Het pluspunt is dat dit betaalbaar is voor een vervoer op lange afstand.
- Het minpunt is dat het minder geschikt is voor spontane ritten, omdat reserveren meestal nodig is.
- Zieke ouderen vervoer (via de zorgverzekering). Vanuit de zorgverzekering kan ziekenvervoer voor medische afspraken soms worden vergoed.
- Deze variant is bedoeld voor medische afspraken bijv. voor vervoer naar dialyse, chemotherapie of langdurige behandelingen.
- De kosten betreffen vaak alleen het eigen risico, soms aanvullende vergoeding.
- Via de zorgverzekeraar kan deze variant aangevraagd worden.
- Als pluspunt geldt dat er geen of lage kosten voor noodzakelijke ritten aan verbonden zijn.
- Als minpunt geldt dat deze variant uitsluitend geldig is voor medisch ouderen vervoer, dus niet voor sociale uitstapjes.
- Openbaar vervoer (OV) met kortingen, bijv. de OV-chipkaart 65+-kortingstarief of dagkaarten van NS en regionale vervoerders.
- Deze variant is bedoeld voor zelfstandig mobiele ouderen.
- De kosten zijn vaak aantrekkelijk vanwege de kortingen.
- Via de vervoerder of OV-chipkaart is dit aan te vragen.
- Als pluspunt geldt een goedkope en goede bereikbaarheid in stedelijke gebieden.
- Als minpunt geldt dat deze variant minder geschikt is voor ouderen met hulpmiddelen of een beperkte mobiliteit.
- Vrijwilligersinitiatieven en buurtbussen. Ze bestaan in veel gemeenten.
- Deze variant is bedoeld voor ouderen die kleinschalig vervoer nodig hebben.
- De kosten bedragen vaak de kostprijs of een kleine vergoeding.
- Via welzijnsorganisaties, kerken of buurtinitiatieven is dit aan te vragen.
- Als pluspunt geldt dat het om een persoonlijk en sociaal contact gaat.
- Als minpunt geldt dat het om een beperkt aanbod gaat dat afhankelijk is van vrijwilligers.
- Commercieel taxi ouderen vervoer. Ouderen kunnen ook gebruik maken van reguliere taxi’s of moderne deelvervoer-oplossingen (bijv. Uber, deeltaxi’s of deelauto’s).
- Deze variant is bedoeld voor ouderen die flexibiliteit en comfort wensen.
- De kosten zijn vaak hoger dan bij de gesubsidieerde varianten.
- Via app of telefonisch kan een rit aangevraagd worden.
- Als pluspunt geldt dat dit direct en persoonlijk ouderenvoer betreft, dat vaak snel beschikbaar is.
- Als minpunt geldt: het is duurder, vooral bij frequente ritten.
- Vita Mobiliteit (Mobility as a Service): een bundeling van verschillende vervoersvormen (Valys, Wmo-vervoer, zorgvervoer én openbaar vervoer).
- U voert vertrek en bestemming via de app of website in, vermeldt of u hulpmiddelen of een begeleider meeneemt en Vita geeft u aan welke de beste route met alle vervoersopties is.
- U krijgt meteen inzicht in de kosten, reisbudget en facturen, inclusief toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers en begeleiders.
- Daarmee is alles overzichtelijk in één platform, digitaal toegankelijk gecertificeerd en eenvoudig in gebruik voor ouderen en mantelzorgers.
Wonen
Ontwikkelingen woningmarkt senioren (bron: rijksoverheid.nl)
Ouderen zijn steeds vitaler, leven langer en willen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Dit heeft gevolgen voor de woningmarkt.
Het aantal ouderen blijft groeien. Nu zijn er nog 1,3 miljoen mensen ouder dan 75. In 2030 zullen dat er 2,1 miljoen zijn. In 2040 zijn dat er maar liefst 2,5 miljoen. 92 Procent van de huidige 75-plussers woont zelfstandig. En: zélfs 2/3 van de 90-plussers woont nog zelfstandig.
De meeste ouderen blijven het liefst zo lang mogelijk in hun eigen vertrouwde omgeving. Een toename van de beperkingen wordt vaak (deels) gecompenseerd door de woning aan te passen. Ook wordt er hulp van mantelzorgers, vrijwilligers of professionals ingeschakeld. In bepaalde gevallen kan een verhuizing wenselijk of zelfs noodzakelijk zijn. Veel ouderen lijken een behoefte te hebben aan woonvormen met andere ouderen of huishoudens, waar voorzieningen in de buurt te zijn.
In het programma Wonen en Zorg voor ouderen meldt het kabinet de ambitie om 290.000 woningen voor ouderen te bouwen tot en met 2030. Hierover zijn afspraken gemaakt met provincies, gemeenten, marktpartijen, burgers en woningcorporaties.
Brandweer zorgen over seniorencomplexen (bron: seniorenjournaal.nl)
“Bij brandweerkorpsen overal in het land leven zorgen over de brandveiligheid in seniorencomplexen, vooral als er geen inpandige zorginstelling is. Zorgen heeft de brandweer volgens NRC vooral over seniorencomplexen zonder inpandige zorginstelling. Ouderen die hun appartement huren van een woningcorporatie en hun zorg regelen via een externe thuiszorgorganisatie. Vaak is er een gemeenschappelijke koffieruimte in het gebouw, sommige bewoners kennen elkaar, anderen verouderen anoniem achter hun voordeur. Bedrijfshulpverleners zijn er zelden: dat zou alleen zin hebben als die zo goed als altijd aanwezig zijn en dat is niet te betalen voor woningcorporaties.” Dit is de lead van bovengenoemd artikel.
Brandweer Nederland zegt in NRC: “De afwezigheid van actuele informatie over wie waar woont en wat hun mobiliteit is, maakt het inschatten van risico’s moeilijk. Dat is zorgelijk, zeker bij grootschalige incidenten.” ‘Incidenten’ in seniorencomplexen worden sowieso snel ‘grootschalig’. Zeker in seniorencomplexen, omdat ouderen sneller bewusteloos worden na het inademen van rook, een dunnere en dus meer kwetsbare huid voor de hitte hebben en vaker slecht ter been zijn, verschijnt de brandweer vaak met meer mankracht.
“Woningcorporaties zíén het probleem”, zegt een brandveiligheidsspecialist bij corporatie Woonzorg Nederland (ruim zeshonderd seniorencomplexen). “Corporaties zeggen terecht: ‘wij verhuren woningen. Wij weten niet wie zorg krijgt. Tot hoever reikt onze verantwoordelijkheid? Duidelijk is dat panden voldoende brandwerend moeten zijn. Zo moet elk appartement dusdanig geconstrueerd zijn dat het vuur pas na minstens zestig minuten overslaat naar de woning van de buren. Corporaties moeten ook zorgen voor rookmelders en begaanbare vluchtroutes, zonder dat zitjes en tafeltjes in de weg staan, evenmin als scootmobielen. Die staan liefst apart in een brandwerende stalling.”
De specialist van Woonzorg Nederland raadt in NRC corporaties aan om de bewoners van hun panden goed voor te lichten. “Maak je bewoners duidelijk bij brand metéén 112 te bellen en dat ze zo snel mogelijk het pand verlaten. En waar moeten ze naartoe vluchten, waar moeten ze zich verzamelen? De parkeerplaats buiten? Helemaal goed, spreek dat af.” Ook is er een rol voor zorgorganisaties die langskomen bij deze bewoners. “Zo’n zorginstelling kan zeggen tegen een bewoner: u krijgt zorg van ons, maar laten we in samenspraak met de corporatie ook de brandveiligheid nalopen.” Woonzorg Nederland wil hierover met zorginstanties in gesprek.
Lees meer over:

